Geert De Weyer, kroniekschrijver van de Belgische strip (interview)

0

Het zijn blijde dagen voor stripliefhebbers. Niet alleen hebben ze een bijzonder stevig stripnajaar om naar uit te kijken, met hoogvlieger Xavier Dorison die present tekent voor maar liefst vier topuitgaves, maar bovendien verscheen op woensdag 4 november bij Ballon Media een naslagwerk dat met recht en reden de nieuwe Belgische stripbijbel genoemd mag worden: België gestript. Onze redacteurs werden uitgenodigd op de persvoorstelling van het boek en kregen de kans om enkele vragen te stellen aan auteur Geert De Weyer.

Een boek als België gestript schrijven, kan alleen maar een werk van grote liefde zijn. Maar wanneer en hoe is jouw liefde voor het stripverhaal begonnen? Wat was de eerste strip die je las?

“Ik kan me niet herinneren welke de eerste strip was, maar het moet of Jommeke of Suske en Wiske geweest zijn. Mijn mama en papa hebben me echt strips met de paplepel ingegeven. Iedereen las het thuis, en als er thuis een nieuwe strip binnenkwam was het vechten met mijn oudere zus om onze naam als op de eerste pagina te zetten, zodat het officieel mijn of haar boek was. Haha. Heel laf en egocentrisch. Veel ruzie rond gemaakt. Ik herinner me ook dat de Kuifje– en Robbedoesbundelingen in de grote vakantie altijd meegingen naar ons jaarlijkse vakantie aan zee in Nieuwpoort. Dat is een beeld dat ik zo voor me zie: op de achterbank van de wagen, drie uur vanuit Genk naar Nieuwpoort, en twee weken lang al die bundelingen lezen. Héérlijk.

Wat ik me ook herinner is dat ik van kindsbeen af -en ik heb dat op het huwelijk van Sidonia en Mortimer eindelijk durven opbiechten aan Helena Vandersteen– niet over Suske en Wiske-verhalen droomde, maar wel over covers. In kleur, met titel en al. Dat is een beetje zot, eigenlijk. Nog gekker is dat dat erg lang geduurd heeft, tot mijn vijfentwintigste ofzo.

Euh, dat is niet echt een antwoord op uw vraag, en toch weer wel, denk ik. Ik was er dus al als klein ventje mee bezig.”

Wat is je favoriete strip? Als je, tijdscapsulegewijs, slechts een enkel beeldverhaal kon conserveren voor het nageslacht, wat zou je dan redden?

“De holocauststrip Maus van Art Spiegelman. Omdat die strip erg veel betekend heeft voor de internationale stripscène én voor mij persoonlijk. Het toonde iets aan dat ik toen al lang wist: dat je via strips ook erg moeilijke, zwaarwichtige en/of emotionele verhalen kan brengen. Maus kreeg niet voor niets een speciale Pulitzerprijs, hé?!

geert-de-weyer-maus

In Maus vertelt Art Spiegelman het verhaal van z’n vader, die als Poolse jood de Holocaust moest zien te overleven.

Dat gezegd zijnde: ik kan ook van klassieke strips genieten. Idem wat cinema betreft. Soms heb ik zin om weggeblazen te worden met The Avengers. Ik verlaat de bioscoop, voel weliswaar dat het mijn empathische, emotionele of naar informatie hunkerende kant niet heeft gevoed, maar de makers hebben me wel lekker weten entertainen, en dat was op dat moment precies wat ik nodig had. Op andere momenten wil ik dan graag naar een cinefiele film gaan die me verrast, mijn andere kant ‘voedt’. Into the Wild is mijn lievelingsfilm, bijvoorbeeld. Maar de laatste Spider-Man-films: hmmm…

Kortom: Maus op de ene dag, Thorgal en de eerste cyclus van XIII op de andere.”

Strips lezen is een ding, erover schrijven een ander. Hoe ben je op het idee gekomen om dit boek uit te brengen?

