Het DNA van een stripreeks 6: Marc Legendre (interview)

0

Belgische stripklassiekers moderniseren. Na het overdonderende succes van Amoras, de rauwe spin-off van het oer-Vlaamse Suske en Wiske, duikt het ene na het andere afgeleide product van de geliefde stripreeksen uit onze jeugd op. Volgens Johan De Smedt, de Grote Manitoe van denktank The Wolfpack en een van de spilfiguren van deze trend, is het bij zo’n onderneming essentieel dat je nooit aan het DNA raakt. Maar wat is dat dan precies, ‘het DNA van een stripreeks’? Met die vraag op de lippen trok Jeroen doorheen stripminnend Vlaanderen, op zoek naar het antwoord.

In mijn poging beter te begrijpen wat het DNA van een stripreeks is, spreek ik met verschillende mensen die allemaal op hun eigen manier met strips bezig zijn. Vandaag sta ik in verbinding met het zonnige El Hierro, de thuishaven van Marc Legendre, de scenarist van Amoras, De kronieken van Amoras, De Rode Ridder en Robbedoes Special.

Avontuur op Amoras en relaxen in Rommelgem

Beste Marc, zoals ik reeds zei, ben je verantwoordelijk voor het scenario van heel wat van de afgeleide reeksen en dat van de vernieuwde De Rode Ridder. Is het plot van deze verhalen volledig jouw verantwoordelijkheid, of bepalen ook de tekenaars (Charel Cambré voor Amoras en Robbedoes Special, Fabio Bono voor De Rode Ridder, nvdr.) waar het verhaal naartoe gaat?
Marc Legendre: Johan De Smedt (WPG) ligt aan de basis van wat later Amoras werd. Voor deze reeks kreeg ik van hem een aantal losse ideeën. Wiske sterft, onze helden zitten vast op het eiland Amoras, zulke zaken. Daar voegde Charel nog wat imponerende stills van mogelijke scènes aan toe.

Amoras schetsen

Een van de vroegste schetsen van Charel Cambré, een scène die terugkeert in de definitieve versie.

Met die losse elementen moest ik een synopsis voor 9 delen leveren. In een volgend stadium hebben Charel, Sven Denis (redacteur WPG) en ik enkele dagen op Tenerife samengezeten om alles te finetunen. Wanneer de reeks loopt, verandert er nog veel, personages komen tot leven en eisen een ander deel van de koek op bijvoorbeeld, maar dat kan binnen het uitgetekende stramien.
Voor Robbedoes stel ik aan Charel en Kim Sanders (van Ballon Media) een synopsis voor en daar geven die commentaar op. We wisselen ideeën uit en dat is goed. Zeker voor Charel, want het is altijd prettiger als je iets mag tekenen waar je zelf 100% achter staat.
Wat De Rode Ridder betreft, overleg ik vooraf met Fabio of hij de richting die we in dat album zullen uitgaan, ziet zitten. Fabio gaf in het begin van onze samenwerking aan dat hij erg van draken en monsters houdt en dat hij graag tropische eilanden en golven tekent. Daar hou ik dan rekening mee. Het gebeurt ook dat hij voorstelt om een scène anders in beeld te brengen, maar inhoudelijk komt hij niet tussen.

Je werk voor De Rode Ridder is een verderzetting van de bronreeks, maar met Amoras en Robbedoes Special slaan Charel en jijzelf een andere weg in. Waarom kozen jullie ervoor iets nieuws te doen met oudere reeksen en startten jullie bijvoorbeeld geen volledig nieuw project?
Legendre: Charel wou al langer iets met Jerom doen en Johan De Smedt liep met een min of meer gelijkaardig plan met Suske en Wiske rond. Ik werd pas later aan boord gehaald toen Charel aan Johan voorstelde om mij de scenario’s te laten leveren.
Toen we de zes Amoras-delen hadden gemaakt, gingen Charel en ik op zoek naar iets anders om te doen. Na een half jaar prutsen, bleek dat we samen dezelfde droom koesterden: een Robbedoes mogen maken. We dachten aan een ‘Robbedoes door…’ maar verwachtten dat dat niet zou kunnen omdat we Vlamingen zijn. Op aandringen van Charel stuurde ik toch een mail naar Alexis Dragonetti. Dertig seconden later kregen we antwoord. Het was oké.
Tussendoor werken we ook aan volledig nieuwe projecten, dus eigenlijk maken we niet echt een keuze.

