Het enige echte Geekster-livestreamkanaal
Offline
Online
Viewers 0
Blijf op de hoogte
Geekster nieuwsbrief

Inschrijven

Kat Steppe over Zondag De Negenste: “Het mooie bestaat niet zonder het lelijke”

Zondag De Negenste is zonder twijfel een van de meest originele Vlaamse films van de afgelopen jaren. Dat komt vooral door het mengen van fictie en realiteit, waar wij zeer geïntrigeerd door waren. Voor de release konden wij even samenzitten met regisseur Kat Steppe om het te hebben over de film en wat er allemaal bij kwam kijken.

Spoilers voor Zondag De Negenste!

Jana: Ik wil meteen zeggen dat ik wel heel erg onder de indruk was van de film.

Kat Steppe: Dankjewel!

Ik wil het nu niet over mezelf maken, maar mijn vader is overleden vorig jaar. Aan kanker, maar hij was naar het einde toe ook verward. Ik herkende dat wel heel hard in de film, de symptomen bijvoorbeeld. Zeker bij de mensen in het woonzorgcentrum. Als het te persoonlijk is, dan moet je er niet op antwoorden, maar waarom wou je alzheimer centraal stellen in deze film?

Wat er misschien nog net iets meer dan alzheimer centraal staat, is het feit dat de film over herinneringen gaat en over het feit dat we allemaal zijn wie we zijn door wat we hebben meegemaakt. En als je een film maakt waarin het geheugen de basis of het vertrekpunt is, dan kom je eigenlijk heel snel bij dementie uit, en bij de vraag: “Als je bent wie je bent door wat je hebt meegemaakt, wie ben je dan als je niet noodzakelijk nog altijd aan die herinneringen kunt?” Dat was wat ik heb willen onderzoeken.

Ik had me op voorhand niet echt ingelezen en ik weet nog dat ik opgeschreven had over de mensen in het woonzorgcentrum: “Zijn dat nu ook acteurs of niet?” En dan wordt het natuurlijk wel duidelijk dat ze dat niet zijn. En aan het einde van de film verscheen het ook dat de film eigenlijk rond de mensen gemaakt is. Vanwaar kwam dat idee eigenlijk om dan specifiek daar of rond die doelgroep een film te maken?

Die doelgroep is mijn favoriete doelgroep. Ik vind mensen die al lang leven interessant. Ik heb fantastische grootouders gehad, dat heeft er misschien mee te maken? Dat is één ding.

Waarom ik per se de combinatie wil maken tussen fictie en en acteurs en echte mensen? Wat ik spannend vind, is het verschil aan impact dat die mix kan hebben. Het feit dat echte mensen.. Of ik ga het anders zeggen. Documentaire heeft een directe impact. Je weet dat iets echt gebeurd is, dus dat gaat direct naar je hart.

Bij fictie gaat dat proces anders, trager. Je gaat zitten voor de film en je zegt op voorhand tegen jezelf: “Oké, die mensen hebben dat allemaal niet echt meegemaakt, ze zullen het spelen”. Dat is de conventie waar je in stapt aan het begin van de film. Maar omdat je je identificeert met de personages, met het verhaal, word je anderhalf uur lang één van hen. Dat is ook een zeer krachtige, maar andere manier om het hart van de kijker te raken. Het verschil tussen de twee en de dynamiek tussen de directe impact en de iets meer onder uw vel kruipende impact van fictie dan, dat inzetten als dramatisch vertelelement vind ik heel spannend en dat is wat ik gedaan heb.

En dan is de fictie eigenlijk later gekomen?

Het is altijd een fictiefilm geweest, dus in mijn script ook. Zodra ik wist wie de personages in het woonzorgcentrum waren, heb ik hen heel goed leren kennen. Ik heb hen niet gevraagd om iets te doen, niets anders dan ze anders ook al deden en dan heb ik het script daarrond geschreven.

En puur technisch qua opnames hebben we natuurlijk eerst de docustukken gedraaid, met de acteurs, en dan daarna alleen maar de fictie. Gewoon omdat dat wel prettig werkt.

Ik kan mij inbeelden dat het misschien niet altijd evident is, bijvoorbeeld voor Peter Van den Begin, om dan te acteren met iemand die eigenlijk niet aan het acteren is. Hoe pak je zoiets aan?

Peter improviseert graag, Frank ook. Josse zegt van zichzelf: “Ik improviseer iets minder graag”, maar hij zei zelf: “Ik vind het wel moeilijk, want als je speelt met andere spelers is de afspraak tussen jullie van ‘Oké, wij spelen’.” En hij zei: “Ik vind het moeilijk om te spelen met mensen die [dat] niet weten. Ik heb het gevoel dat ik ze bedrieg.”

Dat snap ik wel.

