Blijf op de hoogte
Geekster nieuwsbrief

Inschrijven

In gesprek met Saïd Boumazoughe over Paradise en meer

Vlak voor de release van Paradise, de nieuwste film van Saïd Boumazoughe die hij zelf bedacht en getrokken heeft, konden we samenzitten met hem. Het werd een interessant en uitgebreid gesprek over het maken van de film, inspiraties, evolutie en veel meer.

Jana: Dit was een passieproject voor jou, toch?

Saïd: Het begint eigenlijk gewoon met het feit dat ik altijd vrij revolutionaire, atypische projecten heb gespeeld. Vaak ook publieksprojecten, zoals ze worden genoemd. Dit wordt ook een publieksproject genoemd. Zagen we ook al bij Patsers. Ik wist: Oké, er is een markt. En ik hoorde gewoon de kreun van het volk, zeg maar. Want ik ben een kind van het volk ook. 

Mensen willen geëntertaind worden. Wij leven nu helemaal in een entertainmenttijdperk. En ik miste gewoon wat ik zag in onze buurlanden, in Frankrijk, Engeland, Nederland ook niet zozeer, maar Duitsland, UK, dat ze de cultuur hebben van actiefilms, actiehelden.

Er was het feit dat ik ben opgegroeid ben zonder actiehelden die op mij leken. De laatste Vlaamse actieheld was voor mij de Leeuw van Vlaanderen. Jan de Cleir, Daens. Dat zijn cultfiguren. Matthias Schoenaerts in Rundskop is toch wel een heel mooi Vlaams voorbeeld. Ook een inspiratiebron voor mij als acteur. En ik dacht: Oké, maar met wie gaat mijn zoon zichzelf associëren?

En als je kijkt naar de superhelden die in het Vlaamse landschap aanwezig zijn, die zijn niet zozeer divers. Maar zonder eigenlijk de slachtofferrolkaart te trekken dacht ik: Ik kan niet wachten tot een andere schrijver met dat idee gaat komen, want ik weet dat ze me nooit gaan casten daarvoor. Omdat ze me dat niet zagen spelen of trekken. Dat wist ik al. Ik heb heel veel nee’s gekregen. Of ik was niet toegankelijk genoeg voor een personage, of anders was ik niet Marokkaans genoeg om een Marokkaan te spelen.

“Ik wil nu beginnen mee te creëren, mee na te denken over de toekomst van de Vlaamse cinema.”

“Gaat hij wel bij het publiek passen? Is het publiek er wel klaar voor? Gaat hij wel een project kunnen trekken?” Maar ik heb dat door mijn ervaring, met al mijn rollen die ik heb gedaan, kunnen counteren. Toen wist ik: ik ben wel klaar genoeg.

Ik weet wat het is voor de schermen en ik weet wat het is achter de schermen. En dan is eigenlijk het project ontstaan tijdens corona, toen wij het allemaal moeilijk hadden. Ik dacht: Ik wil niet meer in deze situatie zitten. Ik wil niet meer afhankelijk zijn. Ik wil nu beginnen mee te creëren, mee na te denken over de toekomst van de Vlaamse cinema.

Omdat de Vlaamse cinema het internationaal wel goed doet, maar lokaal iets minder. Aangezien ik kom van een serie als Mocro Maffia, die wel cijfers tikt, van een Grond, The Best Immigrant, die wel viraal is gegaan op de socials. Hoe kan ik die viraliteit mee doortrekken naar de cinema? Terug de Vlaamse cinema hot maken, wat eigenlijk Patser ook vrij goed is gelukt. Maar ook een mooi voorbeeld van onze collega Robin Pront met Zillion. Het kan wel. Ik wil dan cinema terugbrengen naar het volk in plaats van een elitair ding, snap je? Dus eigenlijk in plaats van de elite te behagen, het volk behagen.

Ze hebben gewoon zin in een goeie popcornfilm. Het doet mij denken aan het tafereel van Breughel, het volksfeest. Vooral theater en later film waren meer een ode aan de burgers dan zozeer iets om de elite te behagen. Aangezien ik een Marokkaanse Vlaming ben en geen Vlaamse Marokkaan, omdat ik hier geboren en getogen ben – ik ben hier mijn vader kwijtgespeeld -, dacht ik: Wat kan ik als resultaat van de diaspora, als resultaat van een arbeidsmigratieproject… Want we zijn geen gelukszoekers. Ik ben nog een allochtoon, maar mijn zoon is een autochtoon, omdat ik hier ben geboren. Zijn ouders zijn eigenlijk niet meer van vreemde bodem, want ze zijn hier geboren. Dus hoe kan ik participeren aan die Vlaamse cultuur, aan die Vlaamse cinema? Hoe kunnen we terug een nieuwe Vlaamse held creëren? Dat was de insteek.

Dan heb ik een idee geschreven. Een soort Mad Max-achtig verhaal. Want het originele script was 140 pagina’s. Het was met actes en met hele bendes Mad Max-achtige personages…

En ik vroeg mezelf af: Hoe kan ik dit verkopen? Mijn grootste voordeel is dat ik door mijn carrière heen, omdat ik al meer dan 15 jaar bezig ben, ook mensen heb leren kennen. Dus Paradise is eigenlijk het resultaat van alle puzzelstukken die ik doorheen de jaren heb verzameld, tot nu, en samengebracht. En dat is eigenlijk voor mij het project dat ik nu heb gerealiseerd. 

“Paradise is eigenlijk het resultaat van alle puzzelstukken die ik doorheen de jaren heb verzameld.”

Ik moest wel de juiste partner vinden. En dat is A Team Productions, die toen het vertrouwen hebben gegeven. Maar ze hadden wel een co-producer nodig. Ik heb een grote fanbase in Nederland – wat de Vlaming niet weet – en ik heb een Nederlandse co-producer gevonden die mee erop is gesprongen. En zo hebben we eigenlijk met de juiste middelen gewoon dat kunnen maken. Zo is het ontstaan. 

En wat het mooiste hieraan is, is dat ik, in plaats van dat de regisseur mij cast, ik mee kon casten. Ik heb Clara gebeld. Ik heb Jamal Ben Saddik gebeld.

