Een van onze favoriete films van Film Fest Gent dit jaar speelt nu al in de zalen. In het mijmerende The Only Living Pickpocket in New York vecht een zakkenroller op leeftijd tegen de tijd, letterlijk en figuurlijk.
Verkeerd slachtoffer
Harry Lehman (John Turturro, The Batman) lijkt bij momenten een van de laatste mensen die in New York woont en niet verzwolgen is door de ratrace. Integendeel, hij profiteert van zij die er wel volop in zitten. Al jaren neemt hij dezelfde metro in de stad en besteelt hij mensen tijdens hun dagelijkse pendel. De buit verkoopt hij door aan zijn vriend en pandjesbaas Ben (Steve Buscemi). Het geld heeft hij vooral nodig om te zorgen voor zijn vrouw, die niet meer bewust is en aan haar bed gekluisterd is.
Op een dag kiest hij echter een verkeerd slachtoffer uit, want een gymbro wiens auto hij binnenbreekt blijkt de zoon van een belangrijke misdaadfamilie te zijn. Niet zijn geld of horloge maar een speciale USB-kaart is onmisbaar. Terwijl Harry amper weet wat USB is, gebruikt Dylan (Will Price) zijn invloed en camerabeelden uit de stad om hem te vinden. Hij raakt binnen in zijn appartement en bedreigt Harry’s vrouw, en dus moet de dief zijn buit terugkrijgen. Niet makkelijk, want die doet ondertussen de ronde in het minder legale milieu. Nu moet Harry dus een beroep doen op zijn connecties, in de stad die hij kent als zijn achterzak.

Rand van het fatsoen
Als je het zo leest, klinkt The Only Living Pickpocket in New York misschien als een nagelbijtende thriller, maar dat is het niet — en dat is net goed. Het scenario van regisseur Noah Segan (zelf acteur, onder andere in Knives Out) neemt je mee op sleeptouw, op een mijmerende en soms melancholische tocht doorheen de stad. Hoewel de inzet groot is, overheerst hier vooral de sfeer en de mensen die je leert kennen. Pickpocket ademt New York, maar wordt ook anders belicht dan we gewend zijn. Harry komt in alle vijf wijken, en de tussenshots en -scènes tonen het leven van ‘echte’ New Yorkers met een ‘gewoon’ leven. Segan vernoemde de film niet voor niets naar een even bedachtzaam nummer van Simon and Garfunkel.
Als je het zo leest, klinkt The Only Living Pickpocket in New York misschien als een nagelbijtende thriller, maar dat is het niet — en dat is net goed.
Hijzelf is een charmante maar eerder ingetogen verschijning die vooral leeft voor zijn vrouw. Hij krijgt hulp van een buurvrouw en een verpleger, maar vooral wanneer hij de straat op gaat om geld te verdienen. Die liefde is vertederend om te zien, en duidt zonder veel te zeggen wat voor iemand Harry is, ook al is hij een dief. Dat hij misdaden begaat, en ook niet altijd de beste keuzes gemaakt heeft, vergeet je eigenlijk wel een paar keer doorheen de film. Harry is geen slechte man, want hij heeft wel degelijk principes en waarden, maar zijn morele kompas staat natuurlijk niet helemaal goed afgesteld.
Zijn vrienden bevinden zich dan ook een beetje aan de rand van het fatsoen, zoals pandjesbaas Ben, de politie-inspecteur die hem vroeger arresteerde (Giancarlo Esposito, Captain America: Brave New World) en de winkeleigenaar-slash-smokkelaar uit Chinatown die hij kent via Ben. Desondanks voelen de banden die Harry heeft authentiek aan, doorleefd en met geschiedenis. Zo is het ook een ode aan de kleine gemeenschap die je kan opbouwen in een grootstad.
Tegelijkertijd is die stad en de maatschappij in zijn geheel door de jaren heen ook veel veranderd. Mensen zijn nu vaak afgeleid door hun telefoon, en er is minder sociale controle als je niet met anderen praat op het openbaar vervoer. Maar ze hebben ook geen cash meer bij, maar vergrendelde bankkaarten, smartwatches en smartphones die je kan opsporen. Dure spullen zijn soms nog door te verkopen, maar dat is ook geen sinecure meer. Doorheen de film loopt de terugkerende grap dat Harry echt een technologiedinosaurus is, zeker in vergelijking met Dylan of de dochter van Ben. Dat mopje wordt misschien een beetje afgezaagd, maar het toont ook hoe erg Harry wil vasthouden aan zijn ouderwetse levensstijl. En hoe dat misschien zijn ondergang kan zijn.

Vaste waarde
The Only Living Pickpocket in New York is bij momenten wel heel spannend, maar vooral omdat je echt gaat geven om deze personages. Dat heeft met de subtiele en slimme dialogen te maken, maar zeker ook met de perfect gecaste acteurs. John Turturro is misschien geen grote naam buiten de VS, maar dat is helemaal onterecht. Je kent hem nu misschien uit Severance, maar hij is al meer dan 30 jaar een vaste waarde in Hollywood. Zowel komisch als dramatisch begaafd, altijd innemend. En dat is precies wat deze film nodig had. Een veelzijdige hoofdrol als deze is precies wat hij verdient.
Deze film ademt New York, maar wordt ook anders belicht dan we gewend zijn.
Voor de bijrollen zocht Noah Segan het niet te ver. Als Harry’s vrienden castte hij Giancarlo Esposito en Steve Buscemi, twee acteurs die Turturro blijkbaar al meer dan 30 jaar kent. Esposito heeft de kleinste rol, maar zorgt wel voor een persoonlijkheidscontrast met Harry. Buscemi is heerlijk droog als de rechtdoorzee Ben, maar ook opvallend gevoelig wanneer het past. Segan koos ook nog acteurs met wie hij zelf al samenwerkte, onder wie de geweldige en onderschatte Tatiana Maslany als Harry’s dochter en een mede-Knives Out-alumnus die we niet zullen spoilen.
Als laatste wil ik absoluut nog dé blikvanger van The Only Living Pickpocket in New York vermelden: de peper-en-zoutjas van Harry. Soms kan een kledingstuk een film mee memorabel maken, en de gedachte “Wow, wat een jas” bleef hier maar door mijn hoofd spoken. Die werd voor de film trouwens speciaal gemaakt door het Italiaanse modemerk Zegna, waarvoor John Turturro begin 2025 nog meeliep in een modeshow. Zij snappen het, en hopelijk jij ook nadat je The Only Living Pickpocket in New York hebt gezien. Ik hoop Turturro alvast te zien op de rode loper van een paar awardceremonies — met of zonder memorabele jas.
The Only Living Pickpocket in New York is nu te zien in de bioscoop.
Misdaad met een impact
Misdaad met een impactRaak
- Goed uitgewerkt scenario
- Innemende vertolkingen
- Mooie beeldstijl
Braak
- Running gag voelt te atypisch en loopt iets te lang door