Het DNA van een stripreeks 1: het Amoras-effect

0

Belgische stripklassiekers moderniseren. Tot die conclusie kwam ik eind vorig jaar, toen op de boekenbeurs werd aangekondigd dat na Suske en Wiske, Jerom en Fanny Kiekeboe ook Johan de Rode Ridder een nieuwe reeks zou krijgen.

Het Amoras-effect

amoras

Het leek geen toeval meer. Amoras, de rauwe spin-off van Suske en Wiske, was een overweldigend succes en het was een logische volgende stap voor de uitgeverijen om te proberen dat succes te herhalen door andere klassieke stripreeksen de Amoras-behandeling te geven. Dat idee werd kracht bijgezet door de aankondiging dat een nieuwe denktank van negen stripmakers, The Wolfpack, de toestemming had gekregen van Standaard Uitgeverij om met de klassieke reeksen in hun fonds aan de slag te gaan. Deze denktank zou begeleid worden door Johan De Smedt, in een vorig leven zelf de stripuitgever bij Standaard Uitgeverij. Ik trok m’n stoute schoenen aan, interviewde de man voor Geekster en kwam daarbij tot interessante inzichten. Johan had immers een interessante opvatting over dit nieuw soort strips:

Als je iets nieuws aanvat, is het belangrijk dat je geen compromissen maakt. Je houdt in alle opzichten vast aan het gekende moedermerk, maar je geeft een andere interpretatie. Je werkt in de geest van de meester, maar niet naar zijn hand. Je raakt ook nooit aan het DNA. 

Het DNA… Wat zou dat precies zijn, “het DNA” van een stripreeks? En is respect voor dit DNA een cruciale factor voor het welslagen van zo’n nieuwe reeks? Na Amoras werden immers heel wat andere reeksen in een nieuw kleedje gestoken, de ene met al wat meer succes dan de andere. Jerom en Fanny Kiekeboe kregen een eigen spin-off in de vorm van J.Rom en Fanny K., Suske en Wiske kregen een facelift (en een borstvergroting, in het geval van Wiske en Sidonia) en een nieuwe tekenaar deed een uitgebluste reeks als De Rode Ridder herleven. Robbedoes kreeg een nieuwe, Vlaamse reeks en Lucky Luke werd gevierd met twee hommage-albums.

J.ROMSchaduw0-e1422931554728

Het succes van Amoras werd echter niet geëvenaard. Meer zelfs: de bedenkelijke kwaliteit en lauwe ontvangst van J.Rom en Fanny K. doen ons eerder bezorgd dan opgewonden uitkijken naar wat de uitgeverij nog voor ons in petto heeft. Ligt dat dan aan een gebrek aan respect voor de bronreeksen, of aan wat anders?

Op zoek naar het DNA

red-rider

Het is een vraag die me intrigeert. En wie met vragen zit, moet op zoek gaan naar antwoorden. Een pasklaar antwoord bestaat natuurlijk niet; ik kan niet zomaar “het DNA van een stripreeks” Googlen en op een Wikipedia-pagina een uitgebreide, glasheldere uitleg lezen. Daarom besluit ik op pad te gaan en met mensen te spreken die allemaal op hun eigen manier met strips bezig zijn om hen te vragen wat zij van deze nieuwe trend vinden en welke rol het DNA van een stripreeks daarin speelt. Deze gesprekken zal je in de loop van de komende weken in interview op Geekster kunnen lezen, en hopelijk komen we tot verhelderende inzichten. Achtereenvolgens spreek ik met:

De striplezers

Draai of keer het hoe je wil, maar een stripreeks staat of valt met de populariteit die ze bij de lezers verwerft. De striplezers zijn het doelpubliek, de consument. Strips worden eerst en vooral voor hun leesplezier gemaakt. Hun mening en, cru gezegd, hun portefeuille is essentieel en beslissen over de toekomst van een reeks. Een strip mag nog zo’n verheven kunstwerk zijn, als er geen lezers hem kopen, zal hij beschouwd worden als een mislukking. Ik sprak met vier striplezers (waarvan je er minstens eentje waarschijnlijk al kent) en vraag hen wat ze van de nieuwe, afgeleide reeksen vinden, hoe bekend ze zijn met de bronreeksen waar ze op gebaseerd zijn en hoe belangrijk respect voor het DNA volgens hen is.

