Evelien Verschueren: Wat met het striperfgoed?

1

Dat Belgen verwoede stripfanaten zijn, is al langer geweten. Bij strips komt echter zoveel meer kijken dan alleen de stripverhalen zelf. Hoe is het met dat striperfgoed gesteld? Om die vraag te beantwoorden, startte VZW Strip Turnhout in april met een onderzoek. Op een koude novembermiddag spraken we in de behaaglijke warmte van Worlds’ End Comics & Games met de vrouw die dat in goede banen leidt, Evelien Verschueren.

Hallo Evelien. Wat moeten we precies verstaan onder “het striperfgoed van Vlaanderen”?
Evelien Verschueren:
Dat is een simpele, maar tegelijk complexe vraag, die centraal staat in het onderzoek. Dat beslissen we niet alleen, maar in samenspraak met iedereen die daar zijn zegje over wil doen. We werken samen met het Letterenhuis in Antwerpen, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, LUCA School of Arts en Strip Turnhout zelf.

Wat probeert je onderzoek te weten te komen over het striperfgoed?
Verschueren:
Het doel is het striperfgoed in kaart te brengen. Wat is striperfgoed? Wat is belangrijk genoeg om te bewaren voor de toekomst? Drie dingen: eerst zijn er striparchieven, die correspondentie, originele platen, inkttekeningen en dergelijke bevatten. Vervolgens de albums zelf, en ten slotte ook de documentatie en naslagwerken die er over strips bestaan. Het vertrekpunt is een vaststelling die Faro enkele jaren geleden deed: het striperfgoed is enorm versnipperd. Het is helemaal niet duidelijk wie wat bewaart, of waar makers met hun eigen striperfgoed naartoe moeten. Het onderzoek wil uiteindelijk beleidsaanbevelingen doen aan de minister van Cultuur: wat kunnen we doen om het striperfgoed beter te bewaren en eventueel te centraliseren? We willen ook makers sensibiliseren zodat zij weten bij welke instanties zij met hun werk, zoals schetsen die anders misschien in de vuilbak zouden belanden, terechtkunnen. We willen onderzoeken wie wat bewaart en de bestaande collecties in kaart brengen. Dat is het zo’n beetje in een notendop.

Stevige notendop! Het onderzoek is blijkbaar erg breed: hoe pak je zo’n werk aan? Het is niet evident om alles op te sporen.
Verschueren:
Eerst heb ik veel gelezen, vooral op beleidsniveau, zoals het cultuurdecreet, maar ook naslagwerken. Dan kwamen de gesprekken. Via face-to-face interviews, maar ook via een bevraging die binnenkort online komt, probeer ik tot inzichten te komen en ideeën op te doen. Op basis daarvan proberen we de doelstellingen in te vullen en te onderzoeken welke beleidsaanbevelingen er mogelijk zijn in het eindrapport in maart. We doen ook tussentijdse evaluaties en studiedagen. Recent is er eentje in Mechelen geweest, midden maart zal er waarschijnlijk nog eentje plaatsvinden in de Nottebohmzaal van de erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience.

Ben je voor je onderzoek vooral op jezelf aangewezen? Zijn er databanken? Of ben je vooral afhankelijk van je gesprekspartners en de goodwill van verzamelaars?
Verschueren:
Ik sta er niet alleen voor. Bij die stuurgroep met partners kan ik ideeën aftoetsen. Om  erfgoed te vinden zijn er inderdaad organisaties met databanken die ik kan raadplegen, zoals de Koninklijke Bibliotheek of Archiefbank Vlaanderen, maar vooral nuttig zijn de aparte gesprekken die ik voer met instellingen waarvan ik vermoed dat ze striperfgoed bezitten, zoals Liberaal Archief of Vlaams Documentatiecentrum voor de Strip of de Koning Boudewijnstichting. Bij verzamelaars ligt het moeilijker. Er bestaat zoiets als successierechten en dat zorgt wel eens voor problemen. Als de overheid weet dat een verzamelaar veel dure stukken bezit, heeft dat gevolgen voor de erfgenamen later. Daarom is het soms moeilijk om verzamelaars te benaderen, omdat die niet met naam en toenaam naar buiten komen met hun stukken.

