The Bone Temple is het tweede luik in de 28 Years Later-trilogie. Het eerste deel verscheen nog maar maar dik half jaar geleden want dit vervolg werd back-to-back gedraaid. Er zijn dus geen compromissen gesloten op basis van reviews en cijfers van deel 1. Dit zorgt voor een eerlijke sequel zoals de schrijvers bedoelen.
De protagonist wisselt ten opzichte van het eerste deel waardoor we eigenlijk een heel ander verhaal krijgen.
The Bone Temple start ongeveer exact waar 28 Years Later eindigde. En toch is het niet echt een klassiek vervolg. De protagonist wisselt ten opzichte van het eerste deel waardoor we eigenlijk een heel ander verhaal krijgen. Zo blijft het anthologie-gevoel toch een beetje hangen.
Heel de eilandgemeenschap uit het vorige deel wordt niet meegenomen in het verhaal. We starten direct bij de jonge Spike die terechtkomt bij de Jimmy’s. We zagen de Jimmy’s al in deel 1 en opeens wordt Jimmy het hoofdpersonage van The Bone Temple samen met Ian Kelson, maar daarover later meer.

Twee perspectieven
The Bone Temple is de eerste film in de reeks die niet opent met een scène die zich afspeelt tijdens de eerste dagen van de uitbraak van het virus. 28 Years Later deed dit wel en tegen het einde bleek dit nodig te zijn om Jimmy te introduceren. Aangezien The Bone Temple onder het 28 Years Later-luik valt, is deze informatie nodig om het personage van Jimmy te vatten. Hij heeft ondertussen een bende volgelingen verzameld waarin Spike zijn plek moet vinden tegen wil en dank. Alles rond Jimmy kadert in een duidelijk satanistische sekte waarin Jimmy zelf echt overtuigd is dat hij de zoon van Satan is.
Enkele van de overige Jimmy’s worden ook meer uitgewerkt en krijgen een eigen verhaalboog doorheen The Bone Temple.
Het tweede perspectief uit The Bone Temple is dat van dokter Ian Kelson die we reeds uitgebreid leerden kennen in 28 Years Later. Hij heeft een gedenkplaats voor de doden gebouwd, bestaande uit alle beenderen van lijken die hij vindt en heeft zichzelf ondergedompeld in povidonjodium (voor ons iets beter bekend onder de merknaam iso-Betadine) om niet besmet te geraken met het virus. Hij leidt rustig zijn leven en experimenten tot hij later gespot wordt door een van Jimmy’s handlangers. Zijn rood/oranje huid door de iso-Betadine, zijn experimenten met zombies en zijn tempel van skeletten doet hen natuurlijk geloven dat hij de Duivel zelf is. En dan komen beide verhalen onvermijdelijk samen.
Als je het verhaal van The Bone Temple (ook met spoilers) zou samenvatten, gebeurt er eigenlijk niet bijster veel. Het is een heel ander soort film dan zijn voorganger omdat er echt geen focus ligt op de zombies. De personages staan nog meer centraal en in het vorige deel was de groei van Spike een centraal thema en daar waren wel veel zombies voor nodig, terwijl dit nu niet zo is.
De dokter en de monsters (niet de zombies)
Als eerste groep mensen leren we The Jimmy’s kennen. Het trauma van leider Sir Lord Jimmy Crystal (Jack O’Connell, Sinners) zagen we reeds in de openingsscène van 28 Years Later. Ondertussen is hij mentaal al zo ver heen dat hij echt denkt dat het virus een straf van Satan is. Daarboven denkt hij dat hijzelf de zoon van Satan is. Hij is uitverkoren om gruweldaden te plegen in naam van Satan, samen met zijn 7 volgelingen. Het mogen ook altijd maar 7 volgelingen zijn. Dus als er iemand nieuw zich aanbiedt, moet er een andere verdwijnen. En zoals je al verwacht, is dit via een gevecht op de dood. Zo rolt Spike ook mee in deze sekte, ook al wil hij absoluut weg maar lukt dit niet. Enkele van de overige Jimmy’s worden ook meer uitgewerkt en krijgen een eigen verhaalboog doorheen The Bone Temple.

