Het DNA van een stripreeks 11: Alexis Dragonetti (interview)

1

Belgische stripklassiekers moderniseren. Na het overdonderende succes van Amoras, de rauwe spin-off van het oer-Vlaamse Suske en Wiske, duikt het ene na het andere afgeleide product van de geliefde stripreeksen uit onze jeugd op. Volgens Johan De Smedt, de Grote Manitoe van denktank “The Wolfpack” en een van de spilfiguren van deze trend, is het bij zo’n onderneming essentieel dat je nooit aan het DNA raakt. Maar wat is dat dan precies, “het DNA van een stripreeks”? Met die vraag op de lippen trok Jeroen doorheen stripminnend Vlaanderen, op zoek naar het antwoord.

In mijn poging om beter te begrijpen wat het DNA van een stripreeks is, spreek ik met verschillende mensen die allemaal op hun eigen manier met strips bezig zijn. Vandaag komt Alexis Dragonetti, stripuitgever bij Ballon Media, aan het woord. Ook hem is de nieuwe trend in stripland niet ontgaan.

Alexis Dragonetti

Een korte kennismaking

Beste meneer Dragonetti, aangezien u vooral achter de schermen opereert en geen bekende bent voor de doorsnee striplezer, is een korte voorstelling wellicht op z’n plaats. Wie bent u, en welke rol spelen strips in uw leven?
Dragonetti:
Ik ben Alexis Dragonetti, hoofdaandeelhouder/uitgever van Ballon Media, een Vlaamse uitgeverij gespecialiseerd in kinderboeken en strips, waaronder Jommeke en alle Nederlandstalige uitgaven van Dupuis, Dargaud, Lombard, Glénat en Casterman.

Een innovatieve wind

“Er waait de laatste jaren een innovatieve wind doorheen het Vlaamse striplandschap”, staat er te lezen in het persbericht van Zonnedorp op z’n kop. Wat vind je persoonlijk, als stripliefhebber, van deze trend?
Dragonetti: Ik vind die goed zolang de enige, echte norm die van belang is, kwaliteit, wordt gerespecteerd. De afgeleide reeks mag de historische reeks niet schaden.

Waarom kiest een uitgever voor dit soort projecten? Welke overwegingen spelen er?
Dragonetti: Deze trend bestaat al langer, zowel in stripland als in andere media. De nevenreeksen van XIII en van Thorgal bestaan al meer dan 10 jaar. Ook afgeleide projecten van bv. films met prequels, sequels en spin-offs zijn al decennia een feit. Alle grote studio’s of contentbedrijven wereldwijd spelen hierop in. Disney, Dreamworks, DC Comics, enz. hebben deze weg al lang ingeslagen. De oorsprong daarvan is zeer feitelijk: het publiek koopt gemakkelijker wat ze al kennen.

talespintalespin

Dat Disney z’n hand niet omdraait voor spin-offs, bewijst de serie Talespin, waarin Baloo plots een piloot is.

Voel je je als uitgever “meegesleurd” of “voortgestuwd” door deze innovatieve wind? Is de tijd gewoon rijp voor afgeleide reeksen, of voelt het eerder aan als “adapt or die”?
Dragonetti: Zoals vermeld denk ik dat dit een brede en internationale trend is. Als uitgever lijkt het me logisch om daarop in te spelen. Wij proberen het te doen op een kwalitatieve manier. Ik wil het publiek niet verleiden en dan goedkope of slechte content voorschotelen.

We merken dat WPG deze trend volledig omarmt en er zelfs een denktank voor heeft opgericht: The Wolfpack. Wat vindt u van dit initiatief?
Dragonetti: Het idee van co-creatie vind ik inspirerend. Persoonlijk hou ik die groep graag kleiner en specifieker per project waaraan we werken.

Zou er binnen Ballon Media plaats zijn voor een soortgelijke denktank?
Dragonetti: Die bestaat de facto. Maar hij is projectgebonden en we geven hem geen naam (knipoogt).

Ballon Media lijkt iets voorzichtiger met deze trend. Waar zit hem het verschil tussen jullie werkwijze en de manier waarop WPG het aanpakt?
Dragonetti: Ik heb veel respect voor wat WPG doet op stripvlak, maar staar me niet blind op wat zij of andere uitgeverijen doen. Ik concentreer me op onze projecten en ben blij dat de reeksen waaraan we werken goed worden onthaald en als kwalitatief worden ervaren. Het werk van Charel voorRobbedoes Special waarbij de geest van Franquin rondwaart maar ook de hedendaagsheid voelbaar is, stemt me gelukkig als uitgever.

Waarom gaan jullie bedachtzamer te werk?
Dragonetti: Ik weet niet of wij bedachtzamer te werk gaan. We doen er blijkbaar gewoon wat langer over (lacht). Er staan wel verschillende projecten in de steigers. Ik geloof dat een berg stap per stap wordt beklommen en niet al lopend.