Is dat dan vooral fiscaal een probleem, of eerder omdat erfgoedstukken bij het overlijden van de verzamelaar terug dienen te keren naar een centrale instantie?
Verschueren:
Het is vooral beleidsmatig. Als je als verzamelaar of striptekenaar je nalatenschap wil regelen, bots je op een muur van regeltjes. In dit project willen we ook een eerste stap zetten om daar meer duidelijkheid in te brengen en te kijken naar kwesties als erfenis- en auteursrecht. Maar dat zal een werk van langere adem zijn.

Voor verzamelaars is het wellicht niet altijd even duidelijk wat de consequenties van hun verzameling zijn.
Verschueren:
Dat klopt. Je hebt dan ook verhalen zoals van de Stichting E.P. Jacobs (de geestelijke vader van Blake en Mortimer, nvdr.) die platen en erfgoed schenkt aan de Koning Boudewijnstichting en dan tot de ontdekking komt dat er allerlei platen uit de kluis ontvreemd zijn die vervolgens verschenen op de privémarkt. Zo’n verhalen zorgen ervoor dat verzamelaars en stripmakers niet heel erg veel zin meer hebben om met een gerust hart stukken te schenken. Het is maar 1 catastrofeverhaal dat naar buiten komt, maar het schept wel een bepaalde verwachting. Met het onderzoek willen we een coherenter beleid uitwerken, zodat zulke verhalen niet meer in de krant verschijnen.

Foto: Bart Van der Moeren

Naar de toekomst toe is het interessant om het striperfgoed in kaart te brengen en te conserveren. Het kan maar in orde zijn, hè?
Verschueren: Absoluut. Het begint ook bij de makers. Zonder hen geen striperfgoed. Als zij het al op een correcte manier kunnen bewaren, of tenminste weten waar ze ermee terecht kunnen als ze er zelf het nut niet van inzien of de moeite niet willen doen om die schetsen te ordenen. En dat er dan een instantie is die het voor hen doet.

Kortom: makers, gooi het in godsnaam niet in de papierversnipperaar!
Verschueren:
Gooi het inderdaad niet in de papierversnipperaar!

Oorspronkelijk dacht ik dat het onderzoek zich vooral op originele platen zou richten. Nemen die een belangrijke plaats in het onderzoek in?
Verschueren:
Die spreken natuurlijk het meest tot de verbeelding. Er worden soms hallucinante bedragen voor gegeven. Net omdat ze kostbaar zijn, nemen ze een belangrijke plaats in het onderzoek in, maar aan de eindmeet zijn ze even belangrijk als pakweg correspondentie of affiches. Natuurlijk zijn die platen belangrijk, voor de heruitgaves van albums bijvoorbeeld. Zonder die originelen moet je reconstrueren, wat niet evident is. Zo ken ik verzamelaars die gecontacteerd werden door grote uitgeverijen met de vraag of ze nog originele platen hadden liggen, omdat ze albums wilden heruitgeven.

Dat past in de huidige trend van heruitgaves, zoals bijvoorbeeld Johan en Pirrewiet.
Verschueren:
 Klopt. En dat is ook een manier om dat striperfgoed zichtbaarheid te geven. Je kan het in archieven steken, centraliseren en bewaren, maar het is ook altijd fijn als het onder ogen komt van geïnteresseerde stripliefhebbers. Het moet leven, levend erfgoed worden.

