Het DNA van een stripreeks 5: Fabio Bono (interview)

0

Belgische stripklassiekers moderniseren. Na het overdonderende succes van Amoras, de rauwe spin-off van het oer-Vlaamse Suske en Wiske, duikt het ene na het andere afgeleide product van de geliefde stripreeksen uit onze jeugd op. Volgens Johan De Smedt, de Grote Manitoe van denktank The Wolfpack en een van de spilfiguren van deze trend, is het bij zo’n onderneming essentieel dat je nooit aan het DNA raakt. Maar wat is dat dan precies, “het DNA van een stripreeks”? Met die vraag op de lippen trok Jeroen doorheen stripminnend Vlaanderen, op zoek naar het antwoord.

In mijn poging beter te begrijpen wat het DNA van een stripreeks is, spreek ik met verschillende mensen die allemaal op hun eigen manier met strips bezig zijn. Vandaag laat ik het woord aan de immer sympathieke Fabio Bono, de nieuwe Italiaanse tekenaar van De Rode Ridder.

Dezelfde ridder…

Samen met Marc Legendre maak je de nieuwe albums van de klassieke Vlaamse stripreeks De Rode Ridder. Heb je inspraak in het verhaal, of is dat volledig de verantwoordelijkheid van Marc Legendre?
Bono:
Ik heb een absoluut vertrouwen in het talent en de ervaring van Marc. Dus net als voor al mijn voorgaande stripreeksen zijn alle scenario’s uitsluitend door mijn scenaristen bedacht.

Hoe ben je als tekenaar voor De Rode Ridder begonnen?
Bono:
Door een speling van het lot. In Frankrijk sta ik vooral bekend als een expert in het tekenen van historische strips, maar ik heb altijd genoten van het gemengde historisch-fantastische genre. Ondanks verschillende speurtochten heb ik nooit een Franse uitgever gevonden die zo’n reeks zag zitten.
Maar dan, tijdens het Stripfestival van Middelkerke, stelde de organisator van het festival me voor aan een delegatie van WPG Uitgevers. Ze kenden mijn stijl dankzij de Vlaamse versies van mijn stripreeksen over de Tempeliers en de Katharen, en ze wilden mijn medewerking vragen voor de restyling van De Rode Ridder. En zo geschiedde!

Tempelier2_cover

De cover van De geheimen van de tempel, het tweede deel van De Tempelier.

Ben je bij het tekenen van De Rode Ridder gebotst op grenzen die werden opgelegd door de erven Vandersteen of de uitgeverij omdat ze de integriteit van het bronmateriaal wilden beschermen?
Bono:
Mijn eerste studies van het ontwerp van de nieuwe Johan waren zeer vergelijkbaar met de traditionele Johan, maar de uitgever weigerde omdat ze een meer uitgesproken restyling wensten. Ze lieten me de gezichten van enkele recente Amerikaanse acteurs zien en de nieuwe Johan werd geboren door deze voorbeelden te bestuderen. Nu werk ik zonder al te nauwe banden met het verleden. Het is het ideale werk om heel mijn potentieel op de best mogelijke manier tot uiting te brengen.

Hoe bekend ben je met het bronmateriaal? Las je al eerder albums van De Rode Ridder?
Bono:
Ik heb de vorige albums niet gelezen, enkel een zeer uitgebreid dossier over het personage, zijn wereld, zijn vrienden en vijanden en het werk van vorige tekenaars.

bahaal

Mettertijd maakte Johan veel vrienden en vijanden, zoals Bahaal, de Prins der Duisternis.

Ik kan me voorstellen dat je in Italië nog nooit eerder kennis had gemaakt met De Rode Ridder. Hoe heb je de reeks leren kennen? Heb je moeten “studeren” vooraleer je als tekenaar aan de slag mocht?
Bono:
Zoals al gezegd kan ik de Rode Ridder via zijn dossier. De reeks is volslagen onbekend in Italië, en zo goed als onbekend in Frankrijk, ondanks enkele vertalingen in de jaren 80.

