Geekster Speelt #54: Conan Exiles en Ori and the Blind Forest

0

Dag beste Geeksters! In Geekster Speelt gaan we kort in op het spel waarmee we ons de laatste tijd bezig gehouden hebben. Soms is dat een grote release, soms is dat een kleintje dat misschien door de mazen van het net is geglipt, of een spel dat al jaren geleden is uitgekomen. Een videospel, een bordspel of nog iets anders: het kan allemaal. De voorbije weken kon het volgende ons boeien:

Conan Exiles

Jason: Na Raft (zie de vorige Geekster Speelt) is mijn vieze goesting in survival-crafting games nog altijd niet gestild. De content was echter snel op, gezien de early acces, dus ging ik op zoek naar een substituut. Gelukkig loopt mijn PS+-abonnement nog en download ik braafjes elke maand alle titels. Zo komen we bij Conan Exiles – de survival crafting in de wereld van Robert E. Howard.

Wat onderscheidt dit spel van de rest? Na een 5-tal uurtjes spelen – weliswaar peanuts voor dit genre – kan ik toch met enige zekerheid de combat aanduiden als meest onderscheidend kenmerk. Het situeert zich zo wat halverwege een Dark Souls en Absolver, met staminabeheer en combo’s die afhangen van je wapen en specialisaties. Link deze wapens bemachtigen aan een craftinglijst met zeldzame ingrediënten in verborgen kerkers en de gameloop is af. Niets revolutionairs maar de focus op combat leggen past perfect bij de brutale en meedogenloze wereld van Conan. Bovendien zet het je aan om de wereld uit te kammen voor al die zeldzame materialen in plaats van een dikke basis uit te bouwen en een sedentair leven te leiden. Slim gezien van de makers.

Voorlopig amuseer ik me nog rot, al moet ik toegeven dat ik liever offline speel gezien de stress die de permanente PvP van online met zich meebrengt. Enige minpuntjes – althans op PS4 – zijn de wat flauwe graphics en som brakke animaties. Je vergeet en vergeeft het al snel als je de omvang van de wereld ziet. En het is ook niet dat andere spellen in dit genre niet af en toe last hebben van een vliegende boom of beer.

Wie ook PS+ heeft, moet het zeker een kans geven. Zo niet, kijk je best voor de versie op pc. Draait ietsje vlotter en ziet er ook wat beter uit.

Ori and the Blind Forest

Michiel: Nu Ori and the Will of the Whisps er over een kleine maand zit aan te komen, leek het mij nuttig om nog eens te kijken waarom het originele spel zo fantastisch was en of het anno 2020 nog steeds als een van de beste indiegames beschouwd mag worden. Het antwoord op die laatste vraag is een overduidelijke ja. Ook al is Ori een paar jaar oud, zelfs in tijden van ray tracing en 4K kan het grafisch gezien zijn mannetje nog staan. Waarschijnlijk komt dit door de prachtige kleurrijke en schilderijachtige graphics en het spelen met licht en duisternis.

Ori is misschien wel een redelijk kort spel, ook het verhaal waarbij het kleine lichtwezentje Ori een bos moet redden en moet opletten voor en boze uil, blijft nog steeds emotionele snaren raken, zeker als je het combineert met de fenomenale muziek. Als 2D metroidvania heeft het natuurlijk ook goede gameplay nodig, maar ook dat is geen probleem. Er zitten misschien we een paar frustrerende stukken in (door de ontsnappingsmomenten zal ik nooit proberen om een no death run te doen), en het jezelf lanceren mhv vijanden of lampen gaat niet altijd even vlot, maar toch heb je schitterende movement abilities en eenvoudige maar leuke gevechten. Wie Ori and the Blind Forest nog niet geprobeerd heeft, kan ik het alleen maar aanraden. Je gaat een paar magische uren tegemoet.

Ook anno 2020 ziet Ori er nog schitterend uit.

 

Geekster

Waar ben jij de voorbije week mee bezig geweest? Was er een videospel waardoor je je console of je pc-scherm niet kon verlaten of heb je met vrienden een leuk bordspel uitgeprobeerd? Laat het ons weten via Facebook, Twitter of Discord.

Share.

About Author

Michiel Van Belle

Michiel Van Belle speelt videogames, boardgames en tabletop rpg's. Hij leest naast de occasionele comic ook veel fantasy en historic fiction. Zijn grote geeky love is soundtracks.

Reacties