Hoe was het werken aan Robbedoes Special tegenover het werken aan Amoras? Amoras is immers een sterke stijlbreuk met de bronreeks, terwijl Robbedoes Special een echt, klassiek Robbedoesavontuur is dat wel eens Franquiniaans genoemd wordt. Heeft dat verschil in aanpak ook invloed gehad op je manier van werken?
Legendre: Algemeen: Amoras voelt als werken, Robbedoes voelt als vakantie. Dat moet je niet al te letterlijk nemen – en zeker Charel zal het niet graag horen want het blijft in beide gevallen behoorlijk arbeidsintensief – maar gevoelsmatig is er een verschil en dat heeft voornamelijk met de sfeer te maken.
Onze Robbedoes is een en al vrolijkheid zoals we ons herinneren uit enkele van de oudere albums van Franquin. Omdat we ervan uitgingen dat we maar één album zouden mogen maken, wilden we iets lichtvoetigs met veel ouderwetse humor. Amoras is grimmig, somber en donker. Na een tijdje begint dat te wegen en zijn we blij dat we terug naar Rommelgem kunnen. Dat is een grote luxe.
Maar dat verandert niets aan mijn manier van werken. In beide gevallen probeer ik een goed verhaal te vertellen met bestaande personages in een bestaand universum.

De erfenis

Hoe staan uitgeverijen tegenover dit soort projecten? Stellen ze zich beschermend op voor de klassieke reeksen in hun fonds?
Legendre: De ene keer zijn zij vragende partij, de andere keer zijn wij het. Dat ze zich beschermend opstellen, heb ik nooit gemerkt. Een voorstel wordt altijd bekeken.

Ben je bij het maken van Amoras of Robbedoes Special gebotst op grenzen die door de erfgenamen van Vandersteen of de uitgeverij van Robbedoes werden gesteld omdat ze de integriteit van het bronmateriaal wilden beschermen?
Legendre: Aanvankelijk hielden we ons bij het maken van Amoras erg in, maar WPG en de erfgenamen stimuleerden Charel en mij om meer lef te tonen. “Jullie krijgen de kans om iets met deze personages te doen, ga er dan ook voor”, zei Helena Vandersteen.

Wat Robbedoes betreft, konden we een aantal personages niet gebruiken, maar verder waren er ook daar geen echte grenzen.
Trouwens, het beschermen van de integriteit van het bronmateriaal is iets wat je vanzelf doet. Je beslist niet om met Suske en Wiske of Robbedoes te werken om vervolgens met het bronmateriaal te gaan zitten klooien. Zelfs als je een parodie of pastiche zou maken, dan nog moet je van dat bronmateriaal vertrekken, anders slaat het nergens op.

Was je je erg bewust van de ‘erfenis’? Voelde dat beklemmend omdat het je vrijheid enigszins inperkt, of net geruststellend, omdat je een leidraad, een houvast had?
Legendre: Beklemmend voelde het in geen geval. Het klinkt melig, maar het is een cadeau als je met je jeugdhelden aan de slag mag. Natuurlijk ben ik me de ganse tijd bewust van de erfenis, maar op een aangename en inspirerende manier. Het is alsof je de perfect onderhouden oldtimer van een suikeroom erft. Daar wil je toch onmiddellijk lange tochten mee maken. Maar je moet het ding ook liefdevol en zorgzaam onderhouden en dat mag geen last zijn, want dan koop je beter een nieuwe wagen waar je geen omkijken naar hebt.

