“I’m starting to believe that Elsewhen is going to be my leaving in a blaze of glory.”
Later dit jaar wordt John Byrne 76 jaar en het recent verschenen eerste deel van X-Men – Elsewhen lijkt zijn zwanenzang in comicsland te worden. Tot 2028 zal er elk jaar een nieuw deel verschijnen en daarna is het klaar. De man beseft dat hij met het laatste deel van zijn leven bezig is en hij ziet zichzelf geen dagen achter zijn tekentafel doorbrengen.
Het is niet onverwacht, toch stemt het treurig. Daarom laten we nog eens zijn carrière voorbijtrekken zodat iedere liefhebber weet waarom we hem gaan missen.
Het verhaal van John Byrne begint in de jaren zeventig. De Canadees reist naar New York, waar hij als jonge tekenaar in dienst probeert te komen bij Marvel Comics. Byrne gaat zelfs zover om alvast een issue van de Fantastic Four uit te werken. Op de Marvel-redactie sturen ze hem weg, en dat begrijpt hij stiekem zelf ook wel. Het is nog te vroeg.

Maar bij Charlton Comics vindt de tekenaar alsnog een gewillige werkgever. Hij debuteert met de back-upstrip Rog-2000. De robot in deze strip dient tegenwoordig als mascotte voor zijn website. Verder werkt hij aan Wheelie and the Chopper Bunch, Space: 1999, Emergency! en Doomsday + 1. Werken bij Marvel blijft zijn grote doel en dat komt in zicht.
Chris Claremont is in de jaren zeventig van stagiair doorgegroeid naar schrijver bij Marvel Comics. Tijdens het doorbladeren van wat Charlton-titels valt zijn oog op het tekenwerk van Byrne en loodst hij deze binnen bij Marvel. Daar zal Byrne werken aan diverse losse klusjes. Hij maakt wat Fantastic Four-issues met Marv Wolfman en werkt met Claremont aan Marvel Team-Up-verhalen en Iron Fist.
Aan het einde van 1977 breekt de zon door. Chris Claremont werkt sinds 1975 aan Uncanny X-Men en deze serie is aan een nieuwe tekenaar toe. Hij schuift John naar voren en deze heeft met de X-Men zijn eerste lopende serie te pakken. Hij maakt zijn debuut op Uncanny X-Men #108 in 1977. Vanaf issue #114 schrijft hij mee aan de verhalen en dat zal zijn doorbraak betekenen. De samenwerking tussen hem en Claremont begint wat moeizaam, maar komt uiteindelijk op stoom. De X-Men beleefden enkele moeizame jaren. Claremont schreef te veel in de stijl van zijn leermeester Len Wein. Dave Cockrum is een goede tekenaar, maar zijn stijl is niet commercieel aantrekkelijk. Hetzelfde geldt aanvankelijk voor Byrne. Maar zijn potloodtekeningen worden geïnkt door Terry Austin en dat geeft het iets van verfijndheid. Hierdoor wordt hij een overnight success. Zijn plotsessies met Claremont laten die laatste zijn eigen stem vinden.
Beide heren maken van de Canadese antiheld Wolverine één van de populairste comicbookpersonages, creëren het Canadese superteam Alpha Flight, schuiven Jean Grey naar voren en bouwen een verhaal rondom haar heen met een bijna religieuze ondertoon. Ze wordt bezeten door de kosmische Phoenix Force, waardoor ze een soort godin wordt. De kracht dreigt haar persoonlijkheid te verzwelgen en dat noopt haar tot een dramatische keuze. Het is het einde van het verhaal dat later The Dark Phoenix Saga zal gaan heten. Byrne en Claremont persen er nog een zestal issues uit, waaronder het klassieke tweedelige Days of Future Past, maar dan is de koek op. Byrne is uitgekeken op Claremonts werk en denkt het zelf beter te kunnen. Het is 1981 en Byrne is een vrij man.
DE JAREN TACHTIG BEGINNEN.. JOHN BYRNE BESTORMT DE HEMEL
I think basically what I’m trying to do with all the characters is to turn the clock back.
