Ergens vorig jaar vingen we het nieuws op dat Martin Scorsese en Leonardo DiCaprio terug de handen ineen zullen slaan voor een volgende project. Op zich al iets om naar uit te kijken, want hun vorige samenwerkingen leverden klasbakken zoals Gangs of New York en The Wolf of Wall Street op. Het te verfilmen boek levert echter een verhaal op dat een potentiële kandidaat is om een nóg betere film te worden dan de voorgenoemde. The Devil in the White City volgt namelijk de opbouw van de Chicago World Fair uit 1893 en tegelijk ook de moordenaar H. H. Holmes, die destijds in zijn hotel tussen 27 en 200 moorden pleegde.

The Devil in the White City
Titel: The Devil in the White City: Murder, Magic, and Madness at the Fair That Changed America
Auteur: Erik Larson
Uitgeverij: Bantam Books
ISBN: 978-0-553-81353-1
Aantal pagina’s: 496

Een eigen Engelstalig exemplaar werd aangekocht.

The Devil in the White City Fair

Een schilderij van de Witte Stad in Jackson Park

Boeiende geschiedenis, vuile stad

De bovenstaande opzet klonk me erg aantrekkelijk en ik besloot dan ook om me zo gauw mogelijk het boek aan te schaffen. The Devil in the White City: Murder, Magic, and Madness at the Fair That Changed America (hierna ietwat korter The Devil in the White City) bleek een bestseller te zijn en na het lezen van deze klepper werd direct duidelijk waarom. Het net geen 500 pagina’s tellende boek is zorgvuldig samengesteld uit honderden historische documenten (de bronvermelding telt meer dan 40 pagina’s) en is zo waarheidsgetrouw als mogelijk. Daar bovenop zijn de gebeurtenissen erg boeiend en heeft Erik Larson een schitterende, erg levendige schrijfstijl. Chicago wordt beschreven als een vuile – een érg vuile – maar levendige stad, die met enkele zorgvuldig gekozen woorden tot leven wordt gepend.

“One morning in August 1886, as heat rose from the streets with the intensity of a child’s fever, a man calling himself H. H. Holmes walked into one of Chicago’s train stations. The air was stale and still, suffused with the scent of rotten peaches, horse excrement, and partially combusted Illinois anthracite. Half a dozen locomotives stood in the trainyard exhaling steam into the already-yellow sky.”

The Devil in the White City wisselt af tussen verschillende personages. De eerder genoemde Henry Howard Holmes (wiens echte naam Herman Webster Mudgett was) speelt een prominente rol, maar de verschillende architecten die destijds Chicago’s Wereldtentoonstelling vorm gaven, komen zelfs iets meer aan bod. Onder deze architecten bevonden zich Daniel Burnham, die de hoofdarchitect was voor de Fair en uitvinder van de wolkenkrabber; John Root, zakelijke partner en boezemvriend van Dunham en een van de belangrijkste architecten in het team; en Frederick Olmsted, de landschapsarchitect verantwoordelijk voor de tuinarchitectuur van de tentoonstelling – en tevens de ontwerper van Central Park in New York.
Nogmaals, voor alle duidelijkheid: dit boek is een zo getrouw mogelijke reconstructie van de gebeurtenissen destijds. Alle personages en gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, al heeft Erik Larson wat betreft de moordenaar Holmes een beetje vrijheid moeten nemen, aangezien die zijn sporen erg goed wiste en het niet duidelijk is hoeveel mensen hij juist vermoord heeft.

The Devil in the White City Holmes

Een portretfoto van dokter H. H. Holmes

Voor degenen aan wie The Devil in the White City als een erg droog en saai boek overkomt: dat is het niet.
De Chicago World Fair was een huzarenwerk dat op erg korte tijd uitgevoerd moest worden en dat duizenden betrokken mensen telde. De ontworpen gebouwen, sociale systemen en technologie drukken vandaag nog hun stempel op onze samenleving en beetje bij beetje zien hoe dit alles tot stand komt is ontzettend boeiend.
De basis van een vaste politiebewaking op de straten, sociale wetgevingen, moderne elektriciteitssystemen, architecturale nieuwigheden zoals wolkenkrabbers en als toppunt de uitvinding van het reuzenrad: allemaal vonden deze plaats tijdens de oprichting en bouw van de Fair. Aan de hand van oude brieven en facturen werden delen van gesprekken en ruzies gereconstrueerd; zelfs de vader van Walt Disney, die een vaste medewerker was bij de tentoonstelling, komt aan bod. Dat zijn zoon grafisch sterk werd beïnvloed door de tentoonstelling is een ontegensprekelijk feit. Het boek is een feest van herkenning en aha-erlebnissen: het is ronduit geweldig om zo’n een goed geschreven, historisch accuraat boek te lezen dat bovendien aangenamer leest dan eender welk geschiedenisboek dan ook.

