Is het drukbevolkte X-Men: Apocalypse, de derde en meest ambitieuze X-Men-film van oudgediende Bryan Singer, tegen alle verwachtingen in dé superheldenfilm van het jaar?

In het Oude Egypte wordt de eerste mutant ter wereld aanbeden als een god. Apocalypse (Oscar Isaac) is helaas voor onze X-Men ook de krachtigste mutant op aarde. Hij maakt zich klaar voor een eeuwenoud ritueel dat zijn geest en krachten verhuist naar een ander lichaam. Halverwege loopt het echter mis en wordt de mutant begraven onder het puin van zijn eigen piramide, puin dat we maar al te vaak terug zullen zien.

Na duizenden jaren wordt Apocalypse wakker en walgt hij ervan hoe het gesteld is met de wereld. De zwakken heersen, dus is een nieuwe wereldorde onvermijdelijk. Hij rekruteert enkele jonge mutanten en Magneto (Michael Fassbender) als zijn ruiters van de Apocalypse om de mensheid zo goed als uit te roeien. Professor X (James McAvoy) trommelt met hulp van Mystique (Jennifer Lawrence) en Beast (Nicholas Hoult) een eigen bende mutantentieners op. Samen nemen ze het op tegen het grootste gevaar dat de X-Men tot nu toe onder ogen hebben moeten zien.

X-Men: Apocalypse is ondertussen al de zesde X-Men-film (afgeleiden zoals The Wolverine en Deadpool niet meegerekend) en is het vervolg op X-Men: Days of Future Past, dat de continuïteit in de reeks hoorde te herstellen. Meer specifiek werd de erbarmelijke derde film in de franchise, X-Men: The Last Stand, uitgewist. Maar de nieuwste film neemt ook een loopje met de gebeurtenissen uit de eerste twee films.

x-men: apocalypse

Daarmee is de stand van zaken van het geheel bijna even verwarrend geworden als de grote bende personages die opdraaft in X-Men: Apocalypse. McAvoy en Fassbender zetten opnieuw sterke hoofdpersonages neer. Lawrence, amper in haar blauwe uiterlijk door haar verworven bekendheid, weet dan weer minder te overtuigen. Misschien omdat ze zo overaanwezig was met The Hunger Games of dat zo’n oprechte heldenrol voor haar personage zo moeilijk te geloven valt. Evan Peters schittert als Quicksilver en zorgt opnieuw voor de meest memorabele scène. Ook Rose Byrne is weer van de partij als CIA-agente en love interest voor Professor X. Hierdoor kan McAvoy iets nieuws doen met zijn rol, terwijl Magneto’s verhaal vertrouwd aanvoelt.

Naast de bekende gezichten maken we nu ook kennis met de tienerversies van telekinese- en telepathiemeesteres Jean Grey (Sophie Turner), Cyclops (Tye Sheridan) met zijn laserogen en de teleporterende duivel Nightcrawler (Kodi Smit-McPhee). Turner zet na een sterke introductie een boeiende rol neer, ook al blijft ze vooral hangen in het zelfbeklag dat ook overaanwezig is in Sheridans rol, die dan wel weer sterker in zijn schoenen staat dan de vorige incarnatie van Cyclops. Smit-McPhee jongleert melodrama perfect met humor. Hoewel geen enkele rol van de drie de tijd krijgt om er echt uit te steken, versterken ze wel het vertrouwen in aankomende vervolgen met hen in de hoofdrol.

Wie minder schittert, zijn de slechteriken van dienst. De mutanten van Apocalypse hebben uiteindelijk weinig te doen. Psylocke (Olivia Munn) en Angel (Ben Hardy) weten uiteindelijk niet te overtuigen. En wie hoopte dat Storm nu eindelijk eens een deftige filmincarnatie krijgt, komt thuis van een koude kermis. Alexandra Shipp werkt als Storm, als ze ook daadwerkelijk de handen uit de mouwen zou mogen steken. Zolang het met de titelslechterik maar goed zit, toch?

x-men: apocalypse jean grey

Helaas. Hoewel Apocalypse zeker zijn momenten heeft, is hij even vergeetbaar geworden als de booswichten van het Marvel Cinematic Universe. Een allesvernietigende vijand die alles met de grond gelijkt maakt gewoon omdat het kan, is afgezaagd geworden. Zo’n tweedimensionale slechterik werkt ook niet in het voordeel van de X-Men. Ze hebben meer inhoud achter hun gevechten nodig (en dat geldt ook voor de meeste superheldenfilms). Jammer genoeg kan klassebak Oscar Isaac weinig meer doen met de rol dan dreigende monologen verkondigen achter een paarsblauw masker. In het lelijke kostuum kan hij amper een vinger uitsteken, dat laat hij over aan Magneto. De Master of Magnetism is ongetwijfeld het meest boeiende personage uit de film, toch in de eerste helft. Zijn verhaal, en samenspel met Professor X, kennen we ondertussen wel, maar toch blijft het ongelooflijk meeslepend om naar te kijken.

Er zijn zoveel mutanten in de prent, maar zo weinig variatie in emoties, diepgang en vechtstijl. De algemene teneur is neerslachtigheid, dus de korte momentjes van humor zijn meer dan welgekomen. De balans zit minder goed dan vroeger. Zo’n bende depressievelingen samen is gewoonweg niet leuk om te zien. Wat ook niet leuk is om naar te kijken, zijn personages die stilstaan terwijl een ander deel van het verhaal verder loopt. Zo staan Apocalypse en zijn ruiters letterlijk te chillen op een berg terwijl de X-Men hun tegemoet snellen. Als het dan op vechten aankomt, krijgen de mutanten weinig kansen om te schitteren. Het finalegevecht voelt doordeweeks aan, maar eindigt wel heel krachtig.

De eerste helft introduceert op een perfecte manier tal van nieuwe koppen en zet intrigerende verhalen op voor vertrouwde karakters, maar het uitgerekte plot van de film is uiteindelijk te dun om een dikke twee uur mee te vullen. Eenmaal het plan van Apocalypse in werking treedt, wordt je het voorspelbare superheldenspektakel voorgeschoteld. Dat zou geen probleem zijn als de visuele effecten in orde zijn, wat hier jammer genoeg niet het geval is. Het climactische gevecht voelt al leeg aan door het platgetreden verhaal en onuitgewerkte rollen, en dan komen de wisselvallige effecten er nog een schepje bovenop doen. Het ene shot is scherp en overtuigend, terwijl het andere dan een wazig boeltje is vol hetzelfde, gekopieerde en geplakte zwevende puin.

x-men: apocalypse psylocke

Wat X-Men: Apocalypse ons vooral leert, is dat regisseur Bryan Singer verloren gelopen is in zijn eigen ambitie en zijn creativiteit kwijt is. Hij durft weinig speciaals meer te doen met zijn geliefde mutanten en vergeet daarbij complexe personages te schetsen. Ook de setting (de jaren tachtig) overtuigt niet, terwijl X-Men: First Class ademde in een Koude Oorlog-sfeer. Daarnaast smijt hij rond met onnodige expositie: datgene wat je net gezien hebt, hoeft niet nog eens uitgelegd te worden.

Singer doet ook goeie dingen, want de film struikelt pas in de tweede helft. De scene met Quicksilver is opnieuw een van de hoogtepunten uit de film, Nightcrawlers teleportatiekracht wordt in het finalegevecht op een unieke manier voorgesteld (knipper met je ogen en het moment is voorbij) en de introductie van Jean Grey en Cyclops tonen dat hij toch wel bekend is met het concept van show, don’t tell. Met de aangekondige cameo haalt hij de film uit het slop net wanneer die in elkaar dreigt te stuiken.

Uiteindelijk is de film te ambitieus in zijn opzet. De X-Men-films worden gekenmerkt door hun compactheid en focus op de karakters en dat is hier niet het geval. X-Men: Apocalypse is vooral een verzameling geworden van beklijvende momenten, maar omdat het menselijke element ontbreekt, heeft het geheel niet de impact die zijn naam doet beloven.

7 Voor fans

X-Men: Apocalypse voelt deels aan als een doordeweekse superheldenfilm waarin actie primeert over creativiteit en diepgang, maar de jonge mutanten en enkele individuele momenten zorgen ervoor dat de film niet inzakt als een kaartenhuis.

  • Verhaal 6
  • Personages 7
  • Audiovisueel 6
  • Sfeer 7
Share.

About Author

Matti Meurisse

Tekent als het past, kijkt veel te veel films en series als het niet past en verkent ondertussen de wereld der comic books.

Reacties