Lang hoeft John Byrne niet op werk te wachten. Het volgende gerecht dient zich aan en het is niets minder dan Fantastic Four. In die dagen was dat nog het vlaggenschip van Marvel Comics. De comic die hem in zijn jeugd stimuleerde om het potlood op te pakken. Byrne krijgt de kans om in de voetsporen van Stan Lee en Jack Kirby te treden en dat vat hij niet lichtzinnig op. Hij is van mening dat hun opvolgers de Fantastic Four te ver hebben weggedreven van het oorspronkelijke idee van Lee en Kirby. Je moet niet veranderen wat werkt. Daarom besluit Byrne om op het werk van de meesters voort te bouwen. En dat doet hij met succes. Niet alleen beleven de FF weer allerhande avonturen, maar de tekenaar durft het zelfs aan om een zeer volwassen thema aan te snijden. Sue Storm aka Invisible Girl (onder Byrne wordt dit Invisible Woman) is wederom zwanger. Alleen blijkt haar baby nogal last te hebben van de radioactiviteit die de FF hun krachten gaf. De afloop is verdomde krachtig.

Byrne is in de beginjaren tachtig bijzonder actief. Hij kan er een tweede serie bij gebruiken en op verzoek van enkele editors probeert hij een serie te bouwen rond het Canadese Alpha Flight. Dit team bedacht hij oorspronkelijk als opponenten voor de X-Men. De leden van het team had hij al jaren eerder bedacht als jongeling dus enig sentiment kan hem niet worden ontzegd. Maar hij legde de nadruk teveel op de innerlijke conflicten van het team. Hij had ook nog een grotere verhaallijn in gedachten die draaide rond het tragische lot van een van de teamleden. Dit leverde hem nog een stevige ruzie op met The Incredible Hulk-schrijver Peter David. David was begin jaren tachtig nog een salesmanager bij Marvel en had wat fotokopieën van Byrne’s pagina’s laten zien aan enkele winkeliers om hen ertoe te bewegen om meer Alpha Flight-issues in te slaan. Byrne was van mening dat David de clou van zijn werk had verklapt.
Na 28 issues had Byrne het wel gezien. Hij nam contact op met zijn medeschrijver bij Marvel, Bill Mantlo. Deze schreef op dat moment de Hulk en was eigenlijk vastgelopen met zijn verhaal. Toen Byrne hem een ruil voorstelde, hapte hij toe. John Byrne zou The Incredible Hulk gaan maken en Mantlo en Mike Mignola zouden verhuizen naar Alpha Flight.

The Incredible Hulk was dolende. Maar Byrne had een plan om de titel weer rendabel te maken. Hij overlegde met Marvel-hoofdredacteur Jim Shooter, en die ging akkoord met zijn plannen. Het was de bedoeling dat de Hulk zou worden gesplitst van zijn alter ego Bruce Banner. Dit hersenloze monster moest vervolgens worden gedood, waarna de omstandigheden Banner zouden dwingen om weer de Hulk te worden. Deze Hulk zou weer het groene monster zijn zoals hij begin jaren zestig door Lee en Kirby was bedacht. Een bonkig mannetje dat in de buurt van zijn geboorteplek in New Mexico rondhangt en daar allerlei avonturen beleeft. Ook Banner zou nog een rol spelen omdat Byrne een nieuwe theorie rondom de Hulk en gammastraling had bedacht. Wanneer iemand wordt gebombardeerd met gammastraling, komen zijn onderdrukte kanten vrij in zijn alter ego. Daarom was de Hulk agressief en de She-Hulk (Jennifer Walters, de nicht van Bruce Banner) een vlotte dame. Omdat hun andere kant deze eigenschappen onderdrukte.
Aanvankelijk was Jim Shooter akkoord. Maar toen hij enkele issues van deze nieuwe Hulk onder ogen kwam, bedacht hij zich en begon Shooter Byrne actief in de wielen te rijden. Er waren natuurlijk eerdere kleinere incidenten voorgevallen, waaronder het vroegtijdig stopzetten van een korte Captain America-run van Byrne en zijn boezemvriend Roger Stern, en dit was de druppel. Byrne vertrok bij Marvel en de Fantastic Four en de Hulk bleven midden in een lopend verhaal achter.