Keuze van het bronmateriaal

Waarom wordt er specifiek voor de rasechte stripklassiekers gekozen voor het maken van afgeleide reeksen?
Dragonetti:
Omdat zij bij een breed publiek gekend zijn en in sommige gevallen veel nostalgie en of nieuwgierigheid oproepen. Ik krijg bijna elke dag vragen over hoe de volwassen afgeleide reeks van Jommeke er zal uitzien. Miljoenen mensen zijn opgegroeid met het personage. Weten hoe ook hij is opgegroeid, intrigeert velen.

gefeliciflaterd
Los van je plannen als uitgever, zijn er stripreeksen die je zelf, als striplezer, graag in een nieuw jasje zou zien? Welke scenarist of tekenaar zou je erop los laten?
Dragonetti:
Te veel reeksen om op te noemen, maar als ik er één zou moeten kiezen: Guust Flater. Ik ben stripuitgever geworden o.a. onder invloed van Franquin en zijn Guust.

Op 15 november ligt een hommagealbum ter gelegenheid van de 60ste jaar van Guust in de winkels waaraan vele Vlaamse en Nederlandse auteurs een bijdrage hebben geleverd. Hiermee ben ik aardig in de buurt gekomen van een nieuwe GUUST uit te geven.

Ben je als uitgever vragende partij voor deze afgeleide reeksen, of zijn het net de tekenaars/scenaristen/geestelijke vaders die je benaderen met een voorstel? Wie is met het idee voor Zonnedorp op z’n kop op de proppen gekomen?
Dragonetti:
Specifiek voor DE MIEKES kwam het idee van ons. Het past ook in de geest van de tijd dat de meisjes wat mondiger, avontuurlijker en zelfstandiger zijn. Voor Robbedoes hadden wij het idee en de goedkeuring van Dupuis, maar kwamen Charel Cambré en Marc Legendre met een concreter idee. We zijn het dus sneller eens geworden dan onze schaduw!

Welke stripreeksen lenen zich volgens jou beter tot afgeleide reeksen, welke niet? Waarom?
Dragonetti:
De reeks moet een universum hebben, een totaalbeeld waarvan je kan vertrekken. Ook al gooi je het dan volledig om.

De reeksen die vernieuwd worden zijn stuk voor stuk iconische, geliefde reeksen. Wat is volgens jou belangrijk als ze zo’n reeks nieuw leven inblazen?
Dragonetti:
Ik ga in herhaling vallen: kwaliteit van het verhaal. En de geloofwaardigheid van de zijsprong die wordt gewaagd.

Omgekeerd: wat is absoluut not done?
Dragonetti:
Ik hou niet van dogma’s. Weinig of niks dus. Ik ben tegelijkertijd ook geen voorstander van gratuite provocatie. Een Jommeke met veel bloot of drank en drugs bijvoorbeeld zou alleen choquerend zijn zonder inhoudelijke of geloofwaardige meerwaarde.

 

Welke rol spelen de geestelijke vaders of hun erven? Worden zij nauw betrokken als er een afgeleide reeks wordt gemaakt? Stellen zij duidelijke regels over wat mag en niet? Ben je gebonden aan een eventueel testament, zoals in het geval van Jef Nys?

Dragonetti: Wij werken in overleg met de auteurs, erfgenamen of rechtenhouders van de betrokken reeksen. Rond Jommeke bestaat inderdaad een geestelijk testament van Jef Nys. Dat is geldig voor de reeks Jommeke zelf, maar vormt ook een soort context waarbinnen je werkt. Het is geen beperking voor afgeleide reeksen, maar zoals gezegd, creëert het wel een context. Je kan echt niet alles doen.

Geregeld valt de term “het DNA van een stripreeks”. Wat houdt dat volgens jou in, wat behoort volgens jou tot de essentie van een reeks? Personages, plot, sfeer, inhoud, tekenstijl,…. iets anders?
Dragonetti:
Dat is een moeilijke vraag maar ik denk dat er fundamenteel 3 elementen meespelen: een geniaal beginidee, de personages en hun verhoudingen en de waarden die in de reeks vervat zitten. Een paar voorbeelden: XIII wordt met geheugenverlies wakker met een tatoeage op zijn schouder: geniaal. De rol die Flip of Filiberke spelen t.o.v Jommeke: briljant. Jommeke is fundamenteel eerlijk en goed: doorslaggevend. De omgeving en de tekenstijl zijn duidende elementen voor de reeks as such maar maken bizar genoeg geen deel uit van het DNA.

xiii

De premisse van XIII heeft ontelbare lezers weten te boeien.

