Het DNA van een stripreeks 7: Charel Cambré (interview)

0

Belgische stripklassiekers moderniseren. Na het overdonderende succes van Amoras, de rauwe spin-off van het oer-Vlaamse Suske en Wiske, duikt het ene na het andere afgeleide product van geliefde stripreeksen uit onze jeugd op. Volgens Johan De Smedt, de Grote Manitoe van denktank The Wolfpack en een van de spilfiguren van deze trend, is het bij zo’n onderneming essentieel dat je nooit aan het DNA raakt. Maar wat is dat dan precies, “het DNA van een stripreeks”? Met die vraag op de lippen trok Jeroen doorheen strip-minnend Vlaanderen, op zoek naar het antwoord.

In mijn poging beter te begrijpen wat het DNA van een stripreeks is, spreek ik met verschillende mensen die allemaal op hun eigen manier met strips bezig zijn. Vandaag luister ik naar Charel Cambré, de tekenaar van Amoras, De kronieken van Amoras en Robbedoes Special, en tevens de man die in z’n eentje de potloodindustrie van Vlaanderen recht houdt.

Charel Cambré

Nieuwe projecten

Dag Charel! Met Amoras en Robbedoes Special hebben Marc Legendre en jij heel knap werk geleverd. Heb je als tekenaar ook je zegje over de plot van het verhaal of is dat volledig de verantwoordelijkheid van Marc?
Cambré: Ja, toch wel. Voor Amoras bijvoorbeeld hebben we eerst een aantal dagen samengezeten om de lijnen van het verhaal te bespreken, Marc schrijft dat dan uit naar eigen believen en voegt zaken toe of laat dingen weg terwijl hij schrijft. Maar ook gaandeweg het tekenproces kunnen er nog dingen veranderen, Marc is daar zeer flexibel in, maar uiteraard heeft hij het laatste woord wat het scenario betreft.

Hoe staan de uitgeverijen tegenover dit soort projecten? Stellen ze zich eerder beschermend op voor de klassieke reeksen in hun fonds?
Cambré: Ik vrees dat de uitgeverijen tegenwoordig nog maar moeilijk in nieuwe projecten investeren. Zelf heb ik het destijds geprobeerd met Jump, maar de verkoopcijfers haalden nooit toppers.

Cambré Jump

Na 16 delen zette Standaard Uitgeverij in 2012 de reeks Jump stop.

Dat ligt volgens mij dan ook weer deels aan de uitgeverij die niet genoeg inzet op nieuwe reeksen qua promotie. Mocht een reeks als Jump hetzelfde promobudget krijgen als Amoras destijds, dan zou het misschien anders gelopen zijn. Ze spelen meer op veilig.

Ben je bij het maken van Amoras gebotst op grenzen die werden opgelegd door de erven Vandersteen omdat ze de integriteit van het bronmateriaal wilden beschermen?
Cambré: Neen, niet echt, we werden heel vrij gelaten in ons doen en laten. Dat siert de erven Vandersteen en WPG wel vind ik. Ofwel hadden ze ons niet echt in het oog (knipoogt).

Hoe was het werken aan Robbedoes Special tegenover het werken aan Amoras? Amoras toont immers een sterke stijlbreuk met de bronreeks, terwijl Robbedoes Special een echt klassiek Robbedoesavontuur is dat wel eens Franquiniaans genoemd wordt. Heeft dat verschil in aanpak ook invloed gehad op je manier van werken?
Cambré: Ja, de stijl van Amoras was nieuw voor mij. Ik had toch wat meer tijd nodig om er goed mee overweg te kunnen. Robbedoes daarentegen is een stijl waar ik me dadelijk meer in thuis voelde.

Knallende successen

Je werkte nu mee aan twee reeksen waarbij oud bronmateriaal nieuw leven werd ingeblazen. Beiden worden erg gesmaakt. Heb je enig idee waar het succes van Amoras en Robbedoes Special aan te danken is?
Cambré: Ik denk dat er nood was aan een nieuwe wind binnen Sus en Wis: ik denk dat veel oude lezers benieuwd waren hoe het hun helden na al die jaren vergaan was. Die lezers hadden, denk ik, een tijd geleden afgehaakt wat de reguliere reeks betreft.
Wat Robbe betreft, denk ik dat de huidige reguliere reeks van Yoann en Vehlman hier niet aanslaat en dat het grote publiek zelfs niet meer wist dat Robbedoes bestond. Een gat in de markt, kan je zeggen.

cambré baul

Charel met Guga Baúl, peter van de strip, op de voorstelling van Robbedoes Special.