Foto: Bart Van der Moeren

Zou je zeggen dat het striperfgoed in gevaar is? Zijn er uitdagingen waar de sector zich mee geconfronteerd ziet?
Verschueren: Dat is het startpunt van het project geweest. De versnipperdheid van het erfgoed is een pijnpunt en een uitdaging. Het onderzoek wil daar een antwoord op bieden. Als het versnipperd blijft, kan er geen beleid zijn. Ook is er de kwestie met successierechten waardoor veel erfgoed onder de radar blijft en in kluizen van verzamelaars blijft zitten. Nog een ander aspect is dat we tegenwoordig in het digitale tijdperk leven. Alleen al in bij de totstandkoming van strips vallen soms fases weg, zoals schetsen, wat andere uitdagingen stelt voor de bewaring en het ontsluiten van het striperfgoed.

Is het streefdoel van het project een gecentraliseerde aanpak?
Verschueren:
Misschien gecentraliseerd in de zin dat er meer linken moeten gelegd worden tussen die verschillende actoren. Of het echt gecentraliseerd moet zitten, moet het onderzoek nog uitwijzen. De online bevraging die er binnenkort komt, kan interessante ideeën opleveren. Bij de studiedag in Mechelen, “Wat met het striperfgoed?”, kwam wel aan het licht dat er vraag is naar een “Angoulême van Vlaanderen”. In Angoulême, noem het gerust het strip-walhalla van Frankrijk, zitten bibliotheek, museum, documentatiecentrum enz gecentraliseerd in één instituut. Voorlopig is dat in Vlaanderen nog toekomstmuziek. Als we al te weten komen waar het erfgoed zich bevindt, zullen we in de toekomst misschien stappen in die richting kunnen zetten, naar een betere samenwerking.

Bij de studiedag in Mechelen, “Wat met het striperfgoed?”, kwam wel aan het licht dat er vraag is naar een “Angoulême van Vlaanderen”.

Het is dan misschien wat voorbarig om te vragen of een eventuele gecentraliseerde aanpak van de overheid moet uitgaan, van de culturele sector, de uitgeverijen, …
Verschueren:
Dat zal een optie zijn die zeker verkend wordt in het eindrapport. Er zijn stemmen die opgaan voor een centrale aanpak, maar het is onduidelijk hoe die er dan zou komen. Het is zeker een mogelijke piste, maar wel moeilijk te realiseren.

Je had het net over een studiedag in Mechelen. Kan je daar wat meer over vertellen?
Verschueren: 
Op 13 oktober was er een studiedag in de Dossinkazerne van Mechelen, waar momenteel een tentoonstelling loopt over strips en de holocaust. We hebben daar geprobeerd uit elk segment van de stripsector iemand te laten komen spreken. Zo was er Merho, die bekend staat als iemand die heel secuur omgaat met zijn eigen striperfgoed, twee sprekers uit Nederland die kwamen vertellen over het ter ziele gegane stripmuseum in Amsterdam en de casus Hans Matla. Matla is een stripverzamelaar die zijn collectie aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag wou geven, maar daar op een muur botste omdat het te veel kostte. Dan kwam Daniël Couvreur uitleggen hoe de zaak E.P. Jacobs in elkaar zit. Ook Alexis Dragonetti, de uitgever van Ballon Media, was te gast. Het perspectief van de verzamelaar werd toegelicht door Peter Janda, die niet aanwezig kon zijn maar wiens praatje we toch hebben binnengesmokkeld. Ikzelf heb er ook het onderzoek voorgesteld. In de namiddag waren er discussietafels. Twee dingen vielen op: de vraag naar een Vlaams Angoulême, en de nood aan digitalisering. Eventueel is ook een platform wenselijk waar de hele sector samenkomt dat als wegwijzer fungeert, zodat duidelijk wordt hoe de sector in elkaar zit en wie wat bewaart.

Foto: Bart Van der Moeren

Digitaal wordt de toekomst voor het bewaren van het striperfgoed?
Verschueren:
Digitalisering is zeker een aspect dat we niet kunnen vermijden. Ook de minister van Cultuur zet sterk op digitalisering in. Ik denk ook wel dat digitalisering voor zowel het bewaren van het striperfgoed als het tonen ervan aan het publiek iets kan betekenen in de toekomst.