Maar goed, ik denk dat je er dan voor moet zorgen dat geen van beide partijen er slecht uitkomt. En dat je ook geen dingen doet met hen waar ze zelf niet achter zouden staan, mochten ze wel nog kunnen meebeslissen bijvoorbeeld. Dat is wel belangrijk. Maar ja, hij vond dat wel… Ik denk dat Peter wat minder schroom [had]… Hij had ook natuurlijk een rol die wat bedoeld was om nu en dan te schofferen. Terwijl ik denk dat Josse wel een tijd gelopen heeft met het feit van: “Ja, ik heb die ziekte niet.”

Ik denk dat het dan ook wel bewust was dat er veel echte symptomen ook in het fictiestuk zaten, bijvoorbeeld. Dingen die ik ook wel herkende. Josse had bijvoorbeeld vaak een afwezige blik of het AN praten terwijl je dat in je leven niet noodzakelijk gedaan hebt. Is dat ook daardoor geïnspireerd om te zeggen: “Ja, ik heb het niet, maar ik wil het wel zo realistisch mogelijk weergeven, natuurlijk ook in de fictie.”

Ja, sowieso. Ja, dat AN praten, dat zat wel een beetje in mijn script ook. Dat komt voort uit het feit dat ik het altijd heel grappig vind dat als mensen geboren worden in hetzelfde gezin, je automatisch deel wordt van een script. Je hebt de eerste en dan zet de tweede zich daar tegen af. In dit geval Peter, enfin Franz, in zijn plat Antwerps. Dat heeft meer te maken met het feit dat zijn broer altijd al wat proper sprak.

Maar wat Josse heel mooi gedaan heeft, vind ik, is op een hele subtiele manier te veruiterlijken dat hij puntjes moet verbinden en dat dan niet altijd lukt. En dat heeft niet geleid tot echt grote gebaren in zijn spel… En ik ben daar heel blij mee. Hij heeft het klein en intern gehouden, maar het pakt je wel des te meer daarom.

Ook die frustratie die hij wel een paar keer liet zien. Dat het meer zo is van “het lukt mij niet”, niet per se op andere mensen. En ik vond dan ook de interactie, bijvoorbeeld van Peter… Hij deed even normaal tegen de echte mensen en niet heel voorzichtig. Is dat ook iets bewust of kwam dat bijvoorbeeld uit het script om zo te zeggen: “Je moet deze mensen ook niet te veel betuttelen?”

Ja, dat zat wat in het script. Dat hangt helemaal vast aan het soort personage dat hij is. Een soort uitvergroot klein kind, dat toch nog ergens gewoon is van zijn goesting te krijgen en eigenlijk altijd in het centrum van de belangstelling van zijn moeder gestaan heeft. De gouden tweede, zeggen ze dikwijls. Ja, dat gaat soms gepaard met een levenslang zelfvertrouwen dat niet altijd terecht is, hè. En in zijn geval uit zich dat ook inderdaad door… Hij kan nergens naartoe, dus hij doolt rond op die verdieping van dat woonzorgcentrum. Hij vindt ze aanvankelijk duidelijk een beetje repulsief zelfs, maar daarna keert dat toch wel.

Het begon mij ook op te vallen na een tijd dat precies de montage en de manier waarop het verhaal verteld wordt ook de symptomen van dementie of alzheimer nabootst. Want er was bijvoorbeeld een moment waarop Horst in de stad rondrijdt, maar dan denkt hij dat hij in Ierland is terwijl we nog altijd verkeer horen op de achtergrond. En in de flashbacks bijvoorbeeld dat de acteurs al eens wisselen tussen de jonge versie en de volwassen versie. Hoe ben je eigenlijk op dat idee gekomen om dat zo weer te geven?

Dat van die jonge versie-oude versie heeft te maken met het feit dat, als ik mij dingen van mezelf herinner als kind, ik mezelf nooit als kind zie. Je moet daar eens over nadenken. Je ziet de rest wel als kind. Maar jezelf niet.

Vanuit je eigen ogen, ja.

En dat gekoppeld aan het feit dat… Stel dat ik nu een traumatische ervaring zou hebben gehad als kind in het zwembad. Dat angstige kind in het zwembad zit nog steeds in mij als volwassene, dus ik voel dat kind nog steeds. Daarom heb ik ervoor gekozen om de eigenaar van de herinnering altijd in volwassen vorm in die herinnering toe te laten. Tenzij het in de herinnering het perspectief zou zijn van iemand anders, bijvoorbeeld in het geval van de poetsvrouw. Als de poetsvrouw kijkt, zie je het kleine kind in het zwembad, maar dat kind zit nu in die volwassen man, die nog altijd dat trauma heeft.

Dat vond ik heel goed gedaan. Dat was soms ook wel verwarrend, maar ik denk dat dat ook de bedoeling was om ons meer in de leefwereld van Horst te brengen.

Ja, inderdaad. En ik vind dat toch net iets emotioneler.

Was het dan ook moeilijk in de montage om te bepalen waar bepaalde stukken zouden komen? Want er komen soms ook bijvoorbeeld een beetje willekeurige flarden uit het verleden terug naar boven of bepaalde scènes die later pas duidelijk worden. Is dat ook iets dat in het script zat, of eerder tijdens de montage?