Is respect voor het DNA van de bronreeks cruciaal voor het succes van zo’n afgeleide reeks? Tot op welke hoogte mag je risico’s nemen en beeldenstormen met zo’n geliefd bronmateriaal als de Belgische stripklassiekers?
Dragonetti:
Je kan daar redelijk ver in gaan maar je kan de bal ook serieus misslaan. Ik geef graag een positief en recent voorbeeld (want kritiek is eenvoudig): Red Rider van Stedho en Lectrr, de moderne versie van De Rode Ridder. Het avontuur wordt van de Middeleeuwen naar het heden gebracht en dat gebeurt met verve. De stretch is groot maar de sprong geslaagd.

De stem van de consument

“Succes” kan vele vormen aannemen, en niet de minst belangrijke daarvan zijn de verkoopcijfers.  Kan je ons wat vertellen over de verkoopcijfers van De moordenaar van Lucky Luke, Jolly Jumper antwoordt niet meer en Robbedoes Special? Losten ze de verwachtingen in?
Dragonetti:
Wij bekijken verkoopcijfers na 12 maanden, want de doorverkoop is vandaag een doorslaggevend element. Al deze reeksen hebben de verwachtingen tot op vandaag ingelost. Wat Robbedoes Special betreft is er slechts 1 album uitgekomen. Het tweede ligt kortelings in de winkels en we denken dat we de positieve trend kunnen doorzetten.

Wat verkoopt het best: de hoofdreeks, of de afgeleide reeks?
Dragonetti:
Je kan hier geen vaste lijn in trekken. Robbedoes Special heeft beter verkocht dan de basisreeks, die door de onregelmatigheid van verschijnen van nieuwe albums heeft afgezien. Een afgeleid album van Lucky Luke verkoopt ongeveer 2/3 van een regulier album.

wiebeling

Kwabbernoots ongure neef duikt weer op in Robbedoes Special 2: Het plan van Wiebeling

Verkopen afgeleide reeksen beter dan nieuwe, originele reeksen?
Dragonetti:
Het verloop van de verkoop volgt een andere trend. Een nieuwe reeks bouw je op. Undertaker, bijvoorbeeld, is inhoudelijke topkwaliteit, westerns blijven aanspreken en de reeks is in stijgende lijn. Binnen enkele delen zal die verkoop zeer vergelijkbaar zijn.

Ook marketing is belangrijk. Zo werd Robbedoes Special “gedoopt”, met peter Guga Baúl. Hoe bepaal je voor zulke reeksen een marketingstrategie? Hebben zij, als afgeleiden van populaire bronreeksen, dat duwtje in de rug wel nodig?
Dragonetti:
De concurrentie is te groot – niet alleen binnen het boekenvak maar ook met andere media – om een project zonder marketing de wereld in te sturen. Of met een oneliner: Coca-Cola maakt ook reclame als ze iets nieuws uitbrengen (lacht).

Krijgen jullie feedback van de lezers en/of striphandelaars? Hoe onthalen ze de afgeleide reeksen?
Dragonetti:
Wij krijgen veel feedback via sociale media. In de meeste gevallen is die relevant. Afgeleide reeksen worden van dichtbij bekeken maar tot op vandaag hebben wij voor onze initiatieven nooit structurele kritiek gekregen.

De toekomst

Hoe ziet de toekomst van deze trend er binnen Ballon Media uit?
Dragonetti:
We gaan er mee door. Onder hetzelfde motto: kwaliteit!

In mei vertelde je in een interview met Geert De Weyer dat er een “volwassen spin-off” van Jommeke op komst was. Is dat wat Zonnedorp op z’n kop zal zijn? Of heeft een goede verstaander maar een half woord nodig, en zijn er nog plannen met de personages van Jef Nys?
Dragonetti:
Er volgt zeker een volwassen spin-off van Jommeke. Meer info daarover als het zo ver is.

jommeke parodies

We vermoeden alvast dat de volwassen Jommeke zich NIET zal laten inspireren door Parodies 3: 20 jaar later…

Zijn er binnen Ballon Media nog plannen om afgeleide albums of reeksen te maken van Belgische stripklassiekers?
Dragonetti:
Er staan verschillende reeksen/projecten in de steigers. Die volgen in de komende jaren. Geduld is een mooie deugd waar een uitgever moet mee leren leven.

Nu de volwassen spin-off van Jommeke op komst is, is de kans wellicht klein, maar krijgen we in de toekomst een duisterdere hervertelling van De koningin van Onderland te zien ? Je hebt namelijk nog een bos bloemen en een dikke kus van Johan De Smedt tegoed als dat er ooit van komt.
Dragonetti:
Ik zal het punt persoonlijk met Johan bespreken met een pint in de hand, maar aan die bloemen en die kus hou ik hem.

Volgende keer: de spannende conclusie, waarin Jeroen samenvat wat hij heeft geleerd.

Share.

About Author

Jeroen Van Heel

Cardboard cowboy, Nintendo nerd en Dr. Deathrite himself. Show your moves!

Reacties