Heb je enig zicht op de verkoopscijfers van je reeksen? Lossen ze de verwachtingen in die je ervoor had?
Cambré: Amoras is een verkooptopper, de eerste twee delen zijn zo goed als uitverkocht. We hadden wel verwacht dat het ging “marcheren”, maar van meet af aan was duidelijk dat het alle verwachtingen overtrof. Van Robbedoes Special hebben we nog geen verkoopcijfers, maar ik denk wel dat het goed loopt. Al is dat niet in dezelfde orde als Amoras.

Van Amoras verschenen al enkele albums. Hoe deden de latere albums van de reeks het tegenover het eerste album?
Cambré: De verkoop is natuurlijk iets gezakt tegenover album één, maar het lijkt zich te stabiliseren op een niet onaardig aantal verkochte albums. Hout vasthouden (knipoogt).

Respect voor klassiekers

Was je je tijdens het maken van de strips erg bewust van de “erfenis”? Voelde dat beklemmend omdat het enigszins je vrijheid inperkt, of anderzijds net als een leidraad, een houvast?
Cambré: Ik heb daar altijd heel nuchter tegenover gestaan. Zelfs in het geval van Robbedoes. Hoewel ik een enorme bewonderaar ben van Franquin, heeft dat mij toch niet verlamd. In het begin was het wel zoeken naar een gepaste stijl. Die heb ik nu pas vast wat Amoras betreft, vrees ik. Ik ben nogal wispelturig in mijn tekeningen, ik verander graag dingen gaandeweg. Dat is soms niet goed is voor de continuïteit, maar ik kan het niet helpen.

Wat is volgens jou belangrijk als je aan de slag gaat met zulke iconische stripreeksen als Suske en Wiske en Robbedoes?
Cambré: Dat je de eigenheid van de figuren behoudt. In ons geval was dat niet echt een probleem, het kwam als vanzelf, waarschijnlijk omdat we vroeger Sus en Wis en Robbedoes zot gelezen hebben. We zijn mee vergroeid met die figuren, ze zitten in ons brein gegrift.

Wat is anderzijds absoluut not done?
Cambré: Geen idee, soms lees ik iets in het scenario en dan denk ik, “nee, dat zou die niet zeggen in die situatie”. Zo had ik het wat lastig met het gevloek van Suske in het eerste album. Ik denk dat je als auteur snel aanvoelt tot waar je kan gaan.

Geregeld horen we de term “het DNA van een stripreeks”. Wat houdt dat volgens jou in? Wat behoort volgens jou tot de essentie van een reeks?
Cambré: Dat zijn kleine dingen, hoe die figuren zich gedragen, hoe ze reageren in bepaalde situaties … Dat weet je alleen als je die personage door en door kent. Ik zou, denk ik, nooit een spin-off kunnen maken van bijvoorbeeld Blueberry, omdat ik de reeks nooit gelezen heb.

Je bent dus intiem bekend met het bronmateriaal van Suske en Wiske en Robbedoes. Wat zijn je favoriete albums van deze reeksen en waarom?
Cambré: Van Sus en Wis ben ik fan van de oudere albums zoals De Texasrakkers, De Apenkermis, Tedere Tronica, … Te veel om op te noemen. Op een bepaald moment ben ik wel onbewust gestopt met ze te kopen. Wat Robbedoes betreft: Hommeles in Rommelgem, Bravo Brothers, maar ook de Robbedoes-herwerking Dagboek van een fantast vind ik geweldig. De strips van Tome en Janry kon ik ook wel smaken .