En dan hebben jullie ook een regisseur gevonden?

Dan ben ik in contact gekomen met Bob Collaers, die ik dan kende van Patser 1. Hij was toen productieassistent. Ik toen als debutant, hij ook als debutant. En de circle of life is eigenlijk dat wij, meer dan tien jaar later, gewoon samen een film hebben gemaakt.

En wat ook leuk is: hij is net vader geworden. Ik heb mijn kinderen en dat onze kinderen op een rare manier met elkaar verbonden zijn. Door de liefde van cinema. Ook al is hij Limburger en ik een Antwerpenaar, maar cinema… Je praat dezelfde taal: het is de taal van de camera, het is de taal van de kleur.

En dat is geen fonetische taal. Dat is een visuele taal, die we samen wel verstaan. En hij snapte mijn visie. Hij weet wat ik wou en hij gaf me ook die vrijheid. En ik heb hem ook technisch zijn ding laten doen en hij heeft me inhoudelijk mijn ding laten doen.

Ik wou ook geen actieheld maken die… Want er bestaat al een clichébeeld dat wij… Ik zeg het niet graag, maar er wordt al met een bepaald oog naar ons gekeken dat wij vrij macho zijn en dat wij vrij stoer willen zijn. Het was heel makkelijk om dit verhaal heel plat te maken met een Marokkaanse Vlaming die door de blok gaat en iedereen neerslaat. 

Wat mensen niet weten, is dat de vrouw een heel belangrijke rol heeft in onze tradities. Dus vandaar de moeder. 

Ja, dat vond ik mooi.

“Ik wou laten zien dat het niet uitmaakt vanwaar je komt. Waar een wil is, is een weg. En zolang je kunt dromen, is er een beweging.”

Vandaar de moeder en vandaar Clara ook. Twee vrouwen die ook meehelpen en die Souleyman, mijn personage dan, mee kracht geven. 

En waarom Paradijs? Dat is omdat ik ook gewoon zelf ben opgegroeid in een sociaal woonblok. Er werd ook op mij neergekeken, omdat ik naar school kwam vanuit het sociale woonblok. En dat was ook mijn ding. Ik wou laten zien dat het niet uitmaakt vanwaar je komt. Waar een wil is, is een weg. En zolang je kunt dromen, is er een beweging.

Ik dacht: Wie kan mij die tegenpolen geven? En ja, Clara Cleymans heeft net dat frêle… Hoe cool zou het zijn als we haar die rol geven? En dat de kijker eerst zegt: “Maar nee.”

Ja, dat ze ook onderschat wordt.

Ja, in haar korps, want zo begint dat ook. De een wordt onderschat door de maatschappij en de ander wordt professioneel onderschat met die opmerking. Die hebben we er bewust ingestoken: “Je gaat toch geen tuinkabouter in de voortuin zetten. Yasmineke…”

En ook een heel belangrijk gezegde bij ons is: De sleutel van het paradijs ligt onder de voeten van uw moeder. En alles gebeurt ook onder de voeten van mijn moeder. En “de weg naar het paradijs voelt aan als de hel”. Dante’s Inferno hebben wij ook als quote ingebracht in de film. En je hebt de zeven actes van Dante’s Inferno.

Ah ja, ik ken het boek niet zo goed.

Ja, ik ben daardoor geobsedeerd. Je hebt de zeven actes en vandaar de zeven verdiepingen naar de hel. En in de hemel heb je zeven lagen, maar je hebt ook zeven lagen in de hel. Dus eigenlijk is de hel upside down en je hebt licht op het einde van de tunnel. 

En ook Sulayman in de religie – in de islam, het christendom en ook in het jodendom – is een profeet die kon praten met dieren en met de geestenwereld. Dat was zijn kracht. En vandaar de dierennamen [van de personages]: Leeuw, Arend… En Souleyman is eigenlijk daarop geïnspireerd. Tijdens het schrijven dachten we ook: Gaan we hem Mokroman noemen? Nee, Souleyman, rijmt op Superman, Batman, maar je hebt gewoon Souleyman. 

Maar ik wilde ook dat de kracht van de vrouw kwam. En ik wilde hem eerst heel breekbaar neerzetten. Ik heb hem ook bewust uit de gevangenis laten komen. Want in een van de eerste scripts kwam hij eerst uit het leger, maar dat was dan meer Rambo.

“Ik wou eigenlijk weten hoe ik kon vertrekken uit de grootste clichés die er zijn en dat allemaal gewoon kapot maken met heel veel saus.”

Ik ben een heel grote fan van Sylvester Stallone. Ik adoreer zijn parcours. En dan was het zoals Rambo, First Blood, militair. Ik wou eigenlijk weten hoe ik kon vertrekken uit de grootste clichés die er zijn en dat allemaal gewoon kapot maken met heel veel saus. 

En vandaar ook dat we doelbewust hebben gekozen voor dat Berbers. De Vlaamse kijker lijkt eerst meer verwant met Clara, het korps. En de Marokkanen zullen helemaal mee zijn met het mamaverhaal. Er is een film A Prayer Before Dawn. Dat is eigenlijk over een Engelsman die in een Thaise gevangenis zit. In de eerste 10 minuten van de film spreekt die alleen maar Thais, zonder ondertiteling. En je zit mee in het hoofd van die speler, en dat vond ik super. Dat wou ik ook een beetje creëren. Dat Berbers voelt heel vreemd aan, maar is ook heel belangrijk. Dat is heritage, dat is de identiteit. Maar na een tijd groeien ze naar elkaar toe. En het feit dat hij kiest om Yasmine te redden en samen naar boven te gaan. Eigenlijk boven zijn eigen moeder, wat eigenlijk not done is. 

Die opmerking heb ik dan ook gekregen in Nederland. “Hoe kies jij dan voor een flik en niet voor je moeder?” Daar gaat het om, het gaat om verbinding. Ik wou echt een verhaal samen vertellen. We hadden ook een screening in de gevangenis. Ik heb daar twee voorstellingen gedaan. En er kwam een cipier naar mij en die zei tegen mij: “Ja, ik voelde wat Yasmine voelde en ik voel wat de gevangenen…” Dus zij maakte de associatie van de vrouwelijke cipier die in het begin niet door dezelfde deur kan als haar gevangenen, maar omdat die er zo lang zit en die creëren een band, kunnen ze wel door dezelfde deur. En dat wou ik creëren. En dan weet je: los van het geweld en de actie – wat ook het maakt, het is een genre – maar er zit ook wat vlees aan het verhaal. Het is geen platte kak. 