1986
Begin 1986 was John Byrne weer een vrij man. Er was geen beter jaar om een comicbookmaker te zijn dan 1986. Alan Moore en Dave Gibbons werkten aan Watchmen voor DC Comics; Art Spiegelman publiceerde het met een Pulitzer bekroonde Maus en Frank Miller luidde een nieuw tijdperk in voor Batman met The Dark Knight Returns. En Byrne? Hij werd gebeld door Dick Giordano met een vraag. In 1985 had Giordano al eens geprobeerd om Byrne te strikken om DC’s grote Crisis on Infinite Earths te tekenen. Toen zei hij nog nee. Maar dit was een aanbod dat hij niet kon weigeren. DC Comics was van plan om Superman, in navolging van Crisis on Infinite Earths, te rebooten. De populariteit van de man van staal was na de films op een dieptepunt beland. Tijd voor een nieuwe aanpak. Nadat Giordano zijn verhaal had gedaan, zei Byrne volmondig: “Ja!”.
In het najaar van 1986 verscheen de miniserie The Man of Steel. In deze serie werd het oorsprongsverhaal van Superman volledig opnieuw verteld door John Byrne. Daarna stortte de tekenaar zich op Superman en Action Comics. Hij slaagde gedeeltelijk in zijn missie. Superman werd ontdaan van alle ballast uit de Golden en Silver Ages. Er waren geen Supergirls of -boys meer. Supes was de enige overlevende van Krypton. Lex Luthor werd ontdaan van zijn reputatie als excentriek genie en werd meer een kapitalistisch ingestelde wetenschapper en corrupte zakenman. En Lois Lane was in de ogen van Byrne zowaar een sterke, capabele vrouw. Er was veel media-aandacht voor deze reboot en Byrne mocht zelfs een cover voor Time Magazine tekenen.
De fans waren niet zo te spreken over deze nieuwe richting. En hoewel de verkopen prima waren, begon DC Comics bij monde van Giordano wat terug te krabbelen. Toen Byrnes voorstel voor een nieuwe Shazam-serie met een volwassen inslag niet werd aangenomen, was het tijd om te gaan. Hij vond dat DC hem niet voldoende steunde terwijl hun opdracht goed was uitgevoerd.
Eind 1987 keerde hij terug naar Marvel, waar hij tot 1992 zou blijven. Hij werkte daar aan series als Namor The Sub-Mariner, Star Brand, West Coast Avengers en She-Hulk. John was evenmin te beroerd om wat issues van Uncanny X-Men te schrijven. Voor West Coast Avengers maakte hij het verhaal Vision Quest waarin het verhaal over de creatie van de Vision werd verteld en hoe dit samenhing met Ultron. De serie Sensational She-Hulk had onder zijn creatieve leiding zelfs even een cultstatus omdat het personage vaak de zogenaamde vierde muur doorbrak en haar tekenaar en de lezers rechtstreeks bij het verhaal betrok.
CREATOR-OWNED IN DE NINETIES (MAAR SUPERHELDEN BLIJVEN LONKEN)
De jaren negentig waren de jaren van de comicsboom en de Image Comics-revolutie. John Byrne liep lang genoeg mee om te beseffen dat Marvel en DC nu even niet de plekken waren waar je moest zijn. In 1992 waren zeven tekenaars (Jim Lee, Todd McFarlane, Erik Larsen, Jim Valentino, Marc Silvestri, Rob Liefeld en Whilce Portacio) bij Marvel weggegaan en ze hadden hun eigen uitgeverij opgezet. Hoewel je kunt twisten over de artistieke waarde van hun titels, was het onmogelijk om te beweren dat de lezers ze niet leuk vonden. Dat dezelfde lezers zich door allerlei bladen lieten leiden om zoveel mogelijk in te slaan om uiteindelijk te speculeren met hun comics speelde ook mee.
