James Cameron presenteert ons drie jaar na The Way of Water de derde film in wat een vijfdelige Avatar-franchise moet worden. Kon Avatar: Fire and Ash ons meer bekoren dan zijn vorige? Wel, er zijn op alle vlakken wat grenzen aan zijn ambitie…
Wind en vuur
Fire and Ash gaat verder waar The Way of Water ons achterliet: bij het verlies van Neteyam, de oudste zoon van Jake (Sam Worthington) en Neytiri (Zoë Saldaña). Het hele gezin verwerkt het op zijn eigen manier. Jake is de sérieux zelve, terwijl Neytiri steeds verder wegglijdt in haar haat voor de ‘luchtmensen’ die haar niks dan verlies hebben bezorgd. Om die reden wil ze Spider (Jack Champion), de zoon van mensenkolonel Quaritch (Stephen Lang), wegsturen naar het labo van de mensen. Maar Quaritch is nog altijd vastbesloten om Jake te doden en Pandora te koloniseren. Daarvoor krijgt hij hulp van een andere Na’Vi-stam, de Mangkwan, geleid door Varang (Oona Chaplin, Game of Thrones). Jake en het watervolk, de Metkayina, hebben dus wat katten te geselen.
Ik zeg niet graag zomaar dat een film te lang is, maar er is hier te weinig ruimte voor de persoonlijke ontwikkeling van de personages.
Cameron is in zijn epische verhaal over het Na’Vi-volk op Pandora ondertussen alle elementen aan het verzamelen. De originele Avatar was voor het grondvolk, The Way of Water vanzelfsprekend voor de zee- en Titanic-fans, en nu dienen wind en vuur zich aan. De ‘windhandelaars’ spelen in dit verhaal een mindere rol, al zijn ze wel bijzonder cool. Hun schepen zijn vliegende wezens die eruitzien als ballonnen en ze worden geleid door David Thewlis. Ik vermoed (of hoop) dat we hen in het volgende deel zien.
Zoals de titel al zegt, gaat het hier vooral om de Mangkwan en hun leider. Varang is een echte ouderwetse slechterik, op macht en bloedvergieten belust. De wapens die Jake en de mensen hebben, zijn een ideale manier om Pandora te kunnen overheersen, samen met haar nieuwe bondgenoot Quaritch. Aan de goede kant behoort Fire and Ash vooral toe aan Spider en Kiri (Sigourney Weaver). Hij zit nog altijd gewrongen tussen de Na’Vi en zijn vader. Kiri heeft dan weer een verstoorde relatie met Eywa, de Moederboom, maar ze voelt dat er meer aan de hand is. Haar broer Lo’ak (Britain Dalton) ten slotte probeert zijn verbannen walvisbroeder terug te halen.

Balans
Het is duidelijk: er is veel gaande in Avatar: Fire and Ash. Cameron raast door het plot van het ene stuk naar het andere, afgewisseld door grote actiescènes. Alleen zit de balans in de verhaallijnen voor mij soms scheef. Hoewel de actie er haast onberispelijk uitziet, gaat er te veel tijd naartoe. Na drie uur en een kwartier valt de film toch in herhaling. Ook met de vorige films in het achterhoofd merk je dat vijf lange films vullen met één langlopend verhaal toch moeilijk wordt.
James Cameron heeft heel wat memorabele personages bedacht, maar er blijft voor mij een afstand tussen de vertolkingen en wat we op het scherm zien.
Ik zeg niet graag zomaar dat een film te lang is, maar er is hier te weinig ruimte voor de persoonlijke ontwikkeling van de personages. Oona Chaplin maakt van Varang een indrukwekkende en verachtelijke slechterik, maar (nog) niet veel meer dan dat. Personages zoals Tonowari en Ronal worden zo goed als aan de kant geschoven tot ze als plotpunt kunnen dienen. Een aantal Sully’s maakt een evolutie door in Fire and Ash, maar niet alles blijft even goed hangen tussen al dat geweld én die lange duurtijd. De film krijgt te weinig tijd om zich te settelen in het geheel.
Neytiri is in essentie een mensenhater geworden, en dat zorgt natuurlijk voor spanningen in haar gezin. Dat is het meest interessante element aan Fire and Ash, omdat het ook Jake tussen twee vuren zet — drie, als je er Quaritch bijrekent. Hun rivaliteit is ook niet meer zo zwart-wit als in de eerste film. Een goede evolutie om het boeiend te houden. Via Spider komt er een biologische ontdekking die duidelijk gevolgen zal hebben voor de volgende films. Ook over Kiri komt wat meer aan het licht. Hoewel die twee verhaallijnen nog wat nieuws toevoegen aan de mythologie van de wereld, blijft vooral die van Kiri in toon echt heel raar. Een jonge tiener die bijna tantrisch zit te bewegen en kreten uitslaat, deed het publiek in onze voorstelling toch ongemakkelijk lachen, net als bij de soms bizarre liefdesscènes tussen Varang en Quaritch.

Afstand
En zo kom je bij het punt waarom ik deze franchise toch nooit zo zal omarmen als vele anderen. James Cameron heeft heel wat memorabele personages bedacht, maar er blijft voor mij een afstand tussen de vertolkingen en wat we op het scherm zien. De filmpjes van de acteurs achter de schermen in mocapuitrusting grijpen mijn aandacht meer dan de afgewerkte versie. Op de CGI-technologie kan je niks aanmerken, maar het ontwerp van de personages maakt het meest expressieve deel van het gezicht, de zogenaamde T-zone aan de wenkbrauwen, minder beweeglijk. Ik leefde nog altijd meer mee met Spider dan met de rest, en aan de schitterende acteurs ligt het niet. Vooral Sam Worthington en Zoë Saldaña moeten echt meer erkenning krijgen voor wat ze hier doen.
Er zijn genoeg elementen die het verhaal boeiend houden, maar Cameron zal zich wel moeten behoeden voor sequelitis.
Dat alles gezegd zijnde, heb ik me tijdens Avatar: Fire and Ash zeker wel geamuseerd. Vaak zat ik wel helemaal in het verhaal. De visuele effecten zijn soms letterlijk ongelofelijk. De acteurs lijken zo veel écht gedaan te hebben, terwijl het in veel gevallen gewoon niet kan. Van de high frame rate (HFR) of hogebeeldsnelheid ben ik wel niet overtuigd. Die heel propere overgangen komen op film net niet natuurlijk over, ook al zien onze ogen het zo in de echte wereld. Ook de 3D is steeds minder aantrekkelijk dan in het origineel (maar wel goed voor de opbrengst). De film is visueel meer dan sterk genoeg om op zichzelf te staan.
Net zoals heel wat filmfans zal ik de franchise wel blijven volgen, omwille van de aardverschuiving die de eerste film betekende. Er zijn genoeg elementen die het verhaal boeiend houden, maar Cameron zal zich wel moeten behoeden voor sequelitis. Elke film heeft het publiek net iets minder geduld voor de zwakkere punten. Dat stel ik bij mezelf al vast. Avatar 4 komt over vier jaar pas uit, Avatar 5 twee jaar later. In 2031 zal Avatar 22 jaar oud zijn. Het visuele en technologische nalatenschap van de films staat nu al buiten kijf, maar wordt het verhaal ook onsterfelijk? De tijd zal het uitwijzen.
Avatar: Fire and Ash is sinds 17 juni te zien in de bioscoop.
Dunne lijn
Avatar: Fire and Ash reviewRaak
- Visuele effecten en wereldontwerp
- Nieuwe elementen en personages
- Paar inventieve actiescènes
Braak
- Wat te veel van het goede om de balans te houden
- Paar bizarre scènes en beslissingen
- Technische snufjes niet allemaal een meerwaarde