Blade Runner 2049: 1982 versus 2017

0

Sinds 4 oktober speelt Blade Runner 2049 in de zalen, het vervolg op wat intussen een van de allergrootste cultclassics geworden is. Ik ging samen met collega Davy kijken, en we kwamen tot de conclusie dat het een must-see is. Heb je ergens in de komende tijd een uur of 3 over? Niet twijfelen: de herfst is begonnen, en er is geen beter excuus om te ontsnappen naar de woestenij die de Aarde in 2049 geworden is.

Blade Runner 2049 heeft alles om een kaskraker te worden, behalve (voorlopig) het publiek: alle recensies zijn – terecht – uitzonderlijk positief. Als volwassene met een reeks werkende hersencellen krijg je een uitdaging voorgeschoteld, visueel overdonderend en uitzonderlijk coherent. Cinema zoals het moet zijn. Het is zuiver escapisme, en ondanks het trage tempo heb ik me geen seconde verveeld. Ondanks de grote verschillen tussen Blade Runner in 2019 en in 2049, voelen beide films als zuivere geestesverwanten. De verderzetting van de wereld uit de eerste en de aanwezigheid van Deckard, het personage van Harrison Ford, doen mij meer aan een tweede verhaal in hetzelfde universum denken dan aan een zuivere sequel.

Denis Villeneuve vertaalt het gevoel van de originele film uit 1982 niet alleen naar 2049, maar bovenal naar 2017. De eerste film, dat kan misschien verbazing wekken, was geen succes toen hij uitkwam. Ook nu nog zijn er mensen die de film maar niets vinden. Met zijn trage tempo, de trippy muziek en de behoorlijk verwarrende verhaallijn vormt Blade Runner een pittige uitdaging. 35 jaar na datum is het nog altijd niet duidelijk of Deckard al dan niet een Replicant was. Ridley Scott zegt van wel, Harrison Ford zegt dat hij Deckard als zuiver menselijk gespeeld heeft. We horen regelmatig over bemoeienissen van de studio, en dat was bij Blade Runner eigenlijk niet anders.

Na negatieve kritieken op de work print werd het einde aangepast, tot grote frustratie van Scott. Pas in 2007, 25 jaar na de release van het origineel, heeft het publiek de versie die hij voor ogen had kunnen zien. Intussen was Blade Runner gelukkig al tot zo’n klassieker uitgegroeid dat hij de mogelijkheid kreeg zijn visie te delen met het publiek. Die Director’s Cut werd zelfs even opnieuw in de cinema gebracht. Voor meer informatie over de verschillende versies, Wikipedia heeft een prachtig overzicht. Het blijft daarom interessant dat Villeneuve mist spuit over welke variant aan de basis ligt van zijn sequel. Het expliciete happy end, waarbij Deckard en Rachael ontsnappen, is geen toevoeging van Ridley Scott zelf. De financiers van het geheel wilden een toegankelijke film die makkelijk te begrijpen was. Hun investering terugverdienen was belangrijker dan bijdragen aan de evolutie van de filmkunst.

De voice-over, zo bepalend voor de film-noirstijl, is ook zo’n toevoeging op vraag van de studio. Te vaak wordt ervan uitgegaan dat het publiek bij het handje genomen moet worden. Ook nu nog, alsof filmliefhebbers, mensen die bereid zijn om aardig wat uit te geven aan een avondje cinema, per se willen dat alles voorgekauwd wordt.  De plot van beide Blade Runners is goed, maar dient meer als een startpunt voor mijmeringen over wat het betekent om een mens te zijn. Waarin wijkt iemand die geboren is af van iemand die gemaakt is? De conclusie lijkt te zijn dat het onderscheid artificieel is, en hoewel het kan dienen om de orde te bewaren, leidt het ook tot chaos, en oorlog. Ook replicants hebben lief, wat maakt het dan uit of ze dromen over elektrische schapen? En als ze expliciet gemaakt zijn om lief te hebben, doet het dan afbreuk aan die liefde of krijgt ze net extra diepgang erdoor?

Villeneuve heeft die les volledig begrepen: zijn Blade Runner 2049 heeft een reeks A-listers op de castlijst staan, en heeft in alles de look and feel van een blockbuster. De soundscapes van Hans Zimmer passen perfect bij zijn eerdere werk voor bijvoorbeeld Inception. Toch leunt de soundtrack tegelijk ook nauw aan bij het werk van Vangelis in de originele Blade Runner: je krijgt er hetzelfde trippy gevoel bij en ze is even sfeerbepalend als de visuals. In de kern heeft Villeneuve een arthousefilm gemaakt met de middelen van een blockbuster. Hij laat ons achter met meer vragen dan antwoorden, net zoals het origineel.

We kunnen alleen maar hopen dat Blade Runner 2049 de grenzen tussen Hollywood en “de betere film” verder helpt vervagen. Zowel de gemakzucht van de studio’s en het publiek als het snobisme van bijvoorbeeld het awardscircuit vormen een grote bedreiging voor de cinema als grote kunst. Het is dan ook behoorlijk ironisch dat het net een sequel is die nieuwe grenzen opzoekt, en erin kan slagen om het arthousepubliek en het blockbusterpubliek met elkaar te verzoenen. Want waren sequels niet de ultieme uiting van die gemakzucht, van het verder blijven teren op bestaande intellectual properties in plaats van vernieuwende en unieke verhalen te verkennen?

Al sinds de twaalfde eeuw wordt gezegd dat de wetenschap beter wordt omdat dwergen op de schouders van reuzen staan, en zo verder kunnen kijken. Het zou van weinig respect getuigen om Villeneuve een dwerg te noemen binnen zijn vakgebied, maar in essentie komt de kwaliteit van Blade Runner 2049 daar ook uit voort. Door zich zo sterk te enten op de essentie van het origineel, maar toch zijn eigen stem helder te laten weerklinken, krijgen we hier een sequel die het origineel evenaart, misschien zelfs overklast.

Share.

About Author

An-Sofie Alderweireldt

Uw bomma, maar dan geekier: houdt van breien, koekjes of taart bakken en thee, keukenprinsesje in de dop. Wordt blij van boardgames, gin, series netflixen en strips. En van Geekster. Vooral van Geekster. Knijpt niet in je wangen.

Reacties