Ja, ik snap het. Ik moet daardoor denken aan een quote die ik eens gehoord heb van Adil en Bilal, denk ik, die zeiden dat als ze op de filmschool aankwamen, zij vooral actiefilms wilden maken, maar dat was zo geen ding toen op de filmschool. Jij had dus een beetje hetzelfde gevoel? Toen je het idee had, wist je dat het direct een actiefilm zou worden? Dat was wel wat je voor ogen had met het verhaal?

Ja, tuurlijk. Het is begonnen vanuit een actiefilm, maar hoe kan je een actiefilm menselijk maken? Dat is het ding. Je kunt een actiefilm maken, maar wij hebben die cultuur niet van actiefilms. Ik hoop wel binnen dit en tien jaar dat je een vertakking krijgt. Ik weet niet of je The Raid kent?

Ja, ik ging hem vergelijken met The Raid. 

Maar The Raid is een vertakking van Oldboy. Dus omdat je Oldboy hebt, heb je een vertakking van alle subgenres in die actie. Dus het kan zijn dat een of andere jonge regisseur mijn film nu gaat gebruiken als inspiratiebron om zijn verhaal te vertellen. Dan heb ik kapstokken nodig. Ik ga ook eerlijk zijn: dit verhaal zou er nooit zijn geweest als Patser er niet was geweest. Die heeft voor ons de deur geopend en heeft ons geïntroduceerd aan de Vlaamse cinemakijkers. 

Mijn vader zaliger is ondertussen al lang gestorven, maar hij was een heel grote liefhebber van actiefilms. Een van de allereerste actiefilms die ik heb gezien, in mijn ogen dan, was Ben Hur. De originele Ben Hur, hè. Met de Trojaanse gevechten. En ik zag ook al waarom mijn ouders, grootouders, hielden van actiefilms. Ik ben opgegroeid met Sylvester Stallone, met Conan the Barbarian, Time Cop, Terminator. Als je kijkt naar de film, hij is ook een beetje zoals in die films. 

En Bob Colaers zijn doel was om de verdiepingen visueel anders maken. Wat ik niet wil is fight, fight, fight. Elke verdieping moet eigenlijk zijn laag hebben, zijn kleur, zijn andere stijl, andere techniek. Een camera die ook interessant blijft om te kijken. En ook de muziek. Dat is een heel belangrijk…

Ja, dat vond ik ook wel een leuk moment. In een bepaalde scène, dacht ik, speelde er een liedje van De Strangers. Dat vond ik ook heel leuk gedaan.

“[Het gebruik van een Strangers-liedje] is ook een knipoog, maar er zitten ook meerdere gelaagdheden in.”

Bob kwam eigenlijk met dat nummer af. Hij was met zijn kind Handjes draaien aan het zoeken. We wilden oorspronkelijk een liedje gebruiken van Margriet Hermans, maar dat paste niet. Iedereen in de zaal, ook in de gevangenis, iedereen vindt dat zalig. Het is ook een knipoog, maar er zitten ook meerdere gelaagdheden in. 

Enerzijds de verrijking van de Antwerpse cultuur, want ik ben met De Strangers opgegroeid. Maar ook de connotatie die heerst rond De Strangers. Het racisme, dat ze vrij rechts waren, maar wij zijn daarmee opgegroeid. En hoe kun je Vlaamse klassiekers terug erin steken?

En ook die scènes kauwbaar maken. Je kunt alleen maar die scène aanvaarden omdat er een Strangers-song wordt afgespeeld. Min plus min is plus. En daar gaat het om. Het is een rollercoaster. Ik heb gisteren een screening gehad, en dan in de gevangenis en dan in Nederland reageerden ze helemaal anders. Het is eigenlijk een nieuw genre. Je kunt het met geen enkele Vlaamse film vergelijken.

Dat vind ik ook wel leuk. Wij zijn bij Geester ook altijd fan van genre. De films of de series die iets anders doen. Meer scifi of actie bijvoorbeeld zoals Patser. Dat vinden we zelf ook wel tof om te steunen. En dat dat er inderdaad ook wat meer in komt [in de Vlaamse cinema]. Ik vind ook dat dat niet tot Amerika moet beperkt blijven. 

Nee, maar we brengen Amerika nu naar hier. 

En ik vind soms inderdaad dat er nog te weinig ruimte voor gemaakt wordt.

Ja, maar je hebt ook mensen nodig. Weet je wat het is? De klassieke titels zijn aan het morphen, aan het vervloeien. De klassieke acteur bestaat niet meer. De klassieke regisseur bestaat niet meer. Zeker in andere tijden van streaming. Ik noem het nu allemaal artistieke ondernemers. Je moet een bepaald ondernemerschap hebben om dat te kunnen doorduwen. 

Want een droom hebben is één ding, maar niemand gaat werken voor jouw droom. Niemand gaat jouw droom kopen. Je moet het verkoopbaar maken. Je moet ervoor zorgen dat mijn droom ook jouw droom wordt. Dan kunnen we samen dromen naar iets. Maar ik kan niet zeggen: “Dit is mijn droom en jij, kom.” Dan gaat de helft zeggen: “Hé [maakt wegwerpgebaar]”. Dus nee, het is ook de juiste mensen zoeken die daarvoor openstaan. En ook met een beperkt budget. 

Het is gewoon een supercoole film met een heel gepassioneerde crew. We hebben dit gedraaid op nog geen 25 draaidagen. Eigenlijk 27 met de reduced crew, maar eigenlijk 25 met de voltallige crew. En ik heb alle stunts zelf gedaan.

Ah ja, oké, dat wou ik nog vragen.

Ja, ik heb alle stunts zelf gedaan. De voorbereiding was ook intens, want ik ben bewust zelf twee keer in de ring gaan staan. Als professioneel boxer en als professioneel kickboxer. Ik heb gevochten tegen professionele vechters om gewoon de defeat mee te maken. Anders kun je geen spijt spelen, anders kun je geen vechter spelen. Dat speel jij niet, dat ben je. En ik heb geleerd door mijn personage, maar dat is ook omdat ik een autodidact ben. 

