20 jaar Pokémon

Naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van Pokémon besloot onze redactie een reeks te wijden aan de saga van de Pocket Monsters. Nostalgie, bruuske emoties, beste starters, alles zal de revue passeren. Vandaag een persoonlijk relaas van onze huis-Nintendo-goeroe, Nils.

2000. Het Millennium. De apocalyps volgens sommigen. Een jaar van Nokia 3310 reveals, Busted formaties en een planeet met minder gesmolten ijskappen. Het begin van de – dramatische pauze – nillies.

Als 12-jarige opdonder had ik geen enkele interesse in dergelijke zaken. Heck, ik verwelkomde zelfs de apocalyps. Waarom? Simpel. Ik had van één van ’s werelds meest gerenommeerde wetenschappers vernomen wat voor gevolgen een meteorietinslag kon verwezenlijken. Dood en verderf? HAH!

We lachten het gezamenlijk weg op de speelplaats.“Maak je toch geen zorgen, meester!” Want een meteoriet zou niet het einde der tijden betekenen, neen, maar zou zelfs nieuw leven brengen! Nieuwe ontdekkingen! Zelfs nieuwe diersoorten uit de ruimte! Needless to say, Professor Oak was mijn held. En ik was meer dan voorbereid op de glorieuze komst van Pokémon in mijn leven.

Professor Oak, mijn eigen Gobelijn

Professor Oak, mijn eigen Gobelijn

Hooked zoals een Magikarp

Ik was denk ik best een vermoeiend kind. Al sinds het begin van mijn carrière als homo sapiens, was ik verknocht aan de aardse fauna. Onversaagd stapte ik als peuter naar dieren toe, die proportioneel vermoedelijk drie tot duizend keer zo zwaar waren als ik, al was het maar om hen te knuffelen. Ik, en mijn ouders nog meer, mogen de sterren prijzen dat ik niet in Australië ben opgegroeid, waar de dieren minder gesteld zijn op knuffels van een kwijlerige (want dat was ik) peuter. Behalve natuurlijk de koala’s, drugsverslaafde nozems.

Enkele jaren later, zo rond 1997, had ik elke dierenencyclopedie die er thuis te vinden was al uit mijn hoofd geleerd (ik kan je bijvoorbeeld enorm veel vertellen over het paringsproces van de mierenegel).

Planckendael en de Zoo waren volledig, tot op het przewalskipaard toe, verkend. Mijn dorst naar meer kennis was echter onlesbaar. Meer weetjes, meer dieren!

Het toeval wil dat net in die periode Pokémon het Westen veroverde. Met de anime die in primetime pre-school-uren back to back geprogrammeerd stond op het toenmalige VT4, was het slechts een kwestie van weken eer mijn volledige bestaan ten dienste stond van de queeste elke Pokémon te documenteren in een PokéDex. Mijn trouwe Gameboy, een vergeefse poging van mijn ouders om me wat stiller te krijgen, werd mijn beste kompaan. Samen verloren we ons in de wereld van Pokémon Blue.

Geschreven in de Staryus

Het leek in de sterren geschreven. Een reeks die je respect voor de pracht van de natuur en dieren aanleert? Een reeks die dieren als ultieme vriend van de mens zet? Say no more.

Natuurlijk stond je als dreumes niet stil bij het feit dat je die band opbouwt door het wezen in kwestie weg te rukken uit zijn natuurlijke habitat en het dan verplicht, zoals de gladiatoren van weleer, elkaar te bekampen, terwijl ze niet anders kunnen dan naar de grillen van een 10-jarige luisteren. De morele contradictie die hier inherent in verweven zit, is het meest ironische aan heel de reeks. Die denkpiste even terzijde, het geromantiseerde beeld dat Pokémon schetst van de band tussen mens en dier, daar draaide het voor mij om. Neem daarbij de simplistische indeling in categorieën, gecombineerd met de minder complexe RPG-mechanieken van de core game en ik was helemaal verkocht.

Thunderbolt power.

Thunderbolt power.