Het succes

Je aanpak slaat blijkbaar aan, want Amoras en Robbedoes Special worden erg gesmaakt en ook De Rode Ridder trekt nieuwe lezers. Heb je enig idee waar het succes van deze reeksen aan te danken is?
L
egendre: Tijdloosheid. We hebben het over striphelden die alles hebben om de tand des tijds te doorstaan. In wezen is er niks oubolligs aan Suske en Wiske, Robbedoes of de Rode Ridder. Je kunt er traditionele dingen mee doen, meer van hetzelfde brengen, maar hun tijdloosheid opent vele deuren. Kijk naar wat Stedho en Lectrr met hun Red Rider doen. Ze leveren het bewijs dat de Rode Ridder zelfs transponeerbaar is naar de 21ste eeuw.

Het toont aan wat voor straffe mannen Vandersteen en Franquin waren. Papieren helden bedenken is niet moeilijk, maar een beest zoals de marsupilami uitdenken, is toch een beetje god spelen. Maar de tijdloosheid van de personages verklaart het succes van de nieuwe reeksen maar ten dele. De promotiecampagne die Ellen Van Schaik met haar team voor Amoras uitdacht, was ongezien in Vlaanderen. Het beoogde effect bleef niet uit en jammer genoeg kun je dat geen twee keer. Je moet daarbij ook behoorlijk wat geluk hebben: alles moet in elkaar passen en je hebt niet op alles invloed. Pikt het publiek het op, gaat men mee in je verhaal, …? Het momentum moet daar zijn, maar dat weet je nooit zeker. Anders werd elke reeks een hit.

Verkopen je reeksen goed? Lossen ze de verwachtingen die je ervoor had in?
Legendre: Natuurlijk had men veel media-aandacht en een goede verkoop van het eerste album verwacht, maar het succes van Amoras kwam als een complete verrassing voor iedereen. Er lag bij de uitgeverij wel een scenario klaar ‘voor als het mis ging’, maar er was geen scenario voor het geval dat het een fenomenaal succes zou worden.
Het is altijd spannend. Je kunt op voorhand onmogelijk zeggen of iets een succes wordt. Bij Ballon Media ging men ervan uit dat het drie albums zou duren voor ‘onze Robbedoes’ een beetje zou beginnen lopen maar kijk, Happy Family kwam meteen binnen op de derde plaats in de verkoop top-10. Ook dat had niemand zien aankomen.
En van Fabio’s Rode Ridder worden meer albums verkocht dan van de ‘oude reeks’, terwijl er rekening werd gehouden met een terugloop, want fans van De Rode Ridder zijn niet de makkelijkste klanten. Dat merkten we toen we Johan een stoppelbaard gaven omdat dat in het verhaal paste. Al snel bleek dat de fans verwachtten dat hun Rode Ridder gladgeschoren en met geföhnde haren ten tonele zou verschijnen.

Van Amoras verschenen meerdere albums. Hoe deden de latere albums van de reeks het tegenover het eerste album? En het eerste album van De Kronieken van Amoras tegenover het eerste album van Amoras?
Legendre: Amoras was een zesdelige reeks en je kon album vijf niet begrijpen als je deel twee niet had gelezen. De meeste mensen hebben dus de zes albums gekocht, wat maakt dat er weinig verschil zit in de verkoop per deel.
Voor De Kronieken is dat anders. Je kan die perfect volgen zonder Amoras te hebben gelezen, ook al is het een prequel die uiteindelijk een vervolg op Amoras wordt. We merken dat de mensen Amoras en De Kronieken als een geheel zien, voor de meesten is dit een nieuwe reeks die ze graag volgen.

Hoe reageren de lezers op je werk?
Legendre: De reacties zijn overwegend enthousiast en positief. Dat mag verbazen, want striplezers worden vaak als behoudsgezind bestempeld.
Misschien heeft het te maken met het feit dat we telkens teruggrijpen naar wat min of meer de beginperiode van de betreffende reeks is. De tijd waarin het DNA gevormd werd en de personages de helden werden die we ons herinneren. Wat maakt dat het resultaat alsnog vertrouwd aanvoelt.