“In dezelfde blok waar we hebben gedraaid, was ik ook ooit het probleemkind. Dus voor mij was dat een circle of life.”

Ik ben een beetje method actor daarin. Ik ben niet klassiek geschoold. Mijn vader was geen acteur, hij was een arbeider. Onze moeder was ook een huisvrouw, die vijf kinderen moest grootbrengen in een sociale woonblok. En ik was die kleine jongen die dan voor de deur ging vechten tegen andere dealers, die zijn deur moesten gaan beschermen. Die twee keer uit het raam moest kijken: ‘Zijn die jongens daar in de buurt?’ Dat ik soms naar die kelder ging en dat ik daar mensen zag slapen of gasten die aan een gestolen brommer bezig waren. Dus die blok is niets nieuws voor mij. En in dezelfde blok waar we hebben gedraaid, was ik ook ooit het probleemkind. Dus voor mij was dat een circle of life. 

Maar alles wat je hebt gezien, heb ik zelf gedaan. Het hangen aan het gebouw, dat heb ik zelf gedaan. Alles wat je ziet. Door de tafel gaan. Maar ja, ik train ook al lang. En ik wil ook laten zien van… 

Ja, maar nu moet ik oppassen wat ik zeg. Anders is het mijn ego. Maar ik zie weinig acteurs doen wat ik heb gedaan. All-in. Gaat niet. Alles moet bedacht zijn. Bij mij is het: Oké, wat is deze scène, en we spelen dat. Soms met risico voor eigen leven. Maar dat maakt de film. En je voelt dat ook.

En bijvoorbeeld die stunts, is dat ook iets dat je al in het script stak? Of was dat eerder in het moment?

Nee, nee. Maar die stunts waren groter, waren langer. Op een gegeven moment ging ik veel in de trappenhal. Deuren, muren, kasten. Er is maar één tafel overgebleven, maar eigenlijk zou ik door een hele keuken… De film was wel ziek. 

Zo crazy was die leefwereld. Het is niet echt een droom, maar het is een universum zoals ook John Wick zijn eigen universum heeft, The Raid eigenlijk ook zijn universum. In Koreaanse films kunnen ze dat goed creëren, die wereldjes. Er is bijvoorbeeld net The Furious uit.

Ja, ik heb hem nog niet gezien. Ik wou hem wel zien, want ik had de trailer gezien en hij zag er wel zot uit.

Ja, die regisseur is mij recent beginnen te volgen. Kenji Tanigaki. En voor mij was dat een grote erkenning. 

En ook een van de mooiste complimenten die ik heb gekregen was tijdens het draaien in de blok. Een van die kleine kindjes die kwam kijken en zei tegen mij: “Dank u.” En dat hij de deur opende en niet geloofde dat ik hier was. En dat hij iets had om mee te stoefen op school. In plaats van dat hij zich schaamde voor de blok, had hij iets om naar uit te kijken. Om te kunnen showen: die zijn in mijn blok aan het draaien. En dat was voor mij wel een ding. 

En het feit ook dat er in de gevangenis mensen aan het huilen waren bij scènes waar normaal gezien gelachen wordt. De gevangenen die mij zijn komen bedanken. En dat is wat film kan maken. Het kan mensen bij elkaar brengen. Het feit dat ik op een gegeven moment rechts kijk en ik zag een cipier en een gevangene gewoon samen kijken naar een film. Alle titels…

Vallen weg.

Ja, worden flou. Film kan ons ontkleden. Het kan ons aankleden, maar ook ontkleden. Dus dat was eigenlijk mijn missie. 

En de DOP heeft dat top gedaan, Steven van Volsem. Dat is ook zijn debuut, zeg maar, voor een langspeelfilm.

Want die kleuren, dat vond ik…

Dat is Alain De Jong. Hij staat eigenlijk op een Ketnet-set en is heel goed bevriend met Steven. En hij zei: “Saïd, ik werk al 30 jaar in de industrie: Eindelijk. Rock and roll terug in de Vlaamse cinema.” En ja, als ik zo’n dingen hoor, ja… 

Ja, da’s voldoening.

Maar je hebt iemand nodig… Het is eigenlijk blijven porren in die wespennest tot er iets van komt. Blijven porren, porren, porren. En om honing te hebben, moet je ook voorbij het bijennest. 

Dat is waar.

Dat is de story of my life. Ik ben hier ook niet bang om te vallen.

Je moet proberen.

Ja, maar vooral riskeren. Als je komt van niks, is alles gewonnen. Daarom heb ik hem ook laten vertrekken van de gevangenis, van het cliché, het beginscenario dat hij de politie neerslaat.

Dan zeiden ze: “Dat is wel heel cliché.” Maar ja, we vertrekken van dat cliché. En als je vertrekt van het begin van de film, naar het feit dat ze elkaar omhelzen en Yasmine hem bedankt. Dan maak je een boog.

Ja, dat vond ik inderdaad wel mooi gedaan. Voor mij als vrouw is dat dan inderdaad ook tof, want ik ben zelf niet groot, dus iemand als Clara, ik identificeer mij daar snel mee. En zoals ik al zei, ook het feit dat de moeder eigenlijk het belangrijkste is. Ik vind soms dat er in films een beetje te veel al een love interest erbij wordt getrokken. Maar iedereen heeft familie. Ik vind familie zelf het belangrijkste. Dus dat vond ik ook een mooi aspect.

Bij ons is er eigenlijk de uitdrukking: “Eerst je moeder en op de tweede plaats je moeder en op de derde plaats je moeder en dan pas je vader.” Moeder, moeder, moeder. Ze zeggen: “Als je een generatie wil traumatiseren, moet je beginnen bij de moeder.” Een getraumatiseerde moeder zorgt voor getraumatiseerde kinderen en getraumatiseerde kinderen zorgen voor… En hoe ga je dit tegengaan? Hoe zorg je ervoor dat dat generationele trauma niet wordt doorgegeven? En dat is het ding. 