Met enkele leden van zijn generatie van comicbookmakers (denk aan mensen als Frank Miller, Dave Gibbons en Mike Mignola) vond Byrne onderdak bij Dark Horse, waar ze aan het einde van 1992 hun eigen imprint begonnen: Legends.

Mike Mignola vroeg hulp aan Byrne bij het schrijven van zijn eerste Hellboy-verhalen. Daarna ging hij weer zijn eigen weg. Onder de vlag van deze imprint begon Byrne aan Next Men. Het was een realistische superheldenserie waar de tekenaar zijn ware aard in kwijt kon. Thema’s die in deze serie aan bod kwamen zijn zaken als seks, abortus, kindermisbruik, exploitatie en de effecten van superkrachten op het menselijk lichaam in een wereld die vrij goed lijkt op de onze. De serie was waarschijnlijk het beste wat John Byrne heeft gemaakt. Het was de goede mix tussen typische superhelden en kwalitatief goed drama zonder dat het deed denken aan een Marvel- of DC-comic.
Het was niet de enige creator-owned serie uit de pen van Byrne. Hij maakte voor Dark Horse ook Babe en Danger Unlimited. Babe had (natuurlijk) een bijzonder aantrekkelijke babe in de hoofdrol. Het meisje had aanzienlijke spierkracht en geheugenverlies. Na 4 issues waren haar avonturen voorbij. Danger Unlimited was Byrnes antwoord op de eeuwige vraag of een terugkeer bij de Fantastic Four nog in het vat zat. Marvel had al zijn goede werk teniet gedaan en met Danger Unlimited liet hij zien hoe de FF diende te functioneren. De personages waren nogal opzichtig gebaseerd op Marvels eerste familie. Hoewel oudere fans het werk wel amusant vonden, ging het grote publiek er toch aan voorbij.
De Legends-imprint liep sowieso op zijn laatste benen. Next Men was een financieel succes voor Byrne, maar het irriteerde hem dat hij de enige tekenaar was die maandelijks publiceerde. Frank Miller kon hem nog enigszins volgen door met enige regelmaat iets van Sin City te publiceren of een nieuw hoofdstuk van Martha Washington met Dave Gibbons te maken. Ook Mike Mignola kwam nog weleens met een nieuw Hellboy-deel. De rest haakte af.
Het jaar was 1994 en het werd tijd om Next Men even op pauze te zetten om zich te bezinnen. Helaas kwamen rond 1995 een hele boel mensen erachter dat ze belegd hadden in bedrukt oud papier waar lang niet zoveel belangstelling voor was als ze dachten. De zwermen aan comicbookkopers begonnen de shops te mijden, waardoor de vaste lezers achterbleven en de oplages kelderden. Er was geen reden meer om Next Men terug te brengen en Byrne keerde terug naar zijn eerste liefde. De superhelden van DC Comics en Marvel.
TERUG BIJ DE BIG TWO… KAN JOHN BYRNE HET NOG?
DC Comics verwelkomde John Byrne met open armen in 1995. De populariteit van John Byrne was nog steeds groot in deze jaren. Het probleem was echter dat hij in zijn eigen legende begon te geloven. Wonder Woman was in 1987 ook van een reboot voorzien door George Pérez. De comicmaker met Puerto Ricaanse roots was erin geslaagd om weer DC’s Amazone weer populair te maken bij de lezers. William Messner-Loebs nam de schrijverspen over en zorgde voor een amusante supporting cast en creëerde Artemis. Een figuur die heel populair werd bij de fans.

Byrne vond dat allemaal niet zo heel relevant. Hij kon niet om Artemis heen, maar verder verhuisde hij Diana naar een andere stad, waardoor haar supporting cast bijna geheel werd verwijderd. Byrne stortte zich op Wonder Woman en zette een driejarige run op waarin hij Diana liet uitgroeien tot een godin en haar liet plaatsnemen op de berg Olympus. Ondertussen kreeg haar moeder, Queen Hippolyta, de ruimte om het nodige te beleven op de pagina’s van de Wonder Woman-comic. Ze was, via wat creatief redeneren, eigenlijk de Wonder Woman uit de jaren 40 geweest. Het grootste bezwaar dat veel fans tegen zijn run hadden, was het feit dat Diana eigenlijk tweede viool speelde in de titel die haar naam droeg. Want wanneer haar moeder de spotlights niet stal, dan was het wel de Demon of een andere personage. Na het aanvankelijke enthousiasme van de fans waren ze ook wel blij toen Byrne er in 1998 al de brui aan gaf.