“In 2005 verscheen de voorloper van dit boek; een klein boekje met dezelfde titel die je enkel via Het Nieuwsblad kon bestellen. Aardig, maar beperkt in aantal pagina’s en dus ook thema’s. Het stoorde me al langer dat er geen écht naslagwerk rond de Belgische strip was, en toen ik mijn huidige uitgever, Alexis Dragonetti van Ballon Media, daarop aansprak en hij dat kleine boekje bleek te kennen, was het snel beklonken.

We wilden en zouden een zogenaamd ultiem naslagwerk maken, met dat kleine boekje als ruggengraat. Dat het zo’n groot boek zou worden met zoveel thema’s -geloof me, oorspronkelijk hadden we vijf hoofdstukken meer- wisten we zelf niet.”

Hoe verklaar je het succes van de Belgische strip? Waarom is net hier die succesvolle traditie van de “eurostrip” ontstaan, en niet in pakweg Nederland, Engeland of Frankrijk?

“Wellicht omdat we snel successen hebben gekend. Hergé heeft de maat geslagen met Kuifje. Dat werd zo ontzettend populair, ook in het buitenland, dat onze buurlanden en later ook nog de andere, konden zien dat er iets broeide in ons landje. Nadien was er het succes van de stripbladen Robbedoes/Spirou en Tintin/Kuifje. Daarin begonnen Franquin, Jijé, Peyo, Edgar Pierre Jacobs,… Noem maar op. Uit hun pen rolden strippersonages die zelfs internationaal doorbraken. Dat alles fungeerde dan weer als een magneet voor alle andere Europese auteurs die maar wat graag voor onze Belgische bladen wilden tekenen. Denk aan Cosey of Derib, of talloze Fransen… Dan begrijp je natuurlijk beter waarom de Franse censuurcommissie er zo op gebrand was onze stripcultuur een hak te zetten.”

België is zelfs in zijn striptraditie een land met een nogal gespleten persoonlijkheid. Wat zijn volgens jou de grootste verschillen tussen de Nederlandstalige en de Franstalige Belgische strip? Is er eigenlijk zelfs een Duitstalige Belgische strip?

“Er is niet echt een Duitstalige Belgische strip die populair is geworden. De Vlaamse strip differentieert zich omdat ze te lang, te intens op het succes van Willy Vandersteen is blijven doorgaan. Zijn succes was vaak gebaseerd op eerder volkse verhalen die dag na dag in de kranten stonden. Die formule heeft men te lang gehanteerd. Men is te lang met de twee benen in de Vlaamse klei blijven staan. Innovatief was men plots niet meer. Heel wat auteurs wilden de nieuwe Vandersteen worden. Goed, dat is een keuze, maar die commerciële richting heeft mede bepaald dat al die pogingen hebben geleid tot typische Vlaamse strips, en dat die strips niet omarmd zijn door de rest van Europa, zelfs niet in Nederland. Dat is gelukkig anders nu. De nieuwe generatie Vlaamse stripauteurs is eigenlijk beter dan de nieuwe generatie Franstalige tekenaars. We durven meer, zijn innovatiever geworden, zoeken universelere thema’s. Heel wat van die auteurs schudden de laatste restjes Vlaamse klei van zich af.

Uiteraard waren er uitzonderingen. Morris, die we in België Gestript terugclaimen als Vlaamse auteur, ging een andere kant uit. En Marvano, Griffo, Steven Dupré, William Vance,… waren al langer bezig voor de Franstalige en/of Europese markt. Met succes. Maar typisch België: ze werden in Vlaanderen als Franstalige of buitenlandse auteurs beschouwd. Ik begrijp waarom. Sommige van die Vlaamse volkse stripauteurs voelen zich keizer in eigen streek, maar voeg er Vance, Morris, Griffo … aan toe, en hun status is al heel wat minder. Ik heb de indruk dat de voorbije decennia enkele van die typische Vlaamse volksstriptekenaars die concurrentie niet echt hebben geduld. Ik heb al in een paar jury’s gezeten en de manier waarop men die mensen durfde behandelen, was ongehoord en getuigde van weinig kennis. Drie Franstalige journalisten hebben op de persdag van België Gestript de vraag gesteld waarom wij, Vlamingen, Morris zo in een ander taalkamp of land hebben geduwd. Bizar hoor, vind ik. Welk land of regio duwt zo’n bijzonder populair exportproduct weg?”

geert-de-weyer-morris

Het is tegenwoordig geen parate kennis dat Morris, de geestelijke vader van Lucky Luke, een rasechte Kortrijkzaan was.