Vroeger was ik nummer zeventien op de callsheet… Sylvester Stallone heeft dat ooit mooi uitgelegd: “Before Rocky, I was just atmosphere.” We waren gewoon atmosfeer. En dat wou ik niet meer zijn. Ook omdat ik vader ben, ik wou iemand zijn voor mijn kinderen. Ik vroeg ook acteurs uit mijn omgeving. Bijvoorbeeld is Salahdine Ibnou Kacemi, die speelt Musa. 

Ja, die was heel goed. 

“Ik wou ook niet voor de klassieke namen gaan [qua cast]. Ik wou ook de kijkers laten ontdekken.”

Ja, die speelde Musa. Ik zag gewoon dat hij ook niet zoveel kansen kreeg. Ik wou ook niet voor de klassieke namen gaan. Ik wou ook de kijkers laten ontdekken. Die guys in de winkelkar, Chino en Hamza. Ja, je had wel Young Mavu die erbij was. Wie nog? Jamal Ben Saddik. Achmed Akkabi.

Ja, ik als millennial was direct aangenaam verrast.

Ja, Het Huis Anubis. Maar met hem heb ik lang Mocro Maffia gedaan. We probeerden op verschillende doelgroepen te mikken. Op de klassiekere… Je hebt Clara Cleymans, maar ook een Ben Segers, een Ward Kerremans. Ook allemaal uit mijn entourage, zeg maar. Alex Agnew, Toby Alderweireld ook.

En hoe was het om met Clara samen te werken bijvoorbeeld? 

Fantastisch.

Had je al met haar samengewerkt?

Nee, nooit. Ik kende haar gewoon. Lang al. En ik dacht: Ofwel ga ik iemand kiezen als een Bond, bij wijze van spreken. Er waren verschillende acteurs die op het lijstje stonden. Maar ik wilde voor iemand gaan die heel klassiek geschoold is, waarvan de kijkers denken dat die totaal niet in het genre past.

Ik heb veel met haar gesproken. Ik wist dat zij een bepaalde rust gaf. En ook qua fysicaliteit. Ik ben redelijk groot, maar ik ben niet de grootste. Ik had ook iemand nodig die naast mij frêler was. Belle en het beest. 

Saïd Boumazoughe Paradise
Jana met Saïd na het interview

Ja, contrast. 

En respect naar haar toe, want ze heeft twee maanden voor de shoot haar elleboog gebroken. Ze was omvergereden met de fiets. En ze heeft gewoon op twee maanden tijd kunnen revalideren. 

Maar ik wil met nog zoveel mensen samenwerken. Dit is maar een topje van de ijsberg van de mensen die ik heb in mijn rugzak. 

In bijvoorbeeld Nederlandse films, in Amerikaanse films, gebruiken we cameo’s. Dus ik wou niet per se een acteur vragen om die cameo’s te spelen. Toby, het was zijn droom om in een film te spelen. Alex Agnew en Andries Beckers zeiden: “Amai, dat is een droom die werkelijkheid wordt. Wij worden eigenlijk nooit gevraagd voor een film.” Het is een atypische film. Maar dit soort film leent er zich ook toe.

Ja, in een ander soort film zou dat een beetje raar zijn. Maar hier past dat inderdaad wel goed. En de stuntchoreograaf was ook iemand die je kende?

Rafik BoBo, inderdaad. Hij is eigenlijk in hetzelfde sociale woonblok als ik opgegroeid. Hij deed vroeger parkour. Hij heeft nu een grote carrière als stuntman in Nederland.

Is dat dan vooral een samenwerking? Want je had al gezegd dat je sommige dingen in het script al geschreven had, maar als hij erbij komt, heeft hij misschien andere ideeën?

Nee, voornamelijk de DOP, dat was Steven van Volsem. Dit is ook zijn eerste actiefilm. Dus ja, je moet die bewegingen kennen en dan is er ook haalbaarheid. We hebben ook choreo’s moeten schrappen. Als één scène uitloopt, heb je nog maar zes uur om nog twee choreo’s te draaien, verschillende hoeken, dat licht moet goed zitten…

We hebben een studio nagebouwd in Ravels. Die staat naast de duikboot van Torpedo. Het was zoeken naar de juiste balans. We hebben in de studio gedraaid omdat we vaak in hetzelfde licht konden draaien. Het exterieur hebben we gedraaid in de blokken.

Het zag er allemaal heel goed uit. En ook het gebruik van kleur vond ik heel tof. Dat is tegenwoordig zeldzaam.

Maar vind jij dat de film lijkt op Patser?

Visueel bedoel je? Niet echt.

Gewoon in het algemeen.

In het algemeen? In het opzicht dat het allebei actiefilms zijn, maar…

Is Patser een actiefilm?

Het leunt er toch dichter tegenaan dan wat we voordien gezien hadden. Maar dit is wel echt actie, zou ik zeggen. Maar dat viel mij wel op, die kleuren dus ik denk niet dat dat bijvoorbeeld…

Maar het is ook wel dezelfde DOP. Want Steven van Volsem deed ook steadicam voor Patser. Hij heeft alle Patsers gedaan. Dus vandaar misschien de swipes die heel dynamisch zijn.

Ja, dat viel mij op zich niet echt op. Ik had niet het gevoel dat ik dat al een keer gezien had. Voor mij paste dat wel. En ik vond het ook al tof omdat tegenwoordig veel films nogal grijs zijn. En ik vond het leuk dat dat er echt uitsprong. En ook het contrast. Dat vind ik ook iets belangrijks in een film. Dat het ook een beetje de echte wereld toont, want er is hier overal kleur en dat is soms wat te veel afgevlakt, vind ik. Ik zou hem dan niet direct met Patser vergelijken, maar eerder met iets zoals The Raid.

“Mijn grootste inspiratie was The Raid. Maar ook Game of Death met Bruce Lee.”

Ja, The Raid. Mijn grootste inspiratie was The Raid ook. Maar voornamelijk ook… Ik weet niet of je bent bekend met Bruce Lee? De film Game of Death. Daarin vecht hij tegen Kareem Abdul-Jabbar, de basketter. Dat is een heel bekende scène. Dan moet hij iemand gaan redden en gaat hij ook in een soort gebouw en per verdiep is hij aan het vechten. En op het einde vecht hij tegen Kareem Abdul-Jabbar. En je ziet Bruce Lee, een mannetje van 1,60 meter, tegen Jabbar. Dat was de inspiratie voor Jamal Ben Saddik en ik. Dus David versus Goliath. Dat de kijker zou zeggen: “No way.”