Tussen de bedrijven door speelde hij trouwens ook nog in Jack Kirby’s Fourth World-deel van het DC-universum. Al leverde dat geen spectaculaire resultaten op.
Maar Marvel kon zijn hulp wel gebruiken. In 1998 dreigde er een bankroet voor de uitgever en was men dringend op zoek naar manieren om meer lezers te trekken. Een van de oplossingen was het hervertellen van Spider-Mans origine. Het verhaal van Stan Lee en Steve Ditko werd door Byrne aangepast aan de moderne tijd in de comic Spider-Man: Chapter One. Of nee, toch niet… Hij hield grafisch gezien de sfeer van de jaren zestig aan en propte het verhaal vol met kleine onbenulligheden die gruwelijk stoorden.
In 1964 waren er ongetwijfeld vele Rolling Stones-fans te vinden onder de studenten van een middelbare school. 1998 was toch meer de tijd van de Backstreet Boys, N’Sync, Britney Spears en meer van dit soort popacts. Toch gaan Peter Parkers klasgenoten naar een concert van de Stones. Raar idee. Bovendien werden er op een nogal geforceerde manier allerlei moderne zaken in dit verhaal geschreven, zoals computers, en kreeg Peter Parker zijn spinnenkrachten door de combinatie van een explosie en een spinnenbeet. Deze versie van Spider-Mans ontstaan was lange tijd zelfs officieel.
Gelukkig herstelde men deze fout bij Marvel. Samen met Howard Mackie herstartte Byrne de The Amazing Spider-Man-serie in 1999 en deze zou hij 18 issues lang tekenen en incidenteel schrijven. Voor Ron Garney schreef hij ook een aantal issues van de nieuwe Hulk-serie.
X-Men: The Hidden Years

Maar het hoogtepunt van Byrne kwam in 1999, toen Marvel zijn pitch voor X-Men: The Hidden Years goedkeurde. Hiermee ging een lang gekoesterde wens in vervulling. Byrne was zich op een gegeven moment gaan irriteren aan de reputatie die zijn X-Men-werk had opgebouwd. Stiekem, heel diep van binnen, beschouwde hij de gezamenlijke run van hem en Claremont als iets wat nooit had moeten gebeuren. Er was niks mis met het X-Men-concept zoals dit ooit werd bedacht door Stan Lee en Jack Kirby, aldus nonkel Byrne. In de jaren tachtig had hij deze serie al eens voorgesteld, maar toen koos Marvel voor X-Factor.
Wederom koos Byrne er dus voor om een bestaande titel weer terug te voeren naar de periode waarop het, volgens hem, op zijn best was. Dat betekende dat het X-Men-team bestond uit de oorspronkelijke leden: Cyclops, Beast, Marvel Girl (Jean Grey), Angel en Iceman. De X-Men-mythologie die sinds zijn eerste periode op de titel was opgebouwd, kon Byrne niet afbreken. Maar hij koos ervoor om de verhalen te tekenen zoals die hadden kunnen plaatsvinden tussen X-Men #67 en de herstart in Giant-Size X-Men #1. In feite werd deze periode door Marvel gebruikt om oude X-Men-comics te herdrukken terwijl de nummering doorliep. Byrne maakte echter nieuwe avonturen. Natuurlijk was het een eindige serie, want uiteindelijk zouden de X-Men naar Krakoa worden gestuurd, waarna de cirkel rond was en lezers hun exemplaar van Giant-Size X-Men #1, waarin het nieuwe team werd voorgesteld, open konden slaan. Maar dan waren we, volgens Byrne, toch zeker wel 100 issues verder. Zover zou het niet komen. In 2001 zou de titel worden stopgezet omdat Marvel het aantal X-Men-titels wilde terugdringen en Byrnes titel te veel afweek van de andere comics. Dit maakte de tekenaar furieus omdat hij na 22 issues in feite al klaar was met zijn plannen.