“A train with a more lighthearted cargo also headed for Chicago, this one leased by Buffalo Bill for his Wild West show. It carried a small army: one hundred former U.S. Cavalry soldiers, ninety-seven Cheyenne, Kiowa, Pawnee, and Sioux Indians, another fifty Cossacks and Hussars, 180 horses, eighteen buffalo, ten elk, ten mules, and a dozen other animals. It also carried Phoebe Anne Moses of Tiffin, Ohio, a young woman with a penchant for guns and an excellent sense of distance. Bill called her Annie, the press called her Miss Oakley.
At night the Indians and soldiers played cards.”

Behind blue eyes

Los van de verschillende uitvindingen en het gekibbel tussen de personages is er in The Devil in the White City echter ook ruimschoots plaats voor spanning; naast de vele moeilijkheden bij de opbouw van de Fair (enkele gebouwen stortten in, de vochtige bodem en barre weersomstandigheden bemoeilijkten en vertraagden het werk enorm, om van de lastige samenwerking tussen de vele bijdragers maar te zwijgen) had je ook de inhumane exploten van de blauwogige Holmes.

The Devil in the White City World's Fair Hotel Holmes

Schetsen en een grondplan van hoe het hotel van Holmes eruit zag

Deze vlotte, innemende man bleek onder zijn knappe uiterlijk een monster te zijn, of een duivel, zoals hij zichzelf noemde. Door de Wereldtentoonstelling trok Chicago een enorme massa bezoekers aan; iets waar Holmes gretig gebruik van maakte. Met zijn charme kreeg hij verscheidene jonge gezinnen en vrouwen zover om voor hem te werken of in zijn zelfontworpen hotel in te trekken. Het donkere gebouw bleek voorzien te zijn van een operatiekamer, gasleidingen en een kelder waar hij zijn slachtoffers veraste in zijn verbrandingsoven. Dankzij de gasleidingen kon hij zijn prooien (waaronder ook kinderen) op hun kamer bedwelmen, waarna hij ze onderwierp aan verschillende gruwelijkheden in de kelder of zijn operatiekamer. Van sommigen verkocht hij zelfs het skelet aan universiteiten (lijken of skeletten waren destijds erg welkom voor artsenopleidingen) waarvoor hij grof geld ontving.

“To women as yet unaware of his private obsessions, it was an appealing delicacy. He broke prevailing rules of casual intimacy: he stood too close, stared too hard, touched too much and long. And women adored him for it.”

Onder Holmes’ slachtoffers bevonden zich meestal jonge vrouwen, die destijds en masse naar Chicago trokken om werk te vinden als typiste of klerk en nauwelijks gemist of niet teruggevonden werden eenmaal ze vermoord waren. Zijn knappe uiterlijk trok de dames aan en met zijn zilveren tong ontwapende hij de mannen. Uit vele documenten blijkt echter dat naast een koelbloedige moordenaar, Holmes ook een zwendelaar en een oplichter was.
Door documentenvervalsing wist hij – tijdelijk – aan zijn vele schuldeisers te ontsnappen, en de bouw van zijn hotel bekostigde hij door zijn werkmannen van slecht werk te beschuldigen en voor het werk af was te vervangen door andere vaklieden. Ook de medicijnen die hij in zijn apotheek verkocht, waren het resultaat van kwakzalverij en verkochte flesjes water met een smaak aan gingen aan woekerprijzen over de toonbank. Aan het einde van zijn leven bezat Holmes een fortuin, vergaard met erfenissen en levensverzekeringen van zijn slachtoffers, of van zijn zwendelpraktijken als dokter. In deze moderne tijden lijkt het ongelooflijk dat een persoon met deze misdaden weg kon komen, maar de samenleving 150 jaar terug was simpelweg niet zo effectief in het opsporen van tuig zoals deze sociopatische moordenaar.