Samen met Bob hebben we dan beslist dat die kracht vanuit de moeder kwam. Dat je dat ook voelde. En vandaar ook het gedicht: “Jij die lege aarde zaait. En wat probeer je ervan te oogsten? Jij die tussen slangen…” Dus heel dat gedicht dat terugkwam.

Ik ben blij dat dat poëtische erin zit. Mijn achtergrond is ook theaterspeler en theatermaker. Dus we hebben daar ook het theatrale mee proberen… Een beetje operesk, moderne opera.

Ik snap het. Ik heb ook de filmpjes van behind the scenes gezien op de socials. Dat was ook wel leuk, want ik vind dat we dat ook nog te weinig krijgen, wat inzicht in hoe een film echt gemaakt wordt. Ook voor mensen die dat dan willen doen. Ik vroeg mij af: Mochten gewone mensen op de set rondlopen, wat zou hen verbazen of bijblijven? 

De tijd en de toewijding die erin kruipen en de risico’s die we nemen. Veel mensen komen op de set en zeggen: “Wow, ik wist niet dat dat zo was.” De verschillende takes, de tijd. Want de grootste vijand op de set is de tijd. Het geduld dat moet je hebben voor een scène. Het is een samenspel. Ook de manier waarop we de film hebben gemaakt… Bijvoorbeeld alle shots met alle scenes tussen mij en Clara in de wandelgang, is allemaal one shot.

Ah ja, dat is juist. 

Dat is een heel spel dat we dan hebben gespeeld omdat we geen tijd hebben voor die tegenshots. We hebben daar geen tijd voor. Ik was blij dat Clara ook een heel technische speler is. Als jij op die mark staat, dan kunnen we dit, dat. We kunnen echt spelen. Heel veel shots zijn one-takers.

Ik weet dat dat in sommige films op voorhand al zo bedacht wordt. Om het zo te gaan doen. Maar hier was het dus vooral… 

Situationeel gewoon. Ze hebben een decoupage ervoor gehad. Maar soms moet je je ook aanpassen aan de situatie. Maar ik ben blij dat ik daar mijn hoofd niet moest over breken en dat ik kon overlaten aan Bob. Ik denk dat dat Bob zijn verdienste is.

Maar je moet ook durven. Je moet durven Jamal Ben Saddik te vragen. Durven doen. Op een gegeven moment waren er twee geiten. Dat was een ingeving toen ik aan het rijden was naar de set. En ik zag die twee geiten. En omdat ik opgegroeid ben met La Haine bijvoorbeeld, dat die koe… Heb jij La Haine gezien? 

Nee, dat heb ik nog niet gezien.

Dat is een cultfilm. In La Haine komt er een koe voor. In Les Misérables komt er een kleine leeuw voor. Dus ja, in heel veel films die ik heb gezien, komen er dieren voor. En door die geiten accepteer je ook in één keer alles wat er in die blok gebeurt. Dan weet je: Oké, het is een gekke blok. Dan aanvaard je alles. 

Als we nu in deze scène drie kippen laten rondlopen, dan accepteer je alles. En als de bartender in één keer op de tafel gaat springen, dan zeg je dat het een zotte boel is. Dat wist ik. We hebben iets nodig om dat weg te trekken.

Is er iets wat je nu meegemaakt hebt op de set, dat je zou meenemen naar volgende projecten? 

Nee, want alles wat ik heb gedaan op de voorgaande sets heb ik meegenomen naar deze set. Dit is gewoon mijn traject. Laten zien dat je met mij kunt werken. Dus eigenlijk niet meenemen, maar voornamelijk laten zien dat je me kunt vertrouwen op dit project. Ik kan het dragen, ik kan het duwen. Met mij kun je naar de frontlinie gaan. Ik kan ook mee een project verkopen.

“Ik zie dus altijd maar één ego, en dat is het ego van het verhaal. Dat is het grootste ego op de set.”

Ik heb op een set gestaan in Saudi-Arabië, Desert Warrior. Ik heb daar stunts gedaan met paarden. Ik heb daar op een set moeten staan als nobody. Ik heb Patser 1 en 2 gedraaid, waarin ik drie personages speel. Leren spelen met jezelf. En bij elke set heb ik ook gezien: Wie zijn de dragers hier? Hoe verhoudt een nummer één op de callsheet zich tegenover de rest van de cast en crew?

En ik was de trekker in dit verhaal. Niemand heeft opgegeven omdat ik mijn ego aan de deur heb gelaten. Ik zie dus altijd maar één ego, en dat is het ego van het verhaal. Dat is het grootste ego op de set. 

Noureddine Farihi zaliger heeft me altijd één ding geleerd en dat is dat het eindresultaat telt. Wie of wat, hoe of wanneer of waar, we don’t give a fuck. Sorry voor m’n taalgebruik. Maar het is het eindresultaat dat telt. Dat zien de mensen. Ik kan best met opportunisten aan tafel zitten. Geen probleem. Zolang we allemaal maar hetzelfde doel hebben. Dan mag iedereen opportunist zijn op de set.

Dat was waarschijnlijk wel een heel andere ervaring dan, op zo’n grote set?

Ja, maar daar word je wel behandeld als talent.

Oké. Dat is weer helemaal anders dan?

Ja, amai, daar werd ik op handen gedragen. De mooiste verwezenlijking is dat de regisseur, Rupert Wyatt, eergisteren nog heeft gereageerd op mijn verhaal. [Neemt gsm]

Ja, ik denk dat de film hier niet uitgekomen is, toch?

Hij is hier niet uitgekomen. Kijk, Rupert Wyatt Official. “Sending all my love and such deserved congratulations dear Said.. What a talented and passionate force you are.”

Amai, dat zegt wel veel.

Een van mijn grootste Vlaamse inspiratiebronnen is Peter Van den Begin. Als ik zie waar hij staat qua plezier in zijn carrière. En wat hij nu allemaal aan het doen is. Dat is waar we naartoe willen gaan.

