Uncanny X-Men start rommelig, maar zal uiteindelijk elke fan van de X-Men bekoren.
Schrijver: Ed Brisson, Matthew Rosenberg en Kelly Thompson
Tekenaar: Mahmud Asrar en meer
Uitgever: Marvel Comics
Verschijningsdatum: 2 april 2019

We hebben het hier al veel neergeschreven: zo hard als de Avengers schitteren op het witte doek, zo hard zijn de X-Men verbleekt in de comics. Vooral de periode waarin Marvel de Inhumans naar voren schoof als de vervangers van de mutanten, zowel op het scherm als op papier, kregen de X-Men het hard te verduren. Weinig verhalen bleven bij, personages gedroegen zich niet zoals het hoorde, vertelstructuren waren rommelig; kortom, het was tijd voor een frisse wind.

Die frisse wind kwam er om de zoveel tijd, zonder overtuiging. De voorbije jaren konden X-Men: Gold en X-Men: Blue bekoren, maar die berustten dan weer iets te vaak op nostalgie. De serie die er met kop en schouders boven uitstak, was het korte X-Men: Red met Jean Grey in de hoofdrol. Het nieuwe Uncanny X-Men, gepend door drie schrijvers met elk flink wat ervaring met de mutanten, combineert die drie reeksen in een tiendelig openingssalvo met een overvloed aan personages die zowel chaotisch als net iets te traag aanvoelt.

De mutanten worden voor de zoveelste keer geviseerd. De overheid ontwikkelt een nieuw middel tegen het gen dat hun krachten geeft. Lang staan we gelukkig niet stil bij dit herkauwde plotelement want zowel Legion (David Haller, de zoon van Professor X) en X-Man (de zoon van Jean Grey en Scott Summers uit een alternatieve dimensie) kloppen aan de deuren van het X-Mansion. Wat volgt is een spel tussen Christus en de anti-Christus, met steeds omwisselende rollen en tripjes naar andere dimensies.

Hoofdscenarist Matthew Rosenberg en zijn kompanen tonen vooral dat 10 nummers een verhaal te lang uitrekt. Nochtans weten de scenaristen heel goed waar ze naartoe werken (om specifiek te zijn: het even getiteld Age of X-Man). Ze trekken een immens groot blik met personages open die ze allemaal even hard laten schitteren. Daar schuilt zowel de aantrekkingskracht als de val. De vele zijwegen leveren interessante karakterontwikkelingen op, maar nemen ook de focus van het rommelige verhaal weg. Pas op de helft begint alles echt samen te klikken. Toch zal er geen enkele X-fan misnoegd wegwandelen van Uncanny X-Men.

De tientallen personages worden tot leven gewekt door Mahmud Asrar (X-Men: Red), R.B. Silva (X-Men: Blue), Yildiray Cinar (Weapon X) en Pere Pérez (Rogue and Gambit). Naar mijn gevoel had er wel wat meer Asrar, hij doet enkel het eerste nummer, en nog meer Silva in mogen zitten. De stijl van beide heren sluit perfect op elkaar en had voor een nog mooier geheel gezocht. Maar wees gerust: geen enkele tekenaar levert een slecht plaatje af. Ze doen de personages alle eer aan, zowel in psychologisch hersenbrekende segmenten als in actievolle vechtpartijen.

We zijn opnieuw in de gloriedagen van de X-Men beland, laat daar geen twijfel over zijn. Uncanny X-Men herstelt de personages in hun eer, ook al doet het dat met een rommelig verhaal. Een verhaal dat trouwens vooral een opstap is naar de toekomst waarin kopstukken zoals Cyclops en Wolverine terugkeren uit de schaduw en waarin Jonathan Hickman (Fantastic Four, Secret Wars) samen met R.B. Silva en Pepe Larraz deze zomer twee reeksen voor de X-Men uit zijn mouw schudt. En daar zitten we nog het meest op te wachten.

7 Voor de fans

De heropleving van de X-Men start wisselvallig. Uncanny X-Men schiet strompelend de startblokken uit en het duurt tot de helft voor alles op zijn plaats klikt. De slechteriken intrigeren, het team is divers en zelfs zijsprongen spreken aan. Nu is het tijd om de X-Men echt te laten schitteren.

  • Verhaal 7
  • Tekenstijl 8
Share.

About Author

Matti Meurisse

Tekent als het past, kijkt veel te veel films en series als het niet past en verkent ondertussen de wereld der comic books.

Reacties