De andere helft van de tijd ligt de focus op dokter Ian Kelson (Ralph Fiennes, Conclave). In zijn Bone Temple blijft hij onderzoek doen naar het virus via de Alpha die hij Samson noemt. De rustgevende doeningen van deze ‘maffe’ dokter zijn in schril contrast met de hyperactieve gruwel van de Jimmy’s. Via kleine handelingen en gesprekken die hij voert tegen een verdoofde Samson, komen we meer te weten over zijn motivaties en filosofie. Ook doet het personage van Kelson een aantal zaken waarvan we de beginnende gevolgen zien, die heel cool kunnen worden voor toekomstige films in de franchise.
Ook doet het personage van Kelson een aantal zaken waarvan we de beginnende gevolgen zien, die heel cool kunnen worden voor toekomstige films in de franchise.
En zowel voor dokter Kelson als voor de Jimmy’s wordt tijd genomen. De experimenten van Kelson worden ruim in beeld gebracht zodat je ook zelf als kijker echt geïnvesteerd bent in de resultaten ervan. Ook de Jimmy’s krijgen hun tijd op het scherm. Wanneer ze onschuldige mensen belagen, schuwt de camera deze beelden niet. Waar andere Hollywoodproducties misschien sneller door bepaalde scènes gaan, neemt The Bone Temple tijd. Door deze lang uitgesponnen scènes, die trouwens niet vervelen, krijgen de personages een betere uitwerking en is vooral de impact groter van wat er uiteindelijk allemaal gebeurt. En wat vooral opvalt in The Bone Temple is dat de zombies hier niet nodig zijn. De Jimmy’s komen nauwelijks zombies tegen en hun gedrag ten opzichte van andere mensen vertelt hun ontwikkeling. En dokter Kelson heeft enkel echt interactie met de Alpha Samson, andere zombies komt hij niet tegen.

Gemaakt met passie
Net zoals de voorgaande films heeft Alex Garland het scenario geschreven. De regie ligt deze keer niet meer in de handen van Danny Boyle (die wel nog producer is), maar werd overgelaten aan Nia DaCosta die we vooral kennen van The Marvels en Candyman. Zonder twijfel kunnen we wel zeggen dat The Bone Temple haar beste werk tot nu toe is. Dit is sowieso te wijten aan het feit dat de studio’s zich deze keer niet gemoeid hebben. Of toch niet op het niveau van een Disney of MGM.
Ik heb het even opgezocht en Ralph Fiennes heeft nog steeds geen Oscar gewonnen, en weer na het zien van deze film kan ik dat niet begrijpen.
DaCosta’s regie staat in sterk contrast met die van Doyle, waardoor je aan alles voelt dat The Bone Temple een ander beestje is dan 28 Years Later. Waar Boyle de focus legt op snelle shots en hoog verhaaltempo, neemt DaCosta meer tijd en werkt ze meer met close-ups en geeft ze de acteurs duidelijk meer tijd om hun personages zelf kleur te geven. Ralph Fiennes heeft DaCosta hier ook echt voor geprezen want haar manier van werken zorgt echt voor meer menselijkheid in de reeks. Natuurlijk heeft DaCosta hier ook het geluk om reeds met een ijzersterk script te kunnen werken.
Daarbij zijn er wel enkele momenten opengelaten voor improvisatie. Zeker de scenes tussen Alpha, gespeeld door Chi Lewis-Parry, en Ralph Fiennes zijn heerlijk om te zien. De scene gebaseerd op het liedje Rio van Duran Duran is volledig geïmproviseerd en is toch een van de scènes die misschien het meest bijdraagt aan de ontwikkeling van beide personages. Ik heb het even opgezocht en Ralph Fiennes heeft nog steeds geen Oscar gewonnen, en weer na het zien van deze film kan ik dat niet begrijpen.

Jack O’Connell speelt een magnifieke Jimmy. Zeker wanneer hij voor het eerst met dokter Kelson praat en daardoor eigenlijk zijn eigen waanbeelden moet doorprikken. Opeens zien we de bange jongen achter het monster, maar ook het besef dat hij te ver heen is om ooit nog terug te komen. Erin Kellyman (The Green Knight, Falcon and the Winter Soldier), Emma Laird (The Brutalist) en Sam Lock spelen de belangrijkste handlangers van Jimmy en ook zij krijgen dankzij het trage werk van DaCosta echt te tijd om in de spotlight te staan.
Ik kan eigenlijk blijven gaan over hoe goed ik The Bone Temple vind, maar ik ga het vooral aan jullie laten om te ontdekken. De film heeft als middendeel van een drieluik natuurlijk als voordeel dat het een context en voorstelling van personages niet meer moet doen. Daarbij kan een echte afronding ook afgeschoven worden naar het derde deel. Toch slaagt deze erin om een sterk op zichzelf staand verhaal te zijn, dat mits enkele aannames ook te volgen is zonder voorkennis.
En ja, Cillian Murphy verschijnt op het einde als set-up naar het derde deel!
28 Years Later: The Bone Temple speelt sinds 14 januari in de zalen!
Ieders verhaal telt
Ieders verhaal teltRaak
- Ralph Fiennes
- Alle personages krijgen hun moment
- De sfeer
Braak
- Het blijft een genrefilm die niet iedereen ligt