En hij doet ook van alles.

Ja, maar ook: hij is een speler. Hij gelooft elke rol die hij speelt. Voor mij ook, als iemand van Antwerpen, dat is een heel mooi voorbeeld. Sven de Ridder ook. Die mensen zijn voor mij legends.

Ik heb ook Sven de Ridder bezig gezien op de set. Ultieme professionals. Dat is waar het om gaat op de set. Je valt niet op. Je bent misschien een grote naam, een zware naam, maar je moet niet opvallen op de set. Als je dat kunt, dan ben je… Champions League.

Het is nu misschien al wat vroeg om over het volgende te praten, maar denk je dat je nog ideeën in je hebt om bijvoorbeeld een project weer zelf te trekken?

Ja, ik ben al bezig. Ik ben al bezig met een serie ook. En ook twee films die we willen maken. Maar it’s all about the numbers. Eerst hopen dat we een beweging kunnen creëren in de Vlaamse cinema. Als ons dat is gelukt, dan hebben ze ook geen poot meer om op te staan om ons te negeren. Anders was het leuk en tof. 

Is er een bepaalde scène of moment dat je zelf het leukste vond?

Ik vond heel de film leuk. Ik was mij gewoon aan het uitleven. En ik mocht spelen. Wat vond jij van mijn spel?

Ja, goed. Ik had gelezen dat je een superheld wou maken, maar ik vond net het feit dat hij een gewone mens was leuker dan bijvoorbeeld een Jason Statham-achtig type.

Nee, dat wou ik niet.

Dat vond ik daar inderdaad goed aan. En ook dat je wel kwetsbaarheid durfde te tonen, dat verkleint de afstand. Dat vond ik daar echt wel goed aan.

Dat was ook moeilijk om te spelen. Dat was een van de meest uitdagende rollen. Het was niet makkelijk. Ja, ik moest eerst een cliché doorbreken en dan het spel. Dus ik hoop echt wel dat ze dat beseffen. Dat ze mijn spel niet gaan negeren.

Ja, ik snap het wel. Zeker als het een actiefilm is. Bij sommige acteurs lijkt dat wat ondergeschikt. “Ik ben hier eigenlijk voor de gevechten, want dat is wat ik doe.”

Dat wou ik niet. Over vijf jaar. Na zeven films in dit genre kan je dat misschien spelen. Emotieloos. Daar zijn we nog niet klaar voor.

Het is wel het ankerpunt tussen alle zottigheid.

Ja. Ik wou de kijker geruststellen met mijn spel. Wat jullie voelen, dat voel ik ook.

“[Bij John Wick] zeiden ze: Never touch a man’s dog. Wij zeggen: But also never touch a man’s mother.”

Dat was ook het mooie moment bij John Wick, dat hij z’n emotionaliteit toonde via zijn hond. Fucking random, maar het raakte hem wel. En het raakte ook ons. En dat vond ik mooi gewoon, die vergelijking met John Wick. Zij zeiden: Never touch a man’s dog. Wij zeggen: But also never touch a man’s mother. En dat vond ik leuk. 

Bob gaat nu, want ik kan niet gaan, hij wordt nu…

Ah ja, op een festival toch?

Ja, we zijn al op Fantasia Filmfest, en nu gaat hij op Fantasyfest in Austin, Texas getoond worden. Het is een genrefestival. Ook in Australië wordt hij gereleaset, Zuid-Korea, Polen. Dus internationaal is hij wel zijn distributie aan het doen. 

Ja, ik denk dat het misschien wel makkelijker is voor een actiefilm om een breder publiek te bereiken dan de typische Vlaamse films. Want wij kijken ook, zoals gezegd, Koreaanse actiefilms. 

Tuurlijk, wij vinden dat leuk. In Vlaanderen iets minder, want hier scoren actiefilms iets minder, omdat wij dat niet gewoon zijn. De laatste Vlaamse vechtfilm was She Good Fighter.

Ja, dat is wel even geleden.

Dat is al van ‘97, ‘98, bijna 30 jaar geleden.

Je had bijvoorbeeld ook zoiets als Cool Abdoul, maar dat draaide toch minder rond het vechten.

Nee, maar Cool Abdoul is een autobiografie.

Ja, dat is nog wel in die wereld, maar helemaal anders.

Maar dit is fictie. Vlaamse fictie. Dat is nog iets anders. Ik kan Cool Abdoul niet vergelijken met dit. Dat is een heel andere arena, een ander verhaal.

Nee, dat is waar.

Nee, maar ik ben blij. Ik ben verschoten. Dat doet me deugd, dat je het een goeie film vond.

Het is een beetje zoals bij jou. Mijn vader was ook heel grote fan van actiefilms. Hij is intussen gestorven en dat is ook waarom ik denk dat ik dat genre blijf opzoeken.

Tuurlijk, dat is gewoon nostalgie. En ik mis dat. Wij maken echt heel mooie films, internationaal. Ik ben nu benieuwd wat de reactie zal zijn. Tot nu toe waren die altijd wel goed. Ik ben benieuwd wat het gaat doen in de cinema, wat de beweging gaat zijn.

Ik vind dat nu wel echt een film waarvoor je naar de cinema moet. Want inderdaad, zoals je zegt, een beetje een popcornfilm, maar dat komt toch anders over thuis.

Ja. Ik heb hem nu al bijna 25 keer gezien en ik kan hem blijven zien. 

Ja, het soort film inderdaad. Ik heb vaak met actiefilms…

“Ik zie ook waar het is misgelopen in sommige scènes. Dat hoort erbij. Er zijn ook heel wat bloopers.”

Ja, je kan die blijven zien. Ik ken het tot in de details. En ik zie ook waar het is misgelopen in sommige scènes. Dat hoort erbij. Er zijn ook heel wat bloopers. Ook tegen Jamal Ben Saddik heb ik klop op mijn neus gehad. Helemaal op het einde, als hij mij zo helemaal in elkaar bokst, dan heb ik er twee gekregen die op mijn neus gingen. Het shot waarin ik word verstikt, en wanneer ik die salto doe, gaan die kralen gewoon kapot.