Ervaar je het feit dat je De Rode Ridder niet van vroeger kent als een voordeel of als een nadeel? Is het moeilijk om personages te tekenen die je zelf niet goed kent, maar waar wel verschillende generaties striplezers in Vlaanderen groot mee zijn geworden? Of denk je net dat dat gebrek aan “bagage” een voordeel is, waardoor je met een onbevlekte blik naar de reeks kan kijken en dus echt een frisse nieuwe wind kan zijn voor een reeks die het de laatste jaren wat minder deed?
Bono:
Ja, ik geloof dat het een groot voordeel is. Mijn tekeningen zijn spontaan, ongebonden en gepassioneerd. Het benadrukt nog meer dat dit een nieuwe reeks is en niet enkel een restyling.

… Een nieuw gevecht

Jullie nieuwe avonturen van de Rode Ridder hebben de reeks een uiterst welgekomen nieuwe adem gegeven. Heb je enig idee waar het succes van deze reeksen aan te danken is?
Bono:
De nieuwe Rode Ridder is geen kopie van het verleden. Hij is niet bang de vergelijking aan te gaan met de traditie. Hij toont respect voor die traditie, maar laat er zich niet door belasten. Mijn uitgebreide ervaring in de Franse markt en de nauwe relatie met mijn inkleurder (Dimitri Fogolin, nvdr.) geven me ook de moed om deze uitdaging aan te gaan zonder angst. We hebben ook geleerd om dit karakter en en zijn nieuwe feel’ te koesteren. Dat gevoel komt tot uiting in het afgewerkte product en de lezers kunnen dit ook ervaren tijdens het lezen.

Heb je enig zicht op de verkoopcijfers van de reeks? Lossen ze de verwachtingen die je ervoor had in?
Bono:
De uitgever is tevreden met het resultaat. Ze hebben ons contract verlengd voor een extra reeks. Eerlijk gezegd hoop ik wel op nog hogere verkoopcijfers, gezien de kwaliteit van dit werk.

Er verschenen nu al enkele albums van De Rode Ridder van jouw hand. Hoe deden de latere albums van de reeks het tegenover het eerste album (nr. 250, De uitverkorene)? Hoe doet jullie reeks het tegenover de vroegere albums van o.a. Claus Scholz?
Bono:
Ik ken de cijfers van Scholz’ De Rode Ridder niet. Mijn belangen zijn beperkt tot de reactie van het publiek op de reeks waar ik aan meewerk.
Ik moet WPG wel bedanken voor hun marketingspurt bij nummer 250, een voorbeeldige en uitstekende commerciële zet. Exact de vonk die nodig was voor het starten van de nieuwe cyclus. De kwaliteit neemt sindsdien met elk nummer toe, en dat merken de lezers ook.
Bovendien raad ik de lezers aan de integrale reeks van 8 strips te lezen wanneer het eerste seizoen afgelopen is. Pas dan kan je de grootsheid van Marc Legendre snappen.

Hoe reageren de lezers op je werk? Zijn er bepaalde opmerkingen, commentaren, … die je vaak hoorde?
Bono:
 In het begin kreeg ik in gelijke mate kritiek en complimenten. Met het verstrijken van de tijd en het verschijnen van nieuwe delen begon de balans duidelijk over te hellen en haalden de tevreden en enthousiaste lezers de overhand.

Vooral op Johans stoppelbaardje werd veel commentaar geleverd. Hoe heb jij die discussie ervaren?
Bono: 
Met de glimlach. Jullie willen een menselijkere Johan die dichter bij de lezers staat? Wel, dan heeft hij zoals alle echte mannen baardgroei.

Johan Baard

De nieuwe Rode Ridder is wat ruiger dan z’n vroegere, afgelikte zelf.