Enkele jaren gingen voorbij en al snel bleek dat ik me ontpopt had tot de speelplaatsautoriteit on all things Pokémon. Als een Pokégoeroe loste ik Pokéconundrums op voor mijn medekompanen.”Een Kadabra evolueert enkel als je hem ruilt met iemand anders”. “Flamethrower mist niet zoveel als Fire Blast”. “Dratini’s kan je opvissen in de Safari Zone “. “Nidoran is de beste Mon om Brock te verslaan als je Charmander hebt gekozen”. Mijn street cred ging alleen maar omhoog nadat de schooldirectie zelfs Pokémonkaarten verboden had op de speelplaats. Oh, de glorietijd van mijn jeugd!

E-sports avant la lettre

Ondertussen was het al het jaar 2000. De Pokémonrage raasde nu als een Rapidash over het Westen en niemand bleef gespaard. De vele hopen merchandise begonnen zich op te stapelen. Pokéballs uit Dreamland werden uitgebreid getest op koeien en paarden in de wei. GAIA, onzeker over haar standpunt ten opzichte van Pokémon. Het was in dat jaar dat Nintendo, in een poging e-sports avant la lettre te lanceren, het eerste GLOBALE Pokémontoernooi organiseerde.

Dit omdat het mooi samenviel met de release van Pokémon Stadium, een Nintendo 64-game die de gevechten op Gameboy kon 3D-renderen en het gemakkelijk maakte om elkaar te bekampen zonder een Link Cable, op een big ass TV. Deze game luidde tevens het begin in van een lange lijn Pokémonarenagames op de Nintendo-consoles.

Pokémon Stadium

Pokémon Stadium

Random weetje trouwens is dat Satoru Iwata (RIP), toen nog geen Nintendo-CEO, zomaar in zijn uppie de volledige battle code van Pokémon Red in Pokémon Stadium had geprogrammeerd, een waar titanenwerk. Meesterlijk in retrospect.

Het opzet van dit tornooi was simpel. Laat Pokéfans over de hele wereld elkaar bekampen in een waar toernooi-format, waarna de kampioenen van elk land het tegen elkaar zullen opnemen op zoek naar de ultieme wereldkampioen. En dit in de drie verschillende formats die Pokémon Stadium aanbood.

  • Pika Cup: lvl. 15-20, beperkt aantal Pokémon
  • Poké Cup: Lvl. 50, legendarische Pokémon verboden
  • Prime Cup: lvl. 100, enkel Mewtwo niet toegelaten

Dit was trouwens nog steeds in de periode van Pokémon Red en Blue, de eerste generatie. Van EV’s en IV’s was er toen nog weinig sprake. Pokémon-strijd was onbezonnen, “perfecte” Pokémon bestonden nog niet. Elke Mon die je ving, was je vriend voor het leven (we laten even MissingNo. buiten beschouwing). Bijhorende eugenetica was dus nog ver zoek. Arceusverdekke, wat mis ik die dagen soms.

I’m gonna be the very best

Toen ik hoorde van de plannen van Nintendo om de Belgische rondes te organiseren in Walibi (toen even Six Flags) in de zomer van 2000, aarzelde ik bijgevolg zelfs geen seconde. Meteen schreven ikzelf en mijn jongere broer, mijn vaste sparringpartner, ons in voor de big leagues. Met  een 100 procent clearance rate van Pokémon Stadium, waar we samen best trots op waren, kon niets onze deelname tegenhouden. Hoe gelukkig waren we dan ook, toen we BEIDEN een persoonlijke brief kregen van Nintendo PR, dat we geselecteerd waren voor deelname in de Pika Cup. Enter montage.

Trainen, teams testen, iedere dag opnieuw. Volledige Pika-cups clearen. Uitgebreid het raster bestuderen van toegelaten Pokémon. Theorycraften van geweldige teams, voor mezelf en m’n broer. Dagen, weken, uren aan een stuk. Onze roeping, ons levensdoel. Dit was het. Mijn twaalf levensjaren en zijn acht winters maakten van ons een tandem die nooit stilzat. Tussen de bokes choco en judotrainingen door, bevonden we ons in volledige Pokémodus. We would have WAR.