Of dat ik het wel heb gedaan, maar de camera niet juist werkte. Vechtscènes waarin ik de stokken tegen mij kreeg. Ellebogen. Dat was wel stevig. In die kelder ook, schoenen tegen mijn kop gekregen. Dat een van de acteurs zich vergist en in plaats van een dummy stok te gooien, een echte ijzeren stok naar mij gooit.

Ja, soms zit je in een urge. En we hebben een stuntcoördinator, maar ja, je kunt niet alles controleren. Normaal gezien heb je zes maanden voorbereiding. Zoals een The Furious, of John Wick, die bereidt zichzelf eigenlijk zes maanden voor voor een film. En alleen maar dat.

Ja, dat wilde ik inderdaad ook nog vragen. Je zei dat je wel al achtergrond hebt in vechten, dus je had daar wel al een voorsprong, maar moet je je dan toch nog fysiek specifiek voorbereiden?

Ja, want ik heb me zelf betrapt dat ik oorspronkelijk ook wou kuren en Souleyman een “Rundskop” wou maken. Maar toen dacht ik: Nee, want de rest is al vrij groot en breed. Als ik ook nog vrij groot en breed was, dan is het een clash of the titans, terwijl het dat niet moest zijn. Het moest David versus Goliath zijn. 

Dus ik heb me vooral nog mentaal voorbereid. En fysiek kan je het vergelijken met een dansfilm. Het is ook nog choreo. Die choreo’s hebben we dan getraind. Ik heb het ook bij het VAF moeten uitleggen: “Het is een dansfilm. Een dansfilm heeft ook een intro, een midden, een slot, de final dance. De choreografie, de schoonheid, de art zit er in beeld.” Het is een kunstvorm. De schoonheid van beweging zit daarin. Het kunst van het bewegen zit daarin. En dat is voor mij ook een artvorm.

En ik ben blij dat ik dat cliché ook heb ontkracht, dat wij vanuit Vlaanderen dat ook kunnen maken. Mijn inspiraties? Ja, dat is Jean-Claude Van Damme. Onze laatste vechtheld was Jean-Claude Van Damme. Maar ondertussen hebben we niemand meer gehad.

En hij is dan eigenlijk ook daarvoor naar Hollywood moeten gaan om… 

Dat is jammer. Ja, maar ik blijf gewoon een acteur. Ik ben geen fighter of ik kon me ook niet voordoen als een fighter. Morgen speel ik dan waarschijnlijk een psychologisch drama waar ik gewoon niet moet… Ik wil gewoon denken: “Het is mogelijk en ik kan het.” Dat is voor mij het belangrijkste. 

Zet al mijn rollen naast elkaar en ze zijn heel divers. Als je Grond en The Best Immigrant naast elkaar zet. Heb jij The Best Immigrant gezien? 

Ja. 

Daar speel ik Tarek. Ook een heel ander personage. Mijn rol in Rebel ook helemaal anders.

Ja, die vond ik ook echt heel goed. 

Ja, GR5. 

Ook gezien. 

Ja, daarin speel ik ook weer iemand helemaal anders.

Ik moet wel zeggen… Voor mij, als ik weet dat jij erin zit, dan ga ik wel kijken.

Ah oké, superlief. Dat is een mooi compliment. Ook in Dood Spoor speel ik. 

Ik was tegen mijn collega’s nog bezig voor ik naar hier kwam. Ik zei dat ik bijna weg moest, want ik moest een interview doen met jou. En ze zeiden: “Ah ja, maar hij is bekend.“

Oh, da’s mooi.

Die bekendheid komt misschien niet altijd zo over, maar…

“Daar doen we het voor. Dat je staat voor een bepaalde kwaliteit.”

Ik weet het, maar het gaat echt gewoon om de… Ik probeer gewoon mijn best te doen. Dat doet mij veel wat je zegt. Ik apprecieer dat enorm. Want daar doen we het voor. Dat je staat voor een bepaalde kwaliteit.

En ik ben heel benieuwd want je ziet acteurs die ook allemaal gaan maken. Je ziet bijvoorbeeld wat Kevin Janssen heeft gemaakt met Breendonk. En Jeroen Perceval met Dealer. Veerle Baetens met Het Smelt. Dat is niet meer beperkt. Je hebt ook Jelle De Beule met Nonkels.

Hij zegt het zelf: “Als je een interessante rol wil hebben, moet je die zelf creëren.” Als je geen kansen krijgt, moet je de kansen creëren. En dat is wat ik ook probeer te bereiken met deze film. Als mensen de film hebben gezien, dat ze naar buiten gaan met een bepaalde energie. En zeggen: “Oké, ik kan alles aan nu.”

Ja, ik heb dat veel bij actiefilms, maar ook hier, en dat is dan bij mij mede door Clara, dat je wel echt een beetje groter buiten komt.

Ja, iedereen. Dus ik hoop echt dat het dat gaat doen. Ik heb gedaan wat ik moest doen.

En dat is belangrijk. 

Ik kon er nog achter staan. Maar ik probeerde geen bepaalde xenofobie in handen te spelen of een bepaalde racismekaart of polariserend te werken. Het vertrekt heel polariserend. Maar we werken naar de verbinding toe.

Ik wou nog vragen: is het dat de mensen moeten meenemen? Maar je hebt het zelf gezegd.

De mensen moeten beseffen: Waar een wil is, is een weg. Niets mag je weerhouden van iets waar je van houdt. Niets mag je tegenhouden. Heb je een doel, dan moet je ervoor vechten. En dat elke drempel, elke verdieping, symbool staat voor elke drempel in je leven.

Gewoon werken naar het licht op het einde van de tunnel. Allee, het licht op het einde van het blok. En dan jezelf naar boven werken. Met de struggles. Hoe groot de struggle ook lijkt, of het probleem lijkt, dat is nooit groot genoeg.

Bij ons is er een gezegde: “God beproeft jou alleen maar met hetgeen dat je aankunt.” Dat is een quote die ik ben vergeten in de film te steken. En dat de weg naar het paradijs de hel is. Als je de hel aankunt, dan zit je in het paradijs.

Paradise is te zien in de bioscoop.

Total
0
Shares
Gerelateerde artikels