Het DNA van een stripreeks 8: Lectrr (interview)

0

Belgische stripklassiekers moderniseren. Na het overdonderende succes van Amoras, de rauwe spin-off van het oer-Vlaamse Suske en Wiske, duikt het ene na het andere afgeleide product van de geliefde stripreeksen uit onze jeugd op. Volgens Johan De Smedt, de Grote Manitoe van denktank “The Wolfpack” en een van de spilfiguren van deze trend, is het bij zo’n onderneming essentieel dat je nooit aan het DNA raakt. Maar wat is dat dan precies, “het DNA van een stripreeks”? Met die vraag op de lippen trok Jeroen doorheen stripminnend Vlaanderen, op zoek naar het antwoord.

In mijn poging om beter te begrijpen wat het DNA van een stripreeks is, spreek ik met verschillende mensen die allemaal op hun eigen manier met strips bezig zijn. Niet toevallig is vandaag Steven Degryse, u allen beter bekend als Lectrr, de huiscartoonist van De Standaard, aan de beurt. Deze week verschijnt immers De zevende scherf, het eerste deel van Red Rider. In deze reeks laten Lectrr en tekenaar Stedho ons kennismaken met een eigentijdse versie van Johan de Rode Ridder.

lectrr

Ridder op een ijzeren ros

Van harte proficiat met het verschijnen van het eerste album van Red Rider, Lectrr! Maar waarom kozen Stedho en jij ervoor om iets nieuws te doen met een oudere reeks? Waarom niet gewoon een volledig nieuw project opstarten?
Lectrr: We kregen allebei de vraag van de uitgeverij of we interesse hadden om iets te doen met één personage uit het Rode Ridder-universum. Los van elkaar. Pas nadien werden we aan elkaar gelinkt.

De eerste tekeningen die ik van Stedho zag, waren adembenemend en dus zag ik een samenwerking zeker zitten. Ik kende zijn werk natuurlijk al wel, maar wist niet dat hij ook dit soort dingen tekende. Ik kende hem vooral van de meer artsy graphic novel, zoals Ooievarken, of zijn ode aan een Brussels hotel.

Hoe dieper we groeven, hoe meer we tot het inzicht kwamen dat er een nieuw universum in zat, en niet zomaar een one-shot.

ooievarken

Ooievarken van Stedho, een verhaal zonder begin en zonder einde.

Op een bepaald moment werd het in onze hoofden zo groot en episch, en ontwikkelde zich een heel natuurlijk, nieuw universum, geënt op dat van De Rode Ridder – maar tegelijk ook zoveel meer. En dan kwam de Rode Ridder op een motor terecht. En dan moet je een aantal mensen daarvan gaan overtuigen.

De Rode Ridder op een motor… Heeft het je veel moeite gekost om dat idee aan de uitgeverij verkocht te krijgen?
Lectrr: Dat overtuigen binnen de uitgeverij was niet onze verdienste. Van meet af aan stond Johan De Smedt, die al eerder bij Geekster de revue passeerde als ik het niet fout heb, mee aan de wieg van Red Rider. Hij was dan ook een voorvechter binnen de uitgeverij om de tempelbewakers ervan te overtuigen dat Red Rider de moeite was om in te investeren. Want een strip is natuurlijk meer dan enkel een artistiek product: voor een uitgeverij is dat een flinke investering. Uitgevers liggen niet zozeer wakker van: “Oei, Johan op een motor in plaats van op een paard.” Maar van: “Oei, hoe krijgen we dat verkocht?”

Heeft Stedho als tekenaar zijn inspraak in het verhaal? Of is het scenario volledig jouw verantwoordelijkheid?
Lectrr: We hebben er samen aan gewerkt, natuurlijk. Net zoals ik als scenarist inspraak heb in zijn tekeningen. Behalve het schrijfwerk doe ik ook een bescheiden opzet voor de decoupage door storyboards en kleurenscripts en moodboards aan te leveren. Onze samenwerking kan je meer zien als het werken aan een film: we werken samen aan het verhaal en samen aan de beelden. Maar als het op afwerking aankomt, schreef ik natuurlijk wel alles uit, ook de dialogen. En Stedho nam echt het tekenwerk voor zijn rekening, op een manier die ik in geen duizend jaar had kunnen doen. Laat ons zeggen dat het op het gebied van het verhaal achteraf heel moeilijk te achterhalen is wie wat heeft bedacht.

Stedho

Steven “Stedho” Dhondt, tekenaar van Red Rider.