In de jaren negentig betrad John Byrne het internet. Hij hing vaak virtueel rond op het forum van The Unofficial John Byrne Fan Page. Uiteindelijk maakte hij een eigen website waar hij ook een forum begon om te communiceren met zijn fans. Een nobel idee, maar ook een dat soms verkeerd zou uitpakken. John Byrne bleek niet al te zacht met zijn lezers om te gaan. Ook zorgden veel van zijn boude uitspraken nogal eens voor een rel. Meestal onterecht, maar in beeldvorming gaat het niet om of iets terecht is of niet. Zijn reputatie begon eronder te lijden…
DE NEERGANG VAN JOHN BYRNE
I was officially informed yesterday that, despite the fact that they are still profitable, several ‘redundant’ X-titles are being axed,” Byrne told the Comic Wire Wednesday morning. “X-Men: The Hidden Years is one of these, ending with #19. No one at Marvel was able to provide a reasonable explanation of why, in today’s marketplace, profitable books are being canceled. Since I have no interest in working for a company apparently so intent on committing suicide, I have terminated my association with Marvel Comics effective immediately.
Byrne nam met deze heftige quote ontslag bij Marvel en trok weer naar DC Comics. Daar maakte hij de Elseworlds-titel Superman & Batman: Generations. John Byrne werd gekozen om samen met de Britse ex-Python John Cleese de comic Superman: True Brit uit te werken, een verhaal waarin Supermans raket in Engeland landde in plaats van in de VS. De comic verkocht vrij goed, maar critici maakten gehakt van het werk van Cleese. De nieuwe serie Lab Rats kwam ook van Byrnes hand, maar was vrij snel weer stopgezet. Byrne waagde zich ook aan korte runs op Doom Patrol en Blood of the Demon.

Beide comics waren geen lang leven beschoren, maar waren ook de kille voorbode van zijn neergang. Zijn vastberadenheid om de comics zo dicht mogelijk bij hun oorspronkelijke versies te houden, sloeg niet meer aan bij de lezers. De magie van de tachtiger jaren was uitgewerkt. DC Comics wilde nog wel met hem werken, maar wees hem steeds vaker een co-schrijver toe.
In 2004 kwam het zelfs, na lang aandringen van DC-editors, tot een reünie van Chris Claremont en John Byrne. Beide heren maakten een JLA-verhaallijn getiteld The Tenth Circle. Maar er werd niet meer samen geplot en Claremonts rol bestond vooral uit het schrijven van de dialogen. Hierdoor werd de comic juist wat hun X-Men-run niet was. Een snapshot uit de Silver Age waarop het publiek niet meer zat te wachten.
Er volgde nog een korte run op Action Comics waarbij Byrne de scripts van Gail Simone mocht uitwerken. Input van hem op de plot was niet meer gewenst. Toen de uitgever zijn comic You Go Ghoul naar hem terugstuurde met een standaardbriefje, wist Byrne voldoende.
Met stille trom vertrok hij bij DC, waarna IDW hem onderdak bood. Daar mocht Byrne zich uitleven op titels als Star Trek, Jurassic Park en Angel en eigen creaties die geen lang leven waren beschoren. Ook startte hij in 2010 Next Men weer op en bracht daar wederom twee verhaallijnen van uit, die best aardig liepen in de winkel. Maar voor de rest liep het niet over.
In stilte leek zijn carrière te worden afgesloten, want na 2018 bracht hij niks meer uit op papier. Hij leek met pensioen te zijn en startte later dat jaar een X-Men-fancomic op die de aandacht trok van de hoofdredacteur van Marvel. Dat verhaal vertelden we in dit artikel.
X-Men: Elsewhen zal vooral heel veel van hetzelfde worden. Typisch Byrne met vooral veel plot en weinig karakterontwikkeling. En toch ga je het kopen wanneer je de jaren tachtig hebt meegemaakt.