Dan denk ik spontaan aan het online platform Yieha!, waar je digitaal strips kan kopen en lezen, en waar op die manier ook heel oude strips die tegenwoordig moeilijk te vinden zijn, ontsloten worden voor het publiek.
Verschueren:
 Dat zijn zeker mogelijkheden. Belangrijk is ook dat we de bronbestanden niet weggooien. Want digitalisering brengt ook problemen met zich mee: op welk formaat moeten we het erfgoed bewaren zodat het binnen 100 jaar nog steeds consulteerbaar is? Dat is misschien een volgende stap van het onderzoek: als we eenmaal weten waar het erfgoed zich bevindt, op zoek gaan naar een manier om het te bewaren en het aan het publiek te tonen.

Het is dus niet de bedoeling om alle originelen te scannen en ze DAN door de papierversnipperaar te jagen.
Verschueren:
Liever niet!

Ik neem aan dat het de bedoeling is het striperfgoed dan zo wijd mogelijk te verspreiden en toegankelijk te maken.
Verschueren:
In hoeverre natuurlijk dat bijvoorbeeld erfgenamen de toegang tot dat erfgoed faciliteren. Er bestaat bij erfgoed steeds de mogelijkheid om restricties op te leggen en erfgoed pas na een bepaalde tijd openbaar te maken. Maar als een tekenaar schetsen aan een instelling schenkt, kunnen die geraadpleegd worden. Dan kunnen we het erfgoed zichtbaar maken en weten bijvoorbeeld organisatoren van tentoonstellingen waar ze dat erfgoed kunnen vinden. Het is als een sneeuwbal die aan het rollen gaat. Als er meer aandacht is voor het erfgoed, gebeurt er wellicht meer onderzoek en worden er meer tentoonstellingen georganiseerd. Zo zet dat elkaar wat in beweging.

…En zo kunnen verzamelaars misschien toch over de streep getrokken worden om hun striperfgoed te delen, als ze zien dat daar niet per se nare consequenties aan verbonden zijn?
Verschueren:
Dat is misschien wel een uitwerking, ja. Maar er zijn wel meer problemen. Vroeger werd er wel eens zonder contracten verkocht of werden schetsen gewoon meegenomen uit een studio, waardoor je ook met de kwestie van de eigendomsrechten zit. Sommige verzamelaars hebben misschien stukken die in de ogen van de erfgenamen onrechtmatig verworven zijn. Maar de expo De Schitterende Schat is hopelijk een voorbeeld dat het wel kán, originele stukken zonder problemen samenbrengen voor een tentoonstelling. Toch is het zeker niet evident.

Jason Blomme: Zijn jullie al eens geconfronteerd met logistieke problemen bij het conserveren van erfstukken? Bijvoorbeeld platen die te broos zijn om te archiveren, of te zeldzaam om zomaar onder de scanner te leggen? Hebben jullie de expertise om oude stukken te bewaren?
Verschueren:
Ik ben zelf niet bezig met het inscannen van stukken, maar ik heb van een uitgever wel al eens gehoord dat ze op problemen botsen als ze oude krantenstrips willen uitgeven. Die zijn ingebonden en dat betekent dat als je zo’n groot boek ingebonden kranten openslaat, er een golving in het papier zit die herdrukken moeilijk maakt. Ook de vraag hoe je het erfgoed moet bewaren is belangrijk. Dat is niet per se alleen mogelijk bij instellingen, ook particulieren kunnen thuis een goede methode ontwikkeld hebben. Maar zoals het er nu voor staat, is het niet ondenkbaar dat mensen schatten op zolder hebben liggen en dat er op dit eigenste moment muizen aan het striperfgoed aan het vreten zijn. Dat willen we tegengaan. Via een infobrochure zouden we bijvoorbeeld tips kunnen geven over bewaarmethodes.