MONTAAAAAGE

Uiteindelijk was het zover. De dag was aangebroken. Onze ultieme teams waren uitgebreid getest en goed bevonden. Geen enkele van onze kennissen en vrienden bleek opgewassen tegen onze righteous furie van teamwork en research. We vonden enkel onze gelijken in de zeldzame gevallen waarin we het tegen elkaar opnamen.

Rugzakje nemen. Pokémon Blue in de Gameboy pluggen. En nu, WE RIDE.

Victory Road

Walibi, the final frontier. Hier onderscheidden de trainers zich van het plebs. Werkelijk alles in Walibi stond in het teken van Pokémon. Mascottes zo ver het oog kon reiken, samen met hordes tieners die allen met één missie op het toneel verschenen. Er kon er maar één the very best zijn, nietwaar? Bittere rivaliteit stak meteen de kop op. Last minute ruilhandel werd bedreven. Als kemp-Torchics vlogen sommigen reeds op mekaar. Zelf hadden we geen nood aan dergelijke triviale activiteiten. In ons hart was er geen twijfel dat ons team alles kon weerstaan. Gekke tieners.

Het gevoel dat we hadden van de tegenstand

We begonnen onderaan de toernooipiramide aan onze eerste kamp. Twee kleine opdonders versus de wereld. Het Gymgevecht van ons leven. Ik tegen een 14-jarige Waal, mijn broer tegen een beer van een 17-jarige, meer dan dubbel zo oud als hij. Maar op Pokémongevechten plakt men geen leeftijd. Een Gyarados of Tentacruel discrimineert niet op levensjaren. Dat ondervonden onze tegenpartijen aan den lijve. Terwijl mijn Gyarados de eerste Raichu vernederde, vrat de Tentacruel van mijn teerbeminde broeder door het strategisch inferieure team van de beerman. Perfecte vorm.

Uiteraard wonnen we de eerste kamp. We hadden niet voor niets weken aan een stuk ons hele bestaan ten dienste van Oak gesteld. We waren voorbereid op alles. Mijn Dragonair, Gyarados en Electrode vonden doorheen elk team hun weg. Raichu’s zeg je? Gyarados Body Slam’de ze van de aardkorst. Dragonair Wrap’te grotere bedreigingen tot ze gedwee niet anders konden dan plooien in hun onmacht. Electrode paralyzeerde alles als eerste. Mijn evil-genius-instincten werden meermaals geprikkeld doorheen de gevechten. Tot vijf keer toe was alle weerstand nutteloos. Perfecte vorm.

UNSTOPPABLE

Maar toen sloeg het noodlot toe. Niet alleen ik walste door de competitie, ook mijn rosse broer vond geen weerstand in de horde tieners. We waren werkelijk te goed voor de competitie. In ware Lovecraftiaanse stijl glibberde zijn Tentacruel door elke match en bezorgde menig 15-jarige puistenkop wellicht nachtmerries en mentale littekens die jaren zouden aanslepen. Onze superieure strategieën bleken een dubbelzijdig slagzwaard. Ook hij won vijf matches. En toen vonden we mekaar opnieuw in de halve finale. Als tegenpolen. Als vijanden. Als rivalen.

Cain en Abel

Daar stonden we dan. Ik, de Gary van zijn Red, net als hij, de Gary van mijn Blue. Kai su, teknon? We hadden het moeten weten. Al onze training, ten dienste van dit epische gevecht. Het laatste duel. De laatste horde voor de finale. Onze blikken kruisten elkaar. Beiden wisten we dat een simpele overgave niet aan de orde was. Daarvoor waren we te ver gekomen. De climax van al ons harde werk in het hier en nu. Onze teams, nu zonder training wheels. Zonder de mantel der broederliefde. Zelfs de menigte rond ons leek het te beseffen. Hier zou fratricide plaatsvinden. THERE CAN BE ONLY ONE.

Onze strijd barstte in alle hevigheid los. Onze ouders, verscheurd tussen beide partijen. Gyarados, mijn trouwste kompaan, versus Tentacruel, zijn tentakelmonster. “Gyarados, gebruik Body Slam!” Maar Tentacruel, bastaardzoon van Cthulhu, bezweek niet. Meer nog, in mijn blind vertrouwen in Gyarados was ik immers vergeten dat ik destijds mijn broer had aangeraden zijn Tentacruel behoorlijk wat Special moves te leren, gezien diens Special stat zo hoog is ten opzichte van anderen. Eén daarvan was Thunderbolt. Sic Transit Gloria Gyarados. Tot zover mijn powerhouse. Nu was het aan Electrode, mijn motor der Verdoemnis, om de rosse furie van de Tentacruel tegen te houden. Thunder Wave, gevolgd door meerdere Thunderbolts. Maar wederom, Tentacruel bleek een verdomd hard koekje om te breken. Surf na Surf beukte in op mijn Electrode. Tijd om mijn laatste redmiddel boven te halen. Dragonair, de fabelachtige deus-ex-machinastrategie die ik had voorzien als failsafe voor wanneer mijn Gyarados het onderspit zou delven.

Ik had mijn hand echter overspeeld. In het verleden had ik op hetzelfde moment al eerder de switch gemaakt naar de lieftallige draak, en mijn broer, gewiekste duivel, was ook voorbereid. De switch geschiedde, om dan enkel, in een vlaag van uitstekende predictie, een Blizzard in het Dragonair aangezicht te mikken. De overwinning blonk reeds in de ogen van mijn genetische rivaal. Het angstzweet voelbaar in mijn nek. Hier ging ik sneuvelen.

Maar dan! Een daad van hogerhand. Mijn eerste kennismaking met de wonderen van onze heer en meester, RNGesus. Blizzard miste mijn Dragonair op een haar na. De menigte slaakte een kreet van verrassing. Ikzelf haalde opgelucht adem. Dit was de overwinning. Het was voorbij. De tafels waren op het meest onverwachte moment in mijn voordeel gedraaid. “Dragonair, doe het.” Wrap.

Sorry bro

Weerloos. Tentacruel, eens zo’n dreiging, nu, gereduceerd tot een hoopje immobiliteit. Enkele beurten later was het voorbij. Tentacruel met de faint. Dragonair die zijn Ice Beamfurie botvierde op Nidoking. Dragonair die met de laatste combinatie van Thunder Wave en Thunderbolts de Arcanine velde. Dragonair die alle hoop op de overwinning uit de ogen van mijn teerbeminde broer leegzoog. Perfecte vorm.

De menigte was ijzig stil. De ouders bezorgd op de zijlijnen. Ik was door naar de finale, maar had net mijn broer de overwinning op de meest brutale manier afgenomen. Door simpelweg geluk te hebben.

Pokémon Champion 2000

Na deze vermoeiende strijd werd meteen doorgegaan naar de finale. De presentator en de menigte namen hun tijd om in het lang en het breed de finalisten voor te stellen. De ene een 12-jarig jongetje uit het landelijke Meldert, de andere een 16-jarige hippie uit Bergen.

Jammer voor hen bleek deze strijd minder spectactulair dan de broedermoord die even daarvoor had plaatsgevonden. Een drie-nulwin voor Gyarados, trouwe Gyarados, onbewogen door Raichu, Alakazam of Machamp. Een ware anticlimax aan uitdaging.

De finale in één beeld

En zo geschiedde het. De eerste Pokémon Kampioen van België stond er. Een stormvloed aan emoties en gejuich volgden mekaar snel op. Ondertussen had mijn broer de derde plaats uiteraard met evenveel verve veroverd.

I got to be the very best. 

Wearing my old badge of honor. #geekstercollection #pokemon #nintendo

Een foto die is geplaatst door Nils De Smet (@sjmille) op

Einde?

Neen! Dat was niet het einde van de glorieuze Victory Road die het jaar 2000 voor deze Pokémon Kampioen inhield.

De marketingstunts, de tocht naar de Millennium Dome, de andere kampioenen, het intrige en verraad die erbij horen. De emoties van een kind in een omgeving waar hij te jong voor bleek. Het verhaal van Mew en de Belgen.

Lees het vervolg binnenkort op Geekster!

Share.

About Author

Avatar

Navigator Games & Kijken. Overwinnaar Pokémon Championship 2000. Droomt uitsluitend in epische bliksemzwaardgevechten. Trust in Nic Cage. NNID: Sjmille

Reacties