De essentie van het ridderschap

Ben je bij het maken van Red Rider gebotst op grenzen die werden opgelegd door de uitgeverij omdat ze de integriteit van het bronmateriaal wilden beschermen?
Lectrr: Nee, absoluut niet. We hebben ook echt wel een ‘eigen’ universum gecreëerd, gebaseerd op het DNA van De Rode Ridder, en op die manier kunnen we het ‘bronmateriaal’ niet schaden. Het is een hervertelling, geen integraal onderdeel van de originele reeks. In dat opzicht schenden we nergens tijdlijnen of historieken van personages.

Was je je tijdens het maken van de strips erg bewust van de “erfenis”? Voelde dat beklemmend omdat het enigszins je vrijheid inperkt, of anderzijds net als een leidraad, een houvast?
Lectrr: Niet meteen. Ik was van mijn kant meer bezig om de dingen weer wat meer historisch gewicht te geven. De schrijvers van De Rode Ridder zijn, zacht uitgedrukt, nogal losjes omgesprongen met de originele verhalen rond Merlijn en Arthur. Dat kon toen makkelijk, maar tegenwoordig is dat zo evident niet. Magie was er ook veel meer een deus ex machina om een los eindje in het scenario mee op te lossen.

Lectrr Merlijn staf

Meer dan eens werden de problemen van de Rode Ridder opgelost dankzij de toverstaf van Merlijn.

Dat wilden wij vermijden: van meet af aan hebben we een interne logica en een eigen universum gebouwd dat consistent is, en dat tegelijk gebaseerd is op dat van de Rode Ridder, maar ook gerust op zichzelf kan staan. Eigenlijk was ik dus meer bezig met de erfenis van de Arthuriaanse sages dan met die van de Rode Ridder. Al waren er wel een aantal basisgegevens die onmiddellijk als het ‘DNA’ van de reeks geïdentificeerd werden, en die onwrikbaar werden. Dingen waar we van af bleven.

Nu maak je me wel erg nieuwsgierig. Wat voor dingen zijn dat dan?
Lectrr:
Wel, dat zijn vrij basic dingen hoor. Bij De Rode Ridder is dat vrij simpel: zonder een sterk rechtvaardigheidsgevoel geen Rode Ridder. Je kan er moeilijk een klootzakje van maken die tot inkeer komt, bijvoorbeeld. Ook het feit dat die altijd in een avontuur terechtkomt dat in essentie niet het zijne is, leek me ook belangrijk als DNA van het verhaal. Het bovennatuurlijke. Een Rode Ridder zonder het bovennatuurlijke en het fantastische, dat is als een Smurfenstrip zonder blauw.
Ook een aantal attributen werden al snel tot zijn DNA gerekend. Het paard bijvoorbeeld. Ook al kan je in de 21e eeuw geen personage geloofwaardig door een urbane setting doen lopen op een paard, toch is het paard een personage geworden in de vorm van zijn motor. Zelfs zijn zwaard, daar hebben we geen komaf mee gemaakt. Sommige dingen zijn zo essentieel dat je er met je fikken af blijft.

Wat is volgens jou belangrijk als je aan de slag gaat met zulke iconische stripreeksen?
Lectrr: Respect.

Wat is anderzijds absoluut not done?
Lectrr: Red Rider, of Rode Ridder… het personage blijft au fond hetzelfde. We wilden natuurlijk wel meer diepgang geven aan Red Rider. Het is niet zomaar iemand die toevallig aan komt gereden in het verhaal en dan helpt… Hij had een verhaal nodig, een backstory. Maar het is wel belangrijk dat dat klopt. Een motor in plaats van een paard, dat kan kloppen. Maar je kan van de Rode Ridder geen wielrenner maken.

Geregeld valt de term “het DNA van een stripreeks”. Wat houdt dat volgens jou in? Wat behoort volgens jou tot de essentie van een reeks? Personages, plot, sfeer, inhoud, tekenstijl… iets anders?
Lectrr: Goh, moeilijk. Een opsomming zou het limiteren, denk ik. Het DNA zit ‘m in hetgeen de reeks maakt tot wat ze is. Soms raakt het DNA zelfs binnen de lopende reeks al zoek omdat een auteur te hard probeert om de bouwstenen te definiëren – en zo in formules terechtkomt. Ik heb dat momenteel een beetje bij De Kiekeboes. Hoewel ik een grote fan ben, echt een enorme fan, krijg ik de indruk dat er aan de hand van formules geschreven wordt. De albums blijven goed, en een stuk beter dan het merendeel van de strips die gemaakt worden, maar de reeks is er wel zijn ballen door kwijt. De ballen die ervoor zorgden dat Album 26 één van de allerbeste strips aller tijden is. Met DNA moet je dus opletten. Wij hebben er heel veel over gepraat, maar hebben bewust geen formules op papier gezet.