Oude klassiekers, nieuwe verhalen

Wat is volgens jou belangrijk als je aan de slag gaat met iconische stripreeksen?
Legendre: Respect.
En het is als scenarist een voordeel als je het DNA van de personages én de reeks kent. Ik ben opgegroeid met Suske en Wiske, De Rode Ridder, Robbedoes, Jommeke, Nero, … dat maakt het makkelijk om me in die werelden in te leven. Merho vroeg me ooit om scenario’s voor De Kiekeboes te bedenken, maar ik ken die reeks veel minder goed en daardoor moet ik opzoeken hoe Moemoe praat of wat Constantinopel doet als er spruitjes op tafel komen. En daar begint het probleem.
Toen ik met Jan Bosschaert Sam maakte, wisten we allebei precies welke haar favoriete filmacteur was, of ze witlof lustte en of ze haar tandenborstel onder de kraan houdt voor ze er tandpasta op doet. Die dingen komen nooit in een verhaal voor, maar je moet het weten, anders leeft het personage niet.
Omdat Suske en Wiske deel uitmaken van m’n jeugd, hoef ik niet na te denken over een reactie van Lambik. Die reactie komt van Lambik zelf, niet van mij.

Wat is anderzijds absoluut not done?
Legendre: Aan de slag gaan met een iconische stripreeks waar je zelf niks mee hebt, lijkt me niet aan te raden. Het is beter dat je minstens een periode in je leven fan bent geweest van de serie.

Voor Amoras en Robbedoes Special werk je samen met Charel Cambré, die de bronreeksen goed kent. Fabio Bono, de nieuwe tekenaar van De Rode Ridder, is een Italiaan die wellicht nog nooit eerder van de Vlaamse stripridder had gehoord. Merk je dat verschil in de manier waarop je met beiden samenwerkt? Is het moeilijker om samen te werken met een tekenaar die de bronreeks niet intiem kent en die zich dus nog wat moet ‘inwerken in de materie’, of is dat net bevorderlijk voor de creativiteit?
Legendre: Charel kent de reeks en de personages door en door, dus kan ik in het scenario zetten ‘typische Krimson-reactie als hij pillen slikt’ want Charel weet precies wat ik daarmee bedoel.

Amoras Krimson pillen

De boosaardige Krimson reageert nogal fel op zijn medicatie.

Fabio heeft meer uitleg en foto’s nodig. Als ik het in het scenario over een kleine hoeve heb, tekent Fabio automatisch een Italiaanse boerderij en die ziet er heel anders uit dan een Vlaamse. Daarom is het goed om zo’n tekenaar de tijd te laten om te groeien, zich in te werken. In de eerste cyclus heeft Johan een zware depressie en dat zie je aan z’n uiterlijk, aan z’n houding en je hoort het aan de manier waarop hij praat. Dat maakt het makkelijker voor Fabio want zijn Johan mag dus afwijken van de ongenaakbare Johan die iedereen kent. En omdat de nevenpersonages nieuwkomers zijn, kan hij die volledig naar z’n hand zetten, wat maakt dat hij de doorstart grotendeels mee vorm geeft. Hij wordt daardoor niet zomaar een opvolger, hij voegt dingen toe die echt van hem zijn.
Maar zowel Charel als Fabio zijn cracks in hun vak. Wanneer die zich op onbekend terrein wagen, duurt het niet lang of ze maken zich alles eigen wat nieuw is.

Geregeld valt de term ‘het DNA van een stripreeks’. Wat houdt dat volgens jou in, wat behoort volgens jou tot de essentie van een reeks? Personages, plot, sfeer, inhoud, tekenstijl,… iets anders?
Legendre: Van alles wat.
Het is dat wat Kwabbernoot Kwabbernoot maakt of wat typisch aan de wereld van Suske en Wiske is. Het zijn veel dingen samen en die kun je niet oplijsten want dan kom je al snel bij gemeenplaatsen uit. ‘Suske is moedig en tamelijk opvliegend’, ‘Wiske is koppig, jaloers maar rechtvaardig’… Zulke dingen. Terwijl je beseft dat dat hoegenaamd niks zegt.
Je weet het meteen als iemand zich als Lambik voordoet, want de echte Lambik herken je uit duizenden. Het heeft met zijn houding, uiterlijk, kleren en taal te maken maar ook met alles wat je niet ziet of hoort.
Trouwens, al die eigenschappen zijn niet zaligmakend. We zeggen dat Wiske en Schanulleke onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, maar in Amoras konden we Wiske niet met die lappenpop opzadelen. Toch zegt niemand: “Dat is Wiske niet want ze loopt niet de ganse tijd met Schanulleke rond.”
Het illustreert waarom het een voordeel is om met de reeks opgegroeid te zijn zoals je met je eigen familie groot geworden bent. Jij weet wat van jouw nonkel Frans nonkel Frans maakt, dat moet niemand je uitleggen. En als iemand het zou proberen, zou je waarschijnlijk zeggen: “Dat is niet typisch aan onze nonkel.”