Ik kan me inbeelden dat mensen stukken op zolder hebben waarvan ze de waarde niet kennen. Het hangt ook wat samen met de vraag hoe breed de lading is die de term “striperfgoed” dekt. Zijn bijvoorbeeld dédicaces (opdrachttekeningen die tekenaars bij een signeersessie maken, nvdr.) striperfgoed? Of is dat te vrijblijvend?
Verschueren:
Dat is een zeer goede vraag, die ook centraal staat in de online bevraging. Het kan heel breed gaan, tekeningen van auteurs in boeken kunnen striperfgoed zijn, merchandise ook. In dit onderzoek probeer ik wel een focus te houden, maar ik zie ook wel een erfgoedwaarde in een album met die extra tekening. Erfgoed wordt ook pas erfgoed als er aandacht aan wordt besteed. Als iemand naar een erfgoedinstelling gaat met een album waar een tekening in staat, denk ik dat dat dan ook wel samen naast een album waar geen tekening in staat bewaard zal worden.

Ik denk dan bijvoorbeeld ook aan de mogelijkheid om de schets in te scannen en te digitaliseren, zodat het album bij de verzamelaar kan blijven.
Verschueren:
Dat is inderdaad ook een van de voordelen van digitalisering. De originele stukken kunnen bij de eigenaars blijven, maar toch ontsloten worden aan het publiek door een digitale versie te tonen. Ik sprak deze week nog met Jean Smits van VZW Brabant Strip en die maakte het onderscheid tussen inhoud en vorm: de inhoud is de tekening, die je dan beschikbaar stelt aan het publiek via scan of microfilm, en vorm is dan het origineel dat je in je hand kan houden of dat in een tentoonstellingsruimte getoond kan worden. Die spanning zit er wel in.

Alles in beschouwing genomen is het toch een onderzoek met veel uitdagingen en vraagtekens. Wat zijn de volgende stappen? Hoe gaat het verder verloop van het onderzoek eruitzien?
Verschueren:
Ik wil nog veel mensen spreken en meningen horen. We zijn bezig met het finaliseren van een online bevraging, want ik kan uiteraard geen duizend mensen interviewen op een jaar. Die online bevraging is voor iedereen die iets met strips te maken heeft, en vraagt wat striperfgoed voor jou is, wat heb je in je collectie, welke rol kan de overheid voor het striperfgoed spelen, … Ik ga ook nog verder met interviews, en dan komt ook de organisatie van de afsluitende studiedag in maart eraan. Dan zal alles uiteindelijk resulteren in een eindrapport en een infobrochure. Er is nog veel werk. Nu ben ik al begonnen met het neerschrijven in het eindrapport van dingen die al mogelijk zijn. Ik ga ook nog spreken met mensen in de erfgoedsector die met bijvoorbeeld muziek- of theatererfgoed bezig zijn om te kijken of zij goede ideeën hebben die we kunnen “stelen” voor het striperfgoed.

Het warm water moet niet opnieuw uitgevonden worden.
Verschueren:
Voilà. Als er ergens al expertise zit, nemen we die graag over.

 

Je verwees al eerder naar die online bevraging. Ik zou daarom graag al onze lezers – ja, jij, die dit artikel aan het lezen bent – willen oproepen die in te vullen om het onderzoek te helpen. Zijn er verder nog vragen die je ons publiek wil stellen, of een oproep die je wil lanceren?
Verschueren:
Om te beginnen: vul zeker die enquête in als je je aangesproken voelt! Vervolgens: blijf strips lezen en kopen. Zo krijgt een sector zichtbaarheid en geef je het erfgoed meer sprankeling. Ten derde: als je dit artikel leest en ook iets te zeggen hebt over striperfgoed en met mij wil praten erover, als je bijvoorbeeld wil wijzen op goede aspecten uit het buitenland of zelf een collectie hebt waar je iets over wil delen, dan kan je mij altijd bereiken op evelien.verschueren@stripgids.org.

Neem deel aan de bevraging!

Share.

About Author

Jeroen Van Heel

Cardboard cowboy, Nintendo nerd en Dr. Deathrite himself. Show your moves!

Reacties