Is respect voor het DNA van een reeks cruciaal voor het slagen van zo’n afgeleide reeks? Tot op welke hoogte mag je risico’s nemen en beeldenstormen met zo’n geliefd bronmateriaal als de Belgische stripklassiekers?
Lectrr: Je moét beeldenstormen. Als je je aan de regels houdt, krijg je geen goed verhaal.

Er zijn formules op de markt om een verhaal te schrijven, Hollywood gebruikt die bijvoorbeeld. Blake Snyders boek legt je uit hoe je het moet doen. Heb je dan een goed verhaal? Nee. Heb je iets waarmee je een strip of een film kan maken? Absoluut. Maar je hebt de regels gevolgd, en interessant zal het niet zijn. Hadden we het bronmateriaal secuur gevolgd, dan hadden we een strip gemaakt over een ridder in de Middeleeuwen. Met een iets hedendaagsere invulling. Ik ben een grote Moffat-fan. Op een dag viel m’n frank: we moeten een Sherlockske doen: we hervertellen de saga van de Rode Ridder in de 21e eeuw, alsof ze nooit gebeurd is in de Middeleeuwen. Heel de santenkraam rond Arthur? Bring it to the our century. Dat is niet meteen respectvol voor het bronmateriaal, want eigenlijk zeg je: “We gaan alles opnieuw doen én interessanter”. Maar dat moést ook wel, want anders hadden we niks interessants te vertellen. Want het was ons al voorgedaan door grootmeesters als Vandersteen en Biddeloo.

Wat zorgt er voor dat, ondanks de andere historische setting, Red Rider nog steeds een verhaal over Johan de Rode Ridder is?
Lectrr: Het verhaal draait nog steeds rond duistere machten, het occulte, rond Goed versus Kwaad, rond het helpen van mensen in nood. De geopolitieke setting die we kozen, refereert constant aan de Middeleeuwen, vaak onderbewust.

red rider irak

De plannen voor een Rode Ridder op een motor rijpen al een hele tijd.

Is er een specifieke reden waarom je Johan nu afbeeldt als een Irak-veteraan in Amerika?
Lectrr: Ja, maar daar moet je het album voor lezen. We hebben hem een verhaal gegeven. Bij het lezen van De Rode Ridder rijst telkens de vraag: “Maar waaróm is hij wie hij is?” Wij hebben die beantwoord.

Is het je bedoeling om maatschappijkritiek te leveren, of is dat nu eenmaal een context waarin er nog “hedendaagse ridders” kunnen bestaan?
Lectrr: Niet per se, het was vooral de bedoeling om relevant te zijn. De strip is ook veel filmischer dan de meeste Vlaamse strips. Hij heeft heel veel verschillende bodems. De maatschappijkritiek is er maar eentje van, en nog wel een van de meer oppervlakkige. Eigenlijk zijn m’n cartoons op dat vlak scherper, als ik eerlijk mag zijn.

De Vlaamse striplezer is nogal een gewoontedier, getuige de hele heisa die Fabio Bono over zich heen kreeg omdat zijn Rode Ridder plots een stoppelbaard had. Wat zijn je verwachtingen over de reacties van de lezers?
Lectrr: Red Rider is eerlijk gezegd niet enkel gemaakt voor de Vlaamse lezer. Ook zonder voorkennis van De Rode Ridder werkt de reeks perfect en ik denk dan ook dat we het goed kunnen doen buiten onze landsgrenzen. Eerlijkheidshalve twijfel ik niet dat we de diehard Rode Ridder-fans aangenaam gaan verrassen. Zij die bereid zijn om aan te nemen dat dat paard niet terugkomt, krijgen een hele goeie strip in ruil, die op het scherpst van de snede is gemaakt. Maar er zullen natuurlijk ook wel mierenneukers zijn die bepaalde details niet zullen kunnen smaken. Die heb je altijd, zeker? Tegelijk voel ik wel dat we van de hardcore fans écht een kans krijgen.

Vroeger een paard, nu een motor.

Een nieuwe trend

Het lijkt er een beetje op dat er sinds Amoras van Marc Legendre en Charel Cambré een nieuwe trend ontstaan is waarbij er nieuwe dingen gedaan worden met oude reeksen. Wat vind jij daarvan?
Lectrr: Het gebeurt overal ter wereld al, waarom zou Vlaanderen moeten achter blijven? Een aantal van de meest iconische comics zijn herverteld, hebben nieuwe dimensies gekregen, … Eerlijkheidshalve vind ik dat dat al eerder had moeten gebeuren. Maar tegelijk ben ik blij om daar nu deel van te mogen uitmaken. Intellectuele eigendommen zijn vaak enorme speeltuinen. Het is zonde om makers daar niét in te laten spelen, want er ontstaan altijd nieuwe, spannende dingen.

Hoe bekend ben je met het bronmateriaal? Wat zijn je favoriete albums van De Rode Ridder? Waarom?
Lectrr: Mijn allereerste strip was een Rode Ridder, die thuis bij m’n grootvader lag. Die lag altijd bovenop de stapel kranten, en was dus altijd wat ik las. Geen idee waarom hij er maar eentje had, maar De Maagdenburcht heb ik een miljoenmiljard keer gelezen als kind. Ook de rest van de reeks heb ik vrij trouw gelezen, maar niet zo trouw dat ik nu nog kan zeggen wat er op pagina 6 van album 111 gebeurt, bijvoorbeeld. De reboot, van Marc Legendre, lees ik heel trouw. Ik kijk enorm op naar Marc, de richting die hij inslaat met De Rode Ridder is wat écht wel nodig was.

MarcFabio1

Fabio Bono en Marc Legendre hebben sinds De Uitverkorene De Rode Ridder nieuw leven ingeblazen.

Heb je een van de volgende reeksen of albums gelezen: Amoras, Fanny K., J.Rom, De Rode Ridder van Legendre en Bono, De moordenaar van Lucky Luke en Jolly Jumper antwoordt niet meer. Zo ja, wat vond je ervan? Wat vind je van de manier waarop de auteurs van deze albums met de “erfenis” omgaan?
Lectrr: Die heb ik allemaal gelezen. Elke auteur doet wat hij wil met die erfenis, natuurlijk. Die Lucky Lukes tonen heel mooi aan dat je én trouw kan zijn aan een erfenis én toch twee heel uiteenlopende zaken kan maken. Jolly Jumper Antwoordt Niet Meer, daar heb ik dus tranen in de ogen van het lachen gehad. Dat is wel belangrijk bij Lucky Luke, vind ik. Ik heb dat altijd een humorstrip gevonden. Maar tegelijk is dat ook een strip waarbij je spaghettiwesterns moet voelen. Suspense. Man, mijn handen jeuken om eens een Lucky Luke te schrijven!

Zijn er nog Vlaamse stripklassiekers waarvan je graag een moderne versie zou zien verschijnen?
Lectrr: Niet per se een moderne versie, maar een spin-off van Urbanus lijkt me heel tof.

Huilen met de wolven

Meestal vraag ik in mijn interviews of de geïnterviewde The Wolfpack kent. Jij maakt echter deel uit van deze wel erg bijzonder denktank. Hoe werken de wolven? Hoe verlopen de brainstormsessies?
Lectrr: We gooien allemaal ideetjes uit de kluis van Vandersteen op tafel en gaan dan brainstormen. Sommigen zitten te tekenen aan tafel, anderen te plotten en te discussiëren. We werken in blokken van twee dagen en meestal hebben we wel een paar projecten de goede richting uitgeduwd op zo’n blok. Er wordt ook best wel wat bedacht dat niet gebruikt wordt. Zelf heb ik een project dat heel ver stond, maar een beetje on hold is gezet door de uitgeverij – ondanks het feit dat iedereen het erg leuk vond. Dat hoort er ook bij. Er ligt héél wat in de schuif bij The Wolfpack…

Wat de toekomst brengt

Hoe ziet de toekomst er uit? Heb je nog verhalen in je hoofd zitten voor eventuele volgende delen van Red Rider of ben je alweer bezig met een volgend (Wolfpack?)project?
Lectrr: Als de uitgever wil, dan kan een tweede Red Rider-cyclus vlot bedacht worden. Er liggen behoorlijk wat pistes op tafel. Maar ik zit met nog wat andere projecten waar ik niks over kan vertellen die er ook aan komen, dus we zien wel.

Volgende keer: Toon Horsten, uitgever strips bij WPG Uitgevers.

Share.

About Author

Jeroen Van Heel

Cardboard cowboy, Nintendo nerd en Dr. Deathrite himself. Show your moves!

Reacties