Is respect voor het DNA van de bronreeks cruciaal voor het slagen van zo’n afgeleide reeks? Tot op welke hoogte mag je risico’s nemen en beeldenstormen met zo’n geliefd bronmateriaal als onze stripklassiekers?
Legendre: Respect is inderdaad cruciaal. Als je met een klassieker aan de slag mag, lijkt het mij niet de bedoeling om te gaan beeldenstormen.
In Amoras zijn de personages heel erg zichzelf gebleven. Suske is oorspronkelijk een straatjongen, een vechtersbaas. Wiske en tante Sidonia hebben hem manieren geleerd, maar wanneer Wiske voor z’n ogen de dood vindt, schreeuwt Suske ongecontroleerd z’n wanhoop uit en zegt hij niet “potjandorie”.

Amoras Suske Fuck

Naast het naakt en het geweld was ook het taalgebruik in Amoras oorzaak van controverse.

Zoiets tonen is misschien een risico, maar wel noodzakelijk om geloofwaardig te blijven. Als je Suske en Wiske naar de 21ste eeuw haalt en een aantal jaren ouder maakt, heeft dat consequenties. Voor wie de jonge versie van onze helden verkiest, is er de reguliere reeks.

Nog maar het begin

Het is inderdaad de bedoeling van WPG om “een Sus en Wis voor elke leeftijd” aan te kunnen bieden. De uitgeverij zet ook erg in op originele projecten met de strips in hun fonds. Zo is er ook The Wolfpack, de denktank die brainstormt over mogelijke wegen die bewandeld kunnen worden met de klassieke bronreeksen van de uitgeverij. Wat vind je van het initiatief?
Legendre: Ik heb een poosje bij The Wolfpack gezeten en heb een aantal projecten mee zien ontstaan, maar het feit dat ik op El Hierro woon, maakte het niet makkelijk om regelmatig aan de sessies deel te nemen, dus ben ik opgestapt. De keren dat ik wel aanwezig was, heb ik mogen ervaren tot wat zo’n brainstormen kan leiden. Het is een initiatief van Johan De Smedt, die vindt dat de rol van een scenarist erg onderschat wordt. Hij verdedigt de stelling dat series zoals Game of Thrones en House of Cards hun succes grotendeels te danken hebben aan het talent van de mensen die de verhalen bedenken. The Wolfpack wil daar voor de strips het bewijs van leveren. Als scenarist kan ik daar enkel blij mee zijn.

Amoras was de start van een heuse trend waarbij er iets nieuws gedaan werd met oude reeksen. Had je dit ooit kunnen voorzien? Wat vind je van deze trend?
Legendre: Het is te vroeg om het over een heuse trend te hebben, denk ik. Willy Vandersteen bracht met De Grappen van Lambik zelf een spin-off van Suske en Wiske, het fenomeen is dus zeker niet nieuw. Daarbij wordt alles wat te veel op één hoop gegooid. Amoras is niet vergelijkbaar met J.Rom en zeker niet met Red Rider. En onze Robbedoes Special heeft daar nog minder mee te maken. De uitgangspunten zijn telkens anders, het opzet ook. Wat mij betreft, mag er meer volgen. Mensen die het een laakbaar fenomeen vinden, kunnen iets anders lezen. Er verschijnt meer dan genoeg.

Volgende keer: Charel Cambré, tekenaar van Amoras en Robbedoes Special en tevens de man die in z’n eentje de vaderlandse potloodindustrie draaiende houdt.

Share.

About Author

Jeroen Van Heel

Cardboard cowboy, Nintendo nerd en Dr. Deathrite himself. Show your moves!

Reacties