Die flarden zaten er wel in, maar in het script zaten ze niet in chronologische volgorde. Wat ik eigenlijk het liefste heb. Maar de mensen die de eerste montage zagen, konden er niet goed aan uit. Dan moet je water bij je wijn doen, maar ja… Dat zat dus in het script.

Maar goed, we hebben lang gemonteerd. Het was ook niet zo simpel omdat er gewoon heel veel combinaties mogelijk zijn. Je weet natuurlijk pas als mensen het gezien hebben of iets werkt of niet, dus je moet het wel eerst proberen.

Mocht ik nog 3 extra weken gekregen hebben – met alle liefde voor de producent, want ik weet wel dat ze mij veel gegeven hebben – zou ik nog andere combinaties [gemaakt kunnen hebben]… Maar het is nooit gedaan, hè? Je moet na een tijd zeggen: “Het is genoeg.” “Gedaan.”

Ondanks het onderwerp is het ook wel, vind ik, een grappige film. Dat is dan vooral door het personage van Franz, vaak een beetje ten koste van zijn broer of de andere bewoners. Maar was dat belangrijk, om daar toch een beetje humor in te brengen?

Absoluut, want ik ga zelf niet graag kijken naar een droevige film. Trouwens, het leven is een aaneenschakeling van donker en licht. Het mooie bestaat niet zonder het lelijke. Dat geldt voor vreugde en verdriet ook. Zelfs in mijn eigen donkerste verdriet ga ik altijd op zoek gaan naar wat er ondertussen ook wel een beetje grappig aan is.  

Het lucht op. En ik wil de mensen niet met een depressie naar huis sturen.

Dat vond ik wel een mooie balans. Op het einde wordt het dan wel nog zwaarder, ook als je ziet wat er dan met de echte mensen gebeurd is. Dat raakte mij toch heel hard. Dus ja, ik vind dat ook altijd een goede combinatie. Dat vond ik hier ook wel heel goed gedaan.

Dank u.

Ik dacht dat ik ook gelezen had dat je Josse De Pauw en Peter Van den Begin speciaal in gedachten had voor deze rollen. Klopt dat?

(knikt)

En was dat gewoon door wat ze doorheen hun hele carrière al gedaan hebben of was daar bijvoorbeeld een specifieke reden voor? Misschien dat ze het een uitdaging zouden vinden?

Wat Josse betreft, had ik 24 jaar geleden een West-Vlaamse kortfilm geschreven – die is nooit gemaakt voor de duidelijkheid – waarin een rijke familie elkaar de duvel aandoet, omdat ze zoveel geld hebben dat ze eigenlijk niks meer moeten doen en zich dus vervelen. En dus kan de perversie ontstaan in dat huis.

En daar zat één personage in dat gebaseerd was op een groenteboer die rondging bij mijn grootmoeder en die eigenlijk – lang verhaal kort – in een stofjas de hele kortfilm lang rond dat huis scharrelt, en daardoor heel veel spanning genereert. Want je vraagt je af – hij gaat van struik naar struik – wat gaat die doen? Wat gaat hij doen? En uiteindelijk blijkt hij gewoon een man te zijn met hoge nood, op zoek naar een achterdeur zodat hij naar de wc kon. Ik had eigenlijk heel graag gehad dat Josse die man speelde, maar ik durfde dat natuurlijk niet te vragen, want die rol had geen lijn tekst. Enkel wat rondscharrelen in een stofjas en de struiken… Dat vraag je niet aan Josse De Pauw. Dus had ik hem de hoofdrol aangeboden en hij had dan teruggeschreven: “Dank u en die hoofdrol, oké, maar ik zou veel liever die man spelen die rond het huis scharrelt.” Ik vond dat geweldig voor iemand met zijn palmares. 

En nadien heb ik hem nog een paar keer ontmoet voor dingen die we samen gemaakt hebben, in [kunstenfestival] Watou onder andere. En zelfs als hij het script las, zei hij: “Ik wil dat heel graag doen, want dit komt echt heel dicht bij spelen, op de juiste manier.”

De film is ook openingsfilm voor Filmfestival Oostende. Blijft dat toch speciaal om in eigen land hem voor te stellen? Nadat hij toch al succesvolle passages in het buitenland ook had?

Ja, tuurlijk, da’s ook superspannend.

Is dat toch nog spannend?

Ja, het is een hele eer.

Misschien nog een laatste vraag over je volgende plannen. Ben je al aan iets nieuws bezig of heb je al ideeën?

Ik ben op iets aan het broeden, samen met een vriend van mij. Het begin hebben we al. Het einde ook. Nu alleen nog alles daartussen. 

(lachend) Maar dat einde zal ik beter niet vermelden dan.

Dus ik ben met iets bezig, maar het heeft nog geen invulling. Ik ben aan het broeden.


Wij zijn alvast benieuwd! Nogmaals bedankt aan Kat Steppe voor het interview. Zondag De Negenste speelt nu in de bioscoop.

Total
0
Shares
Gerelateerde artikels