Het aanbod qua beeldverhalen is tegenwoordig erg groot. Kan de typische Belgische strip het hoofd bieden aan de concurrentie van luxueuze graphic novels, Amerikaanse comics en Japanse manga? Voor welke uitdagingen staan Belgische stripauteurs hierdoor?

“Wat manga betreft is het simpel: dat werkt hier niet. In bijna elk ander Europees land misschien wel, maar niet hier. De Amerikaanse comics van DC zijn er sinds enkele jaren via RW Uitgeverij en sinds kort is ook Marvel present via Standaard Uitgeverij. Zowel de ene als de andere brengt bijzonder mooie uitgaven. Ik hoop dat het allemaal aanslaat, want er zitten mooie dingen tussen.

Graphic novels luxueus? Dat begrijp ik niet. Die zien er uit als een gewoon boek, maar luxueus zou ik ze niet noemen. Ik ben wel blij dat steeds meer mensen ze lezen, en dat steeds meer mensen op die manier ook leren over thema’s die voordien nooit aangetoetst werden in de strip: pesten, kanker, de Holocaust, de cultuur en politiek in Iran of Israël, de atoombom om Hiroshima,… IK heb de indruk dat daarom steeds meer vrouwen strips zijn beginnen lezen. Daar is volgens mij nog geen onderzoek naar gedaan, maar ik zie het wel rondom me, en op mijn lezingen. Fijn zo, de vrouwen hebben we namelijk niet zo netjes behandeld in de Belgische strip. Daar waren heel wat redenen voor, maar toch…”

De vrouw in de Belgische strip, het is een topic voor een andere gelegenheid. Zoals in je boek, om maar wat te zeggen. Het harde werk heeft z’n vruchten afgeworpen, het resultaat mag er zijn. Geert, ontzettend bedankt dat je ons te woord wou staan. We wensen jou en België gestript heel veel succes!

Uit ons notitieboekje…

Geert is een bijzonder begenadigd verteller en het is niet altijd even evident een spraakwaterval als hij bij te houden. Maar deze interessante quotes willen we onze lezers zeker niet onthouden. Een blik in het Geekster-notitieboekje:

“Mijn favoriete strip? Ik lees zowel strips als graphic novels. Als het verhaal maar goed zit: geen commerciële brol! Ik heb ook wel een zwak voor strips waar emoties uit spreken, zoals Persepolis.”

“In het begin twijfelde ik: was het niet de taak van een Franstalige om het ultieme naslagwerk over de Belgische strip te schrijven? De Franstalige strips kennen immers meer succes. Toen ontdekte ik dat Vlamingen alles kennen van de Franstalige strip, maar niet omgekeerd. Dat is ons voordeel. Wij staan er iets meer voor open.”

“De Franse censuurcommissie heeft sommige Belgische strips lelijk verminkt. Zo moesten onder andere vrouwen en geweld uit onze strips geweerd worden: dat is de reden dat er geen vrouwen in Kuifje of Blake en Mortimer voorkomen, tenzij ze lelijk of aftands zijn. En waarom Lucky Luke niemand doodschiet.”

“Mijn boek is een goedbedoelde tik op de vingers van zowel Walen als Vlamingen. Walen mogen best wat meer open staan voor Vlaamse strips. En de Vlamingen? Die moeten talenten als Marvano, Griffo en William Vance koesteren, niet wegstoten.”

Geert De Weyer signeert op de Boekenbeurs! Je kan hem vanaf zondag elke dag tot het einde van de beurs aantreffen op stand 208 van Ballon Media.

Share.

About Author

Jeroen Van Heel

Cardboard cowboy, Nintendo nerd en Dr. Deathrite himself. Show your moves!

Reacties