De baard is in de context ook een metafoor voor de problemen van Johan. In het begin van de reeks heeft hij net een droevige periode achter de rug, de baard reflecteert dit. Ik geloof dat, naarmate hij tijd doorbrengt met Allis, de baard ooit zal verdwijnen, samen met de innerlijke duivels van onze held.

Was je je tijdens het maken van de strips erg bewust van de “erfenis”? Voelde dat beklemmend omdat het enigszins je vrijheid inperkt, of anderzijds net als een leidraad, een houvast?
Bono:
Daar heb ik al een antwoord op gegeven. Geen angsten, enkel passie en liefde voor de reeks: de ideale stimulus om lezers te overtuigen.

Heb je Fanny K., J.Rom, De moordenaar van Lucky Luke of Jolly Jumper antwoordt niet meer gelezen? Zo ja, wat vond je ervan? Wat vind je van de manier waarop de auteurs van deze albums met de “erfenis” omgaan?
Bono:
 Vroeger, toen ik jong was, had ik meer vrije tijd en verslond ik de ene strip na de andere. Tegenwoordig koop ik helaas enkel nog exemplaren voor hun grafische kwaliteiten. Het enige dat ik dus kan antwoorden is dat ik verzot ben op de nieuwe Lucky Luke omdat ik fan ben van Bonhomme.

Nieuwe wegen voor oude stripreeksen

Je kent misschien ook de reeks Amoras van Marc Legendre. Deze reeks was verantwoordelijk voor een nieuwe trend in de Vlaamse strip, waarbij Vlaamse stripklassiekers vernieuwd worden en spin-offs, facelifts, makeovers en afgeleide albums krijgen. Wat vind jij van zo’n trend?
Bono:
Ik geloof dat deze commerciële ondernemingen alleen succesvol kunnen zijn als het gaat om kwalitatief sterke werken. Als de ploeg achter zo’n afgeleide reeks ervaren en enthousiast is, maar ook kwalitatief werk levert, is de kans op succes groter. Amoras is een prachtige serie, succes komt dus als een natuurlijk gevolg.

Wat is volgens jou belangrijk als je aan de slag gaat met iconische stripreeksen? Wat is anderzijds absoluut not done?
Bono:
Creativiteit kent geen grenzen. In mijn ogen zijn er geen onaantastbare stripreeksen. Het publiek zal wel oordelen of deze keuzes de juiste waren.

Geregeld valt in die discussie de term “het DNA van een stripreeks”. Wat houdt dat volgens jou in, wat behoort volgens jou tot de essentie van een reeks?
Bono:
Uitgevers hebben de succesformule nog niet uitgedokterd. Voor mij is het de verhouding tussen scenario en tekeningen. De perfecte combinatie van scenarist en tekenaar.

Is respect voor het DNA van een reeks cruciaal voor het slagen van zo’n afgeleide reeks? Tot op welke hoogte mag je risico’s nemen en beeldenstormen met zo’n geliefd bronmateriaal als de Belgische stripklassiekers?
Bono:
Ik ben van mening dat respect voor het DNA in de context van een restyling zich beperkt tot een diepgaande studie van de karaktereigenschappen van de protagonist en diens wereld. Daarna moet de tekenaar zijn eigen tekenstijl invoegen, zoals een nieuw kledingstuk voor het personage.

Ken je The Wolfpack-denktank van Standaard Uitgeverij? Wat vind je van het initiatief?
Bono: 
Zoals al gezegd ben ik niet tegen zulke initiatieven, als ze maar kwalitatief hoogstaand zijn en gemaakt worden door een team met enthousiasme, ervaring en een positieve originaliteit. Het zijn nieuwe wegen die moed vergen om te bewandelen.

Volgende keer: Marc Legendre, scenarist van Amoras, De kronieken van Amoras, Robbedoes Special en De Rode Ridder. Serieus, is er iets wat die man niét schrijft?

Share.

About Author

Jeroen Van Heel

Cardboard cowboy, Nintendo nerd en Dr. Deathrite himself. Show your moves!

Reacties