Is respect voor het DNA van een reeks cruciaal voor het slagen van zo’n afgeleide reeks? Tot op welke hoogte mag je risico’s nemen en beeldenstormen met zo’n geliefd bronmateriaal als de Belgische stripklassiekers?
Cambré: Ik denk dat dat zeer cruciaal is, ik denk dat dat bijvoorbeeld een beetje het probleem was bij J.Rom. Het stond te ver af van wie of wat Jerom is of was. Ik had dat anders aangepakt.

J.Rom

J.Rom, de reeks waarin Jerom een typische superheld is, werd minder warm onthaald door de lezers.

Niet alle afgeleide reeksen zijn natuurlijk even goed. J.Rom heb je gelezen, maar heb je ook een van de volgende reeksen of albums gelezen: Fanny K., De moordenaar van Lucky Luke, Jolly Jumper antwoordt niet meer of de nieuwe albums van De Rode Ridder door Marc Legendre en Fabio Bono. Zo ja, wat vond je ervan? Wat vind je van de manier waarop de auteurs van deze albums met de “erfenis” omgaan?
Cambré: Ja. Fanny K. vond ik niet geweldig, die staat te ver af qua sfeer en scenario van De Kiekeboes denk ik. De moordenaar van Lucky Luke vond ik wel goed. Van de nieuwe De Rode Ridder heb ik er maar één gelezen. Ik ben nooit zo’n fan geweest van de reeks. Het heeft wel mooie decors voor een reeks als De Rode Ridder, maar eigenlijk heb ik het te weinig bekeken om er echt een uitgesproken mening over te hebben.

Ken je The Wolfpack denktank van Standaard Uitgeverij? Wat vind je van het initiatief?
Cambré: Ik ken The Wolfpack, maar ik ben er geen lid van. Het is een mooi initiatief, maar ik heb het te druk om daaraan deel te nemen. Bovendien werk ik liever zelf aan ideeën in plaats van ze te delen met anderen.

Hoe reageren de lezers op je werk? Zijn er bepaalde opmerkingen, commentaren, … die je vaak hoorde?
Cambré: Er komen weinig slechte commentaren, tenzij misschien enkelingen die denken dat meneer Vandersteen zich gaat omdraaien in zijn graf. Maar ik weet bijna zeker dat zoiets onmogelijk is (knipoogt). Verder alleen maar positieve commentaar, maar ik ben daar nogal ongevoelig voor. Als ik zie wat sommige mensen als “prachtig” bestempelen op Facebook denk ik dat er soms een gebrek aan goede smaak is. Ik moet het in eerste instantie zelf goed vinden en dat is maar zelden het geval, zeker als ik er na verloop van tijd op terugkijk, vind ik het verschrikkelijk. Zo kan ik de cover van het eerste deel van Amoras niet meer bezien: dat is één van de slechtste tekeningen die ik ooit gemaakt heb en dat is vooral omdat te veel mensen zich ermee bemoeiden. De eerste versie die niet gebruikt werd, was stukken beter. Achteraf werden dingen aangepast, maar dat werkt niet. Maar het is vooral mijn eigen fout, ik had mijn zin moeten doen ondanks alle commentaar.

Amoras was de start van een heuse trend waarbij er iets nieuws gedaan werd met oude reeksen. Had je dit ooit kunnen voorzien? Wat vind je van deze trend?
Cambré: Ik liep al lang met het idee, dat mij aan de hand werd gedaan door Ronald Grossey, rond. Enkele jaren voordien vroeg hij me om iets dergelijks te doen, maar we vingen bot bij de uitgeverij. Later lukte het dus wel, vreemd. De uitgevers mogen niet de fout maken om alle reeksen te beginnen herwerken denk ik, al is dat zeer verleidelijk. Zoals altijd zullen de tijd en de lezers beslissen.
Wat Amoras en Robbedoes Special betreft, hebben wij de eerste stap gezet, na het succes ervan is de trein van de spin-offs nu blijkbaar goed vertrokken, hopelijk ontspoort hij niet te snel (lacht).

Volgende keer: Steven “Lectrr” Degryse, huiscartoonist van De Standaard en scenarist van Red Rider, waarin de Rode Ridder op een motor rijdt in plaats van op een paard.

Share.

About Author

Jeroen Van Heel

Cardboard cowboy, Nintendo nerd en Dr. Deathrite himself. Show your moves!

Reacties