The Devil in the White City – een stevige kluif

Het verweven van de gruwelijke misdaden van Holmes en de verdiensten van de architect Dunham is geen sinecure, en hoewel het lezen van The Devil in the White City niet altijd even gemakkelijk is, blijft het wel een geslaagde mix. Je koopt het boek waarschijnlijk omdat je, net als ik, geïntrigeerd bent door de beroemde seriemoordenaar, maar blijft uiteindelijk lezen door de fascinerende Chicago World Fair. Erik Larson is een uiterst verdienstelijke schrijver en weet tussen alle geschiedkundige weetjes en moorden bijvoorbeeld ook nog plaats te maken voor – vaak nogal donkere – humor.

The fair was so big, so beyond grasp, that the Columbian Guards found themselves hammered with questions. It was a disease, rethorical smallpox, and every visitor exhibited it in some degree. The Guards answered the same questions over and over, and the questions came fast, often with an accusatory edge. Some questions were just odd.

In which building is the pope?” one woman asked. She was overheard by writer Teresa Dean, who wrote a daily column from the fair.
The pope is not here, madame,” the guard said.
Where is he?
In Italy, Europe, madame.
The woman frowned. “Which way is that?
Convinced now that the woman was joking, the guard cheerfully quipped, “Three blocks under the lagoon.
She said, “How do I get there?

De grootste moeilijkheid in het volgen van de gebeurtenissen zit hem in de gigantische hoeveelheid personages die aangevoerd wordt. In het begin kan je nog volgen, maar tegen dat je aan honderd pagina’s zit, heb je minstens 40 actieve personen die bij naam genoemd zijn. Erik Larson probeert het gemakkelijker te maken door ze telkens in contextuele situaties te plaatsen, maar niettemin moet je soms goed wakker zijn om te weten over wie hij het nu juist heeft.
Ook zijn de overgangen tussen de verschillende locaties en personages vaak nogal plots. The Devil in the White City betuttelt de lezer ook niet door alles kant en klaar uit te spellen voor je, maar daagt je soms subtiel uit zelf de verbanden te vinden tussen gebeurtenissen en personages. Zo wordt de uitvinder van het reuzenrad (George Ferris) pas erg laat bij naam genoemd, zodat je als nietsvermoedende lezer opeens verrast wordt met de gedachte “Maar ik kén die naam!”. Ook over het reuzenrad zelf wordt nogal verdoken gesproken, tot alle stukjes van de puzzel op zijn plaats vallen.

The Devil in the White City ferris wheel reuzenrad

Dé publiekstrekker van de Chicago World Fair en een fantastische uitvinding die het uit staal opgebouwde Chicago moest reflecteren en de Eiffeltoren moest overtreffen: het reuzenrad

De razend interessante gebeurtenissen en de grote hoeveelheid informatie maken van The Devil in the White City een erg knap boek, dat mits een aandachtige lezer vlot weg leest. Waar geschiedenisboeken feiten nogal droog beschrijven, frist Erik Larson de ontwikkelingen op met leuke details over de personages en de omgevingen, waardoor je een levendig beeld krijgt van de omgeving en de mensen. Als je ook maar een beetje in geschiedenis geïnteresseerd bent, raad ik dit boek van harte aan. The Devil in the White City is een schitterend portret van meerdere belangrijke personen uit de wereldgeschiedenis en het is ontzettend leerzaam en boeiend om te volgen. En nu is het maar uitkijken naar de film!

The Devil in the White City op Bol.com

8 Akelig boeiend

De opbouw van een van de mooiste artificiële steden ter wereld staat in schril contrast met de aanliggende vuile industriële stad en de moordenaar die daar huist. Erik Larson weet met veel afwisseling een levendig beeld te schetsen van het leven in een Chicago van 150 jaar terug. Intelligent, humoristisch, spannend en bovenal erg boeiend, is The Devil in the White City een erg knap boek. Voor een lezer die graag uitgedaagd en verrast wordt, en tegelijk ook graag iets bijleert.

  • verhaal 9
  • leesplezier 8,5
  • schrijfstijl 9,5
  • originaliteit 6
  • personages 8
Share.

About Author

Naomi Busard

Opgegroeid met Ocarina of Time, Banjo-Kazooie en Diablo 2. Casual geek en tettert hierover je oren af als je niet oppast. Tevens een spelling/grammar nazi die op de eindredactie eindelijk een plek heeft gevonden om als pietje precies wat nuttig werk te verrichten.

Reacties