De Nederlandstalige strip voldeed dit jaar aan het bekende cliché dat het eigenlijk een herhaling is van de twintigste eeuw, maar dan in een hardcovertje.

Er waren hommages, voortzettingen en een vloedgolf aan integrales. Het zijn gouden tijden voor mensen die de helden van hun jeugd in een betere uitgave in hun kast willen zien staan. Zelfs series die het aanvankelijk niet redden, krijgen nu een integrale editie.
Soms waren er uitzonderingen. Zo liet Joris Vermassen zien dat de semi-literaire graphic novel in België wortel schiet met Soldaat-Hovenier. Bart Proost bracht een gedurfde biografie uit van de Spaanse schilder Goya, die grafisch best knap was en tegelijkertijd waarschijnlijk een groot publiek afschrok, wat jammer is. Natuurlijk had Milan Hulsing ook weer een nieuwe boreling getiteld Voetsporen, al hopen wij stiekem dat zijn volgende werk weer helemaal van hemzelf zal zijn. Elektrisch leven van Sander Funneman en Peter Brouwers maakte beelden leren zowaar leuk. Menlu pioniert lustig voort. Iemand die een leuke niche invulde en een fenomenale tekenaar is, is natuurlijk Bob Op ’t Land.
Crowdfunding
Ook het crowdfunden ging gewoon door. Frodo blijft België op dit vlak grandioos vertegenwoordigen.
De StripGlossy kachelde vrolijk door en bracht een aardige publicatie uit over superhelden in combinatie met het stripleven van Ger Apeldoorn. Standaard Uitgeverij deed zijn best om een kolossale Biebel op de markt te brengen om diens veertigjarig jubileum te vieren. Alleen jammer dat de drukkwaliteit stiekem best een beetje tegenviel. De Nederlandse Felisa Markhorst liet zien dat het publiceren van je eigen werk ook bestaat uit erg hard hosselen. We kijken reikhalzend uit naar haar eerste titel.
Hoe het overigens moet, liet ook de griezelige bundel Bloeddorst zien: een vrij gevarieerd pakket aan horrorstrips dat met wisselend succes iets heel anders probeert te doen met de populaire strip. Het enige echt enge uit deze bundel was een vrije tekening van de veteraan en tekengod Thé Tjongh King.
Stripmakersdagen
In Helmond werden de Stripmakersdagen gehouden en dat was interessant. De sympathieke Helmonder Jan Vriends is al enige tijd stripmaker des vaderlands in Nederland en heeft het initiatief genomen om jonge mensen kennis te laten maken met wat er mogelijk is en om bedrijven te laten zien dat strips een goed communicatiemiddel zijn.
We bezochten het makerscongres, waar enkele lezingen werden gehouden door een vertegenwoordiger van de Nederlandse stripopleiding in Zwolle, een docente illustratie, Aimée de Jongh en Nix.
Een verbindend thema in deze lezingen was het woord subsidie, waarmee men zich eigenlijk wederom in de voet schoot. Het is leuk om te vertellen welke beurzen er beschikbaar zijn voor stripmakers, maar men vergat erbij te vertellen dat dit systeem van beurzen in Nederland, zoals overal in West-Europa, op de helling staat in verband met zaken als vergrijzing, klimaatverandering en natuurlijk de oorlog in Oekraïne. Beter was geweest om te laten zien hoe men de eigen broek kan ophouden.

Het was wel tof om te zien dat Nix de uitslagen van zijn onderzoek kon presenteren, waaruit vooral bleek dat het inmiddels mogelijk is om de platte inkleuring via AI te verzorgen, maar dat stripmakers zich voorlopig nog geen zorgen hoeven te maken.
Ondanks de milde kritiek is dit een lovenswaardig initiatief en is het te hopen dat Jan Vriends nog lang zijn visie mag verspreiden. Zijn pragmatisme verdient alle lof.
Kortom
Het was uiteindelijk een redelijk standaard stripjaar zoals alle andere. Natuurlijk is er het volle besef dat we hier het beeld opnieuw versterken dat de Europese strip in ons taalgebied het lastig heeft. In Nederland ligt hij aan de beademing en hoewel deze stripvorm in België breder is geaccepteerd, is het niet zo dat men het daar veel beter doet. Eerder dat men in België het onvermijdelijke wat langer kan uitstellen (zie ook de reportages over stripwinkels).
We hebben meer gelezen dan besproken. En wat we lazen was grotendeels goed. Dat komt natuurlijk voor een belangrijk deel doordat Geekster geen recensie-exemplaren krijgt en dus kritischer moet zijn in zijn keuzes.
We hopen dan ook dat 2026 gewoon een fraai stripjaar gaat worden. Meer kun je niet verwachten.