De stripspeciaalzaken

Lezers moeten hun strips ergens kopen, en dat doen ze simpelweg in de winkel. Stripspeciaalzaken specialiseren zich in de verkoop van strips en weten wat er bij de lezers leeft. Door hun jarenlange ervaring beschikken ze over een goede intuïtie over welke reeksen potentieel hebben om succesvol te zijn en welke niet. Bovendien hebben zij in hun eigen winkel een zicht op de verkoopcijfers van de stripreeksen. Waar uitgeverijen er alle belang bij hebben hun product aan te prijzen en eventuele tegenvallende verkoopcijfers te verdoezelen, kunnen stripspeciaalzaken ons een neutraler, maar helaas ook anekdotischer, beeld van de verkopen geven.

De stripjournalist

En niet zo maar een stripjournalist. Er is er toevallig eentje die nog niet zo lang geleden het ultieme naslagwerk over de Belgische strip heeft geschreven. Door zijn onderzoek en expertise heeft hij zich een beeld kunnen vormen over de geschiedenis van het Belgische beeldverhaal, en kan hij me hopelijk helpen deze nieuwe trend (als het al een trend is) te plaatsen in een historisch kader. Is dit een nieuw fenomeen? Is het typisch Belgisch? Antwoorden op deze vragen hoop ik van de stripjournalist te krijgen.

De stripmakers

De consument kan vrij onbezorgd strips lezen. Vind je ze leuk, dan lees je het volgende album, vind je er niets aan, dan laat je de reeks links liggen. Voor stripmakers ligt de zaak wel enigszins anders. Strips maken is hun beroep, en het succes van hun onderneming bepaalt of er gerookte zalm of choco van de witte merken op hun boterham ligt. Ik spreek met vier stripmakers, twee scenaristen en twee tekenaars, die bezig zijn met afgeleide reeksen of restylings. Zij moeten op de slappe koord dansen en het evenwicht vinden tussen respectvol omgaan met de “erfenis” waar ze mee aan de slag mogen enerzijds, en zelf hun eigen stempel drukken en innoveren anderzijds. Ik ben benieuwd hoe zij die evenwichtsoefening ervaren hebben.

De uitgevers

De grote spelers in de stripwereld zijn de uitgevers. Zij bepalen de weg die bewandeld wordt, geven stripreeksen kansen of trekken onverbiddelijk de stekker eruit. Zij proberen een succesvolle commerciële activiteit uit te bouwen met de stripreeksen onder hun vleugels en tegelijkertijd de stripliefhebbers een aangename leeservaring te bezorgen. Gezien het Wolfpack-initiatief ontstaan is onder het dak van Standaard Uitgeverij, kan een gesprek met deze uitgever niet ontbreken. Maar er is nog een tweede grote speler op de Vlaamse markt en ik ben benieuwd om te weten te komen hoe die deze nieuwe trend, waarin de concurrentie het voortouw neemt, ervaart.

De geestelijke vader

In deze interviewreeks heb ik de eer en het genoegen te spreken met een geestelijke vader van wiens reeks een afgeleide reeks gemaakt werd. Oké, technisch gezien maakt dat hem ook een stripmaker, maar de dynamiek is anders. Als iemand die zijn eigen reeks bedacht heeft en vervolgens tot een groot succes heeft kunnen uitbouwen, is hij de uitgelezen persoon om me te vertellen wat nu precies het DNA van “zijn” reeks is.

de-moordenaar-van-Lucky-Luke

Samen met deze inleiding en een slotbeschouwing maakt dat een reeks van twaalf delen. Ik verwacht niet aan het einde daarvan tot een sluitende conclusie te komen, of een exacte definitie van het DNA van een stripreeks en een formulaïsche benadering van het belang ervan bij het maken van afgeleide reeksen. Ik spreek slechts met een beperkt groepje mensen. Vooral bij de striplezers en de stripspeciaalzaken zullen de bevindingen gebaseerd zijn op anekdotisch materiaal. Uitgevers en stripmakers spelen een belangrijkere rol in het tot stand komen van de reeksen, maar ook hun meningen zijn niet zaligmakend: het “recept” voor de perfecte afgeleide reeks werd tot op heden nog niet gevonden en bestaat allicht niet eens.

Wat ik wél wil bereiken, is het verwerven van interessante inzichten in deze striptrend waar momenteel niet naast gekeken kan worden. Ik probeer lezers een beeld te geven van wat er achter de schermen speelt en hoe de stripmakers het creatief proces ervaren hebben. Tegelijkertijd probeer ik vanuit het doelpubliek feedback te geven aan de mensen die de strips op de markt brengen. Aan het einde van de dag heeft iedereen er baat bij dat er goede stripreeksen op de markt verschijnen, en met deze reeks probeer ik daartoe mijn steentje bij te dragen.

Share.

About Author

Jeroen Van Heel

Cardboard cowboy, Nintendo nerd en Dr. Deathrite himself. Show your moves!

Reacties