Anno 2014 werd Kingsman: The Secret Service in de bioscopen gedropt, een reconstructie van het James Bond-DNA die slaagde in zijn opzet om de spionnenfilm terug luchtig en amusant te maken. Het werd een mix van verteerbaar ultra-geweld en zelfverheerlijkende parodie, in de vorm van een blitse actieprent die oprecht optimistisch aanvoelde. Zelfs de meest volkse jongen in het publiek ging spontaan dromen van zijn eigen sjieke paraplu. Het haast universele gejubel voor deze triomf van de commerciële cinema deed de kassa rinkelen, en bijgevolg mocht een sequel niet ontbreken. Drie jaar later krijgen we een nieuw deel op ons bord, zijnde Kingsman: The Golden Circle.

Alleen lijkt dat sequels maken net iets minder evident is, want hier is het ver zoeken naar die ontegensprekelijke kwaliteiten van zijn voorganger. Weg, levendig tempo, en weg, strakke film. Nee, de tweede telg in de Kingsman-familie gaat zelfs op die cruciale vlakken stevig de mist in. Zo hard dat we gaan denken dat de makers compleet vergeten zijn wat de elementen waren die de eerste film zo goed deden werken.    

“Mijn kleine teen zegt me dat we flink wat whiskey gaan nodig hebben voor deze film.”

Het opzetten van de film alleen al is een moeizame processie. Kingsman: The Golden Circle vertrekt dan wel met piepende banden, maar schijn bedriegt. Voor we het beseffen, begint een berg overbodige subplots langzaam maar zeker alle momentum weg te nemen. Vele ogenschijnlijke herstarten blijken sissers te zijn, tot wanneer dit vehikel eindelijk bij z’n grote finale arriveert. Dan keert de overdaad nog eens terug in zijn volle glorie, maar is de betrokkenheid al lang gaan lopen. Op dat moment voelt het aan als een verplicht op te voeren nummertje, eentje waar we achteraf halfbakken voor gaan applaudisseren terwijl we al nadenken over wat we na de film gaan drinken.

En dat is verdorie zonde, want deze prent heeft nochtans sterke troeven, die helaas maar povertjes uitgespeeld worden. Zoals de sloot grote namen die opgetrommeld werd om allerlei bijrollen in te vullen. Stuk voor stuk personages die zelden meer zijn dan een geanimeerd stuk behangpapier, en beroofd worden van de kans om uit te groeien tot volwaardige onderdelen van het plot. Julianne Moore is het meest bezwarende bewijsstuk. De makers boeken haar in om de superschurk te spelen, maar het personage wordt crimineel onderbenut en raakt amper verder dan wat comic relief. Een schril contrast met wat de vorige film klaarspeelde op dat vlak.

“Hoe hebben we dit soort sets kunnen betalen?” – “Door scenaristen aan de deur te zetten, duh.”

Maar de grootste kemel moet toch wel de halfbakken toon zijn die ontstaat wanneer een zelfverklaard ‘terugkeren naar het vermakelijke’ besluit om melodrama en gemoraliseer te injecteren in een film die al zit te smachten om ademruimte. Het zijn niet alleen de personages die onvoldoende uit de verf komen, ook de humor en de pret verzuipen onder het gewicht van de ambitie om groter en beter dan de voorganger te zijn.

Een beetje meer schrapwerk en vooral wat terughoudendheid hadden kilo’s vruchten kunnen afwerpen. Nu nog enkel maar hopen dat ze die les tijdig leren vooraleer ze onvermijdelijk Kingsman: The Golden Circle zijn eigen sequel geven.  

6 Meh

Kingsman: The Golden Circle heeft zeker potentieel, maar in de poging om uit de torenhoge schaduw van zijn voorganger te raken, maakt het enkele overijverige bokkensprongen die de film plat op zijn gezicht doen vallen.

  • Verhaal 5
  • Personages 5
  • Soundtrack 7
  • Visueel 7
Share.

About Author

Kenny Soete

Verslinder van cinema, ongoddelijke muziek en thematische spelen. Heeft een uitgesproken liefde voor sci-fi en 80ies neonverlichting. Houdt van de zee en alle